Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kwaliteit. Alle posts tonen

vrijdag 23 november 2012

Leraren met kwaliteit

Foto: Cultuurwerkplaats Willem deKooning, Academie Rotterdam

Komende weken ronden we af en bouwen we weer op. Nog anderhalve maand en dan houdt Cultuurnetwerk Nederland op te bestaan. Helaas! We stoppen met onze projecten en ook met die van Cultuur en School. Vanaf 1 januari gaan we verder in het Landelijk Kennisinstituut Cultuureducatie en Amateurkunst (LKCA). Naast veel nieuwe initiatieven bouwen we voort op eerder behaalde resultaten. En met het Fonds voor Cultuurparticipatie en andere betrokkenen werken we straks aan het nieuwe landelijke programma Cultuureducatie met Kwaliteit.

Twee flinke projecten ronden we nu af met de pabo's en de lerarenopleidingen: Verankering cultuureducatie pabo's en Cultuuronderwijs lerarenopleidingen VO. Bovendien zijn we druk in overleg met het Fonds om deze projecten een vervolg te geven. Ook omdat bij het nieuwe programma Cultuureducatie met Kwaliteit vanzelfsprekend leerkrachten en docenten met kwaliteit horen. En de basis voor leraren met kwaliteit ligt uiteraard bij de opleidingen.

De afgelopen jaren hebben we samen met de lerarenopleidingen voor basis- en voortgezet onderwijs gewerkt in cultuurwerkplaatsen. In deze werkplaatsen werkten pabo's en lerarenopleidingen VO aan praktijkvragen uit eigen opleiding of uit de basisschool of voortgezet onderwijs. Om cultuureducatie meer zichtbaar te maken in het werkplan van de opleiding, om samenwerking met culturele instellingen te versterken, om het curriculum te vernieuwen of om verbindingen tussen vakken te leggen… Maar vooral om de competenties te verbeteren van studenten, onze aankomende leraren. En daarmee is er een enorme schat aan kennis en vaardigheden verkregen waar wij de komende jaren samen op verder kunnen bouwen.

Op 4 december presenteren de lerarenopleidingen VO in Ede hun resultaten van de cultuurwerkplaatsen tijdens de conferentie Cultuur Leert Anders VI. Alle bezoekers krijgen dan een bundel mee met portretten van deze cultuurwerkplaatsen. En op 6 december zijn de pabo's aan de beurt tijdens de Eindconferentie in Utrecht. Ook zij sluiten af met een publicatie waarin de belangrijkste thema's van de afgelopen jaren worden belicht.

Wij vieren met beide conferenties dan ook een feestje. Om trots te zijn op wat we samen hebben bereikt en om vooruit te kijken naar de toekomstmogelijkheden. Na beide feestjes komen de resultaten van de cultuurwerkplaatsen online te staan op Cultuurplein.nl, zodat u ze kunt lezen en gebruiken. U kunt natuurlijk ook gewoon komen! Iedereen is van harte welkom.

Voor meer discussie over hoe de kennis en vaardigheden van (aankomende) leraren te verbeteren, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 16 november 2012

Goed gesprek over kwaliteit van cultuureducatie

Het was lekker druk in de Marnixzaal van het UCK. Het programma was er ook naar. De Raad voor Cultuur was er, en de Onderwijsraad. En ook de cultuurwethouder van Amsterdam en de directeur-generaal van OCW. Dat maakt sowieso nieuwsgierig. Het begon met Joop Daalmeijer en Thea Meijer, die hun gezamenlijk advies toelichtten over cultuureducatie in de basisschool. Daarna sprak Carolien Gehrels over haar cultuureducatie-aanpak in de hoofdstad. Marjan Hammersma sloot af met de reactie van OCW op het advies van beide raden. En geloof me, iedereen wil graag van cultuureducatie in de basisschool een succes maken.

Volgens beide raden hoort cultuureducatie thuis in het hart van het onderwijs: daar wordt immers het fundament gelegd voor de culturele ontwikkeling van kinderen. Vervolgens doen de raden drie stevige uitspraken over de kwaliteit van cultuureducatie: geef scholen meer grip op de inhoud met een referentiekader; bevorder de deskundigheid in de school van zowel aankomende als zittende leraren; en stel de culturele infrastructuur in dienst van de school: werk als school vraaggericht.

In drie groepen werd daarna gediscussieerd over wat deze drie aanbevelingen concreet inhouden en welke acties dit van diverse betrokken partijen vraagt. Mijn groep was gevarieerd met bestuurders, schoolleiders, cultuurcoaches, lerarenopleiders van pabo en kunstvakonderwijs, educatiemedewerkers van culturele instellingen en de PO-Raad. Ons onderwerp was de deskundigheid van de leerkracht.

Het was een goed gesprek over wat wij nodig vonden om deskundig genoemd te worden: vakkennis, vaardigheden, organisatievermogen en natuurlijk een positieve attitude. Over wat de schoolleiding moet bieden aan ondersteuning, zoals tijd en geld. Over het schoolbestuur dat in beleid ruimte geeft om cultuureducatie met kwaliteit te realiseren. Over scholing door lerarenopleidingen en culturele instellingen door middel van teach de teacher-programma's, specifiek samengestelde nascholingsprogramma's, training on the job en gewoon als leerkracht meedoen aan een cultureel programma van een instelling.

Kritische kanttekeningen waren er voor provincies en gemeenten die het soms onmogelijk maken om de deskundigheid van de leerkracht te versterken. Provinciaal worden culturele instellingen hier en daar immers wegbezuinigd en ook gemeenten verminderen hun budgetten voor kunst en cultuur.

De algemene opvatting was dat we de kwaliteit van cultuureducatie sámen moeten verbeteren. Dat we het niet alleen van de leerkracht moeten laten afhangen. Die is vaak al minder goed voor de kunstvakken toegerust en bovendien zwaar belast door alle andere taken die hij in de school heeft. En, laat de leerkracht zelf kunst en cultuur ervaren en leren kennen, dan komt het goed.

Voor meer discussie over hoe we sámen de kwaliteit van cultuureducatie kunnen verbeteren, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 2 november 2012

CKV-bevlogen reünie

Ik hou niet van reünies. Alsof het plezierig is terug te kijken naar mensen en gebeurtenissen die je soms net zo lief weer snel vergeet. Het overviel me dan ook hoe warm het was, en hoe ver het terug ging. Mensen van toen en nu die zich nog steeds heel erg bevlogen toonden zo gauw het over de kunstvakken in het onderwijs ging.

We hadden het over onze persoonlijke levens, en ik trof oude vrienden die mij zeer dierbaar waren, maar het ging toch vooral over de ontwikkelingen in ons vakgebied. Over de gelukkige keus van OCW om eindelijk eens iets aan de kwaliteit van de kunstvakken in de basisschool te doen. En over de dreigende afschaffing van CKV. En natuurlijk ook over het wegpoetsen van het vak kunst uit het profiel Cultuur & Maatschappij door er verplicht wiskunde aan toe te voegen. De spoeling voor de keuzevakken – waaronder kunst – wordt dan wel heel dun.

Het ging ook over de CKV-inhoud. Boudewijn Korsmit, een van de reünisten, stuurde me de eindevaluatie van een kunstdossier. Dat sloot af met: 'Ik denk dat CKV daarom zeker haar doel heeft bereikt: een blijvende interesse opwekken voor allerlei vormen van kunstuitingen. Ik besef nu dat ik pas aan het begin van mijn leven sta, dat ik in de toekomst nog veel ga leren maar dat ik hier altijd wijzer van wordt [...] Ik ga nog veel kunst ervaren, maar zou dat niet ten volle kunnen zonder de basisvorming die CKV me heeft gegeven. Ik had niet verwacht dat ik dit ging zeggen toen ik net aan het vak begon, maar CKV heeft me echt iets geleerd. Ik dank u.'

De laatste onderwijsjaren als CKV-coördinator waren zijn meest enerverende: 'Ik was er dag en nacht mee bezig: lesgeven, organiseren van concert- en theaterbezoeken, het maken van een digitale leeromgeving en ga zo maar door. Men nam mij serieus, door goede resultaten, tevreden leerlingen en geen geharrewar over budget. En ook voor ouders en anderen gaf het de school cachet, een extra identiteit, want we werkten aan de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Want zo moet je CKV positioneren, met veel elan zoals het de kunsten kenmerkt, inspirerend en vooral niet saai of duf.' En wat Boudewijn schreef, vertelden ook Leo en Marie-Louise. En ook Bert, Martien, Geert en nog veel meer (oud-)docenten die ik daar sprak.

Dat is toch wel iets anders dan de ervaringen van onze (ex-)minister die in de Tweede Kamer zei: 'Ik noem zonen die aan mij vragen: mam, mag ik het kaartje van de Doelen? Heel veel kinderen vragen dat aan hun ouders [...] want dan kunnen zij bewijzen dat zij een bepaalde activiteit hebben gedaan.' Daar geef je als ouder toch niet aan toe?

Het is goed voor CKV dat het nieuwe kabinet de cultuurkaart wil behouden en dat het de krachten in het onderwijs en de cultuursector wil bundelen voor [waardevolle] cultuureducatie in het basis- én voortgezet onderwijs.

vrijdag 26 oktober 2012

Infrastructuur in wankel evenwicht

Niet alleen in Oss hangen omstreden bezuinigingsmaatregelen in de lucht, ook Den Haag dingt mee naar de titel Nederlands kampioen bezuinigen op cultuur. Die gemeente wil 20% korten op het huidige budget, twee keer zoveel als het landelijk gemiddelde. En hoe het Haagse college dat gaat doen is hoogst opmerkelijk.

De gemeente zegt 'fors te investeren' in cultuureducatie en cultuurparticipatie en stopt vervolgens de subsidies voor Koorenhuis (cultuureducatie) en Culturalis (amateurkunst). In plaats daarvan komen er een nieuw lokaal expertisecentrum cultuureducatie, een kunstschool, een serviceorganisatie cultuurparticipatie en een subsidieloket amateurkunst. En daarvoor is dan niet ruim 9 miljoen beschikbaar zoals nu, maar slechts 3,6 miljoen. Dan kun je toch niet van 'een forse investering' spreken? Navrant 'detail' is dat er wél 181 miljoen is voor een nieuw dans- en muziekcentrum op het Spuiplein, waarvoor de 25 jaar oude Philipszaal en het Danstheater moeten wijken.

Gelukkig wordt er in Nederland niet alleen bezuinigd. Op landelijk niveau wordt serieus werk gemaakt van de kwaliteit van cultuureducatie. De bewindslieden van OCW gaven woensdag hun beleidsreactie op het in juni uitgebrachte advies 'Cultuureducatie: leren, creëren, inspireren!' van de Onderwijsraad en de Raad voor Cultuur. Om een betere verankering van cultuureducatie in het curriculum van het basisonderwijs mogelijk te maken, doen de raden drie aanbevelingen: geef scholen meer grip op de inhoud, bevorder de deskundigheid in de school en stel de culturele infrastructuur in dienst van de school.

De beleidsreactie schetst een aantal activiteiten om de kwaliteit van cultuureducatie vast te houden en te bevorderen. SLO gaat met een breed veld van onderwijs- en cultuurdeskundigen een leerlijn cultuureducatie ontwikkelen. Daarin moet naar voren komen wat de kenmerken zijn van goede cultuureducatie in scholen en hoe je die ook inhoudelijk richting kunt geven. Om scholen de regie op de kwaliteit van cultuureducatie te geven wordt een instrumentarium ontwikkeld, waarmee ze de prestaties van leerlingen kunnen volgen.

Uit de leerlijn cultuureducatie vloeit logisch voort over welke competenties leerkrachten voor de kunstvakken moeten beschikken. Aansluitend op de kennisbases Pabo worden deze vertaald naar de lerarenopleiding en naar het profiel van de interne cultuurcoördinator (icc'er). Dat er dan ook nascholing ontwikkeld moet worden is duidelijk. En ook dat culturele instellingen voor cultuureducatie in de school van groot belang zijn.

Het is OCW duidelijk ernst, want de Inspectie van het Onderwijs krijgt de opdracht in 2015 over cultuureducatie in de basisschool te rapporteren.

Wij dragen vanuit onze rol ook graag bij aan het landelijke programma kwaliteit van cultuureducatie om daarmee in ieder geval énig tegenwicht te bieden aan de schade die lokaal en provinciaal wordt aangericht door omstreden bezuinigingen.

Voor discussie over een evenwichtig cultuureducatiebeleid, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 14 september 2012

Kabinet in museumvitrine?

Een museum voor gevallen kabinetten? Dat zijn er in Nederland nu vijf in tien jaar! Leuk voor het Museum of Broken Relationships in Zagreb. Een van mijn collega's met een fascinatie voor bijzondere collecties wees me er op, en al eerder ook op het Museum of Bad Art (blog 30 maart), de Gallery of Lost Art - virtueel, want de kunstwerken zijn kwijt - en het Nonseum, met onzinnige uitvindingen.

Aan het Museum of Broken Relationships kan iedereen bijdragen. Je kunt er letterlijk én figuurlijk de scherven van je verbroken relatie kwijt. En of dat nu is uit exhibitionisme, wraak of in de hoop dat het een therapeutisch effect heeft, populair is het in ieder geval. Het museum is de derde meest geliefde attractie in Zagreb en de bijdragen aan de collectie stromen binnen.

Woensdag hebben we gestemd en daarmee is het demissionaire kabinet bijna voorbij. Het kan daarna zo naar Zagreb. Dan een nieuw kabinet, zonder gedoogpartners, want zo'n constructie wil niemand meer. En een kabinet dat vier jaar blijft. Dat scheelt ook in de kosten, want stemmen heeft zo zijn prijs: 50 miljoen, zo leerde ik vorige week van De Rekenkamer. Ironisch voor een kabinet dat viel over bezuinigingen.

Terugblikkend op twee jaar cultuurbeleid krijg ik opnieuw last van relatiestress. Het beleid van Halbe Zijlstra was naar mijn mening overtrokken en rigoureus en het is nog niet goed te overzien wat de consequenties hiervan zijn. Hij deed echter wel wat hij aankondigde en – voor mij belangrijk - hij zette serieus in op de inhoud van cultuureducatie. Nog nooit heeft het landelijke cultuurbeleid zo uitgebreid, samenhangend en gefundeerd ingezet op de inhoudelijke kwaliteit van cultuureducatie.

Sinds woensdag is er opnieuw tijd voor (binnen)hofmakerij. Ik hoop dat het nieuwe kabinet, of dat nou een combinatie van VVD en PvdA wordt of een combinatie met meerdere partijen, die serieuze aandacht voor cultuureducatie overneemt en liefst met een wat groter budget. Als dat kabinet nu echt vier jaar blijft, houdt het de 50 miljoen die niet nodig zijn voor tussentijdse verkiezingen in ieder geval over. Stop die alvast maar in cultuur en educatie, en kies dan voor deskundigheidsbevordering van de leerkracht of van cultuurmedewerkers, of voor de Cultuurkaart, en zet geld in op een duurzame relatie tussen onderwijs en cultuur.

vrijdag 31 augustus 2012

Breng kennis uit onderzoek bij leraren in de klas

Zit ze er nog wel, denk ik af en toe, je hoort immers niks meer van Marja van Bijsterveldt. Maar nu heeft ze nieuws! De landelijke organisatie voor onderwijsonderzoek komt er! En dat is ook hard nodig zegt de commissie Nationaal Plan Toekomst Onderwijswetenschappen. Te weinig kennis uit onderzoek komt terecht bij leraren in de klas.

De Onderwijsraad zei al eerder dat de samenwerking tussen onderwijs en onderzoek niet vanzelf gaat. Wanneer scholen en onderzoekers stapsgewijs samen werken aan onderwijsveranderingen is de kans groter dat het onderwijs iets met de onderzoeksuitkomsten doet. Van Bijsterveldt stelt dan ook een regieorgaan in dat voor onderzoek vóór en mét de praktijk moet gaan zorgen. Leraren, schoolleiders en schoolbesturen worden betrokken bij de onderzoeksprogrammering, de beoordeling van projecten en de uitvoering ervan. Het ministerie en de Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek bundelen hun onderzoeksbudgetten en ondersteunen het onderwijsveld om tot onderzoekbare vragen te komen.

Deze aandacht voor het gebruik van onderzoekskennis in het onderwijs, en onderzoek in de school, draagt zeker ook bij aan de kwaliteit van cultuureducatie. Leraren kunnen hun deskundigheid in cultuureducatie vergroten door zich kennis uit relevant onderzoek eigen te maken, die te vertalen naar hun lespraktijk of door zelf onderzoek te doen. Hun professionele ontwikkeling kan worden bevorderd door kennisgemeenschappen met onderzoekers op te zetten. Daarin delen en creëren zij kennis door het uitwisselen van ervaringen, gezamenlijke reflectie en ontwikkeling van praktijkinzichten.

Voor cultuureducatie en amateurkunst werken wij aan een onderzoeksagenda. Eind vorig jaar zijn de kennisvragen van onderzoekers en beleidsmakers verkend en geïnventariseerd. Nu is het de beurt aan de praktijk. Aan directeuren, schoolleiders, coördinatoren, sectorleiders en leraren in het basis- en voortgezet onderwijs. Aan welke kennis is er voor het kunst- en erfgoedonderwijs behoefte en wat zouden jullie onderzocht willen zien?

vrijdag 25 mei 2012

UNESCO, overheden en kunsteducatie met kwaliteit

Maandag. Lekker druk in de Amsterdamse Rode Hoed met ruim honderd enthousiaste mensen in de zaal. Het onderwerp: 'Kunst- en cultuureducatie van kwaliteit' en 'Wat is de rol dan van de overheid?'. Waarom? We organiseerden het symposium om het vrijblijvende karakter waarmee kunstlessen wel gegeven worden aan de orde te stellen. Onze partners: UNESCO Nederland, Fonds voor Cultuurparticipatie en Jeugdcultuurfonds.

Dat alle Nederlandse kinderen op school les krijgen in tekenen, schilderen of muziek weten we. Ook dat ze soms drama- of danslessen krijgen. En dat de lessen op de basisschool moeten voldoen aan de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie. Wat de inhoud van die lessen is en of die ook kwaliteit hebben weten we in veel gevallen niet. Maar net zo goed als het bij rekenen en taal om leeropbrengsten gaat, moet het daar bij de kunstlessen ook om gaan.

Een van de inleiders, Anke van Kampen van UNESCO Nederland, ziet de kwaliteit van kunsteducatie als een drieslag. De school moet zorgen voor vakdeskundigheid van de groepsleerkracht, de culturele instellingen voor kunstaanbod op maat en de gemeente voor de regie en voor facilitering in de vorm van icc'ers en combinatiefunctionarissen of subsidies. Tenminste, als die culturele instellingen binnenschoolse educatie serieus nemen, zoals Zijlstra ook eist van landelijk gesubsidieerde instellingen.

Er waren drie referenten: Floor Ockers - Teldersstichting (VVD), Frans Becker - Wiardi Beckmanstichting (PvdA) en Edwin van Meerkerk - Radbouduniversiteit Nijmegen. Floor stelt dat kunstonderwijs in deze tijd van economische schaarste kinderen moet leren hun creativiteit te ontwikkelen waardoor zij ook andere competenties verwerven en nieuwe paden durven inslaan. Creativiteit en actieve kunstbeoefening moeten een centralere rol krijgen in het curriculum: 'Geef kinderen een stuk hout en laat ze een beeld maken, zonder spijkers, zonder hamer of wat dan ook'. Frans legt het accent op het vakmanschap van de leerkracht: 'Maak de leerkracht deskundiger, er zijn teveel kunstenaars die ik zeker niet voor de klas zou willen zien', en 'hervorm op basis van goede praktijkervaringen'. Belangrijk voor kwaliteit zijn stimulansen van gemeenten, aldus Edwin: 'Per slot van rekening speelt kunsteducatie zich af op het gemeentelijk niveau.' Gemeenten moeten zich verantwoordelijk weten voor de kwaliteit van kunsteducatie en daarover overleg voeren met scholen en culturele instellingen. Zij moeten bekijken welke instelling er toe doet en of die de scholen ook het best bereikt. Zulke instellingen moet je ten koste van alles in stand zien te houden. Er wordt nu teveel afgebroken wat tientallen jaren heeft gekost om op te bouwen en dat geldt, aldus Frans, ook voor de Cultuurkaart.

De zaal discussieert flink mee en vindt dat leerkrachten ervoor moeten zorgen dat kinderen van kunst gaan houden, dat ze ervoor gaan! Maar, denk ik dan, als kinderen rekenen niks vinden dan moeten ze dat toch gewoon leren. Geldt wat voor rekenen geldt, niet net zo goed voor alle andere vakken?

Voor discussie over leeropbrengsten kunstlessen, zie Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 27 april 2012

De Seoul Agenda - 1 jaar later

De vierde week van mei is door UNESCO uitgeroepen tot Internationale Week van de Kunsteducatie. Dit als vervolg op de Tweede UNESCO Wereldconferentie over Kunsteducatie die een jaar geleden in Seoul plaatsvond.

Natuurlijk willen wij in graag iets doen in deze Internationale Week en vroegen daarom de Nationale UNESCO Commissie om daar samen invulling aan te geven. Ook betrokken wij daar het Jeugdcultuurfonds en het Fonds voor Cultuurparticipatie bij. Het resultaat is een symposium op 21 mei in De Rode Hoed met als thema: Kunsteducatie met kwaliteit - voor iedereen! We sluiten hiermee ook aan op het landelijke programma Cultuureducatie met kwaliteit van de rijksoverheid. Vragen die tijdens het symposium centraal staan zijn: Is kwalitatief goede cultuureducatie voor iedereen gegarandeerd? En wat kan de overheid betekenen om dit te realiseren?

De Seoul Agenda die tijdens de UNESCO conferentie van vorig jaar is opgesteld, noemt drie belangwekkende doelstellingen. Zorg ervoor dat kunsteducatie een factor blijft die er toe doet als het gaat om kwalitatieve vernieuwing van het onderwijs. Gebruik kunsteducatie om bij te dragen aan het oplossen van sociale en culturele vraagstukken waar de maatschappij mee geconfronteerd wordt. En tot slot: Zorg dat kunsteducatieve activiteiten en programma's van hoge kwaliteit zijn, zowel in opzet als in uitvoering. De agenda benoemt daarnaast de strategieën en acties die nodig zijn om die doelstellingen te realiseren.

In feite is de agenda een oproep aan de 195 UNESCO-lidstaten om deze doelen te erkennen en gezamenlijk de voorgestelde strategieën en acties uit te voeren. Volgens de UNESCO kunnen we pas dan alle mogelijkheden die kunsteducatie van hoge kwaliteit in zich draagt realiseren. Een mooi streven, maar de vraag bij dit alles blijft: hoe kunnen beleidsmakers daadwerkelijk kunsteducatie van kwaliteit voor iedereen realiseren? De in de Seoul Agenda benoemde strategieën en acties zijn toch een beetje open deuren.

In ons eigen land denken politieke denktanks – zoals de liberale Teldersstichting en de sociaal-democratische Wiardi Beckmanstichting – gelukkig ook na over beleid om kunsteducatie van kwaliteit voor iedereen toegankelijk te maken. En zij onderschrijven ook het belang hiervan. Kijk nog maar eens naar mijn blogpost van drie weken geleden. De denktanks verschillen hooguit van inzicht over de wijze waarop en waarom je dit beleid zou ontwikkelen.

Goed dus om in de Internationale Week van de Kunsteducatie met elkaar in gesprek te gaan. Met aan de ene kant de Seoul Agenda en aan de andere kant het landelijk beleidsprogramma 'Cultuureducatie met kwaliteit' en de ideeën van de Teldersstichting en de Wiardi Beckmanstichting.

Praat en denk dus mee, nu al op Facebook en LinkedIn en op 21 mei in De Rode Hoed!

vrijdag 6 april 2012

Kunstonderwijs - hoeksteen en speerpunt

Onlangs stuitte ik op twee publicaties over kunstonderwijs, een van de liberalen en een andere van de sociaal-democraten. Het wetenschappelijk bureau van de grootste regeringspartij (VVD) en dat van de grootste oppositiepartij (PvdA) beargumenteren beide dat goed onderwijs in kunst en cultuur essentieel is voor een brede cultuurdeelname.

In Breng de kunst terug in het onderwijs pleit Frans Becker (van de Wiardi Beckmanstichting), analoog aan het officiële PvdA-partijstandpunt, voor een stevige plaats van kunst en cultuur in basis- en voortgezet onderwijs. Volgens hem is dit een van de 'hoekstenen' van de sociaal-democratische idealen van cultuurspreiding en volksverheffing. En dat is 'nu weer zeer actueel', aldus Becker, omdat het ernstig in het geding is. De liberale Teldersstichting presenteerde onlangs het rapport Manifestaties van de Vrijheid des Geestes, een liberale kijk op cultuur en sport. Cultuuroverdracht in het reguliere onderwijs is volgens dit rapport een 'speerpunt' van liberale cultuurpolitiek. Alleen als kinderen in aanraking zijn gebracht met een veelzijdig cultureel aanbod kunnen zij als volwassenen weloverwogen keuzes maken. En ook hier betreft het een partijstandpunt maar dan van de andere kant van het politieke spectrum.

Opmerkelijk is de nadruk die beide partijen leggen op de intrinsieke waarde van kunst en cultuur als legitimering voor zowel cultuursubsidies als cultuuronderwijs. Dit terwijl voor het huidige beleid vaak afgeleide instrumentele argumenten worden gebruikt, bijvoorbeeld dat cultuuronderwijs leerlingen leert goed samen te werken, creativiteit bevordert en goed is voor het evenwicht tussen beide hersenhelften.

Een kwaliteitsslag in het cultuuronderwijs is volgens beide publicaties dringend nodig. Becker vindt dat we te achteloos zijn geworden in het leggen van een culturele bodem onder onze maatschappij. Kunstonderwijs is marginaal, gefragmenteerd en vrijblijvend geworden, want blijft beperkt tot incidentele bezoeken aan culturele instellingen en kleine projecten. 'Het is de hoogste tijd voor een diepte-investering om kunstonderwijs tot een vast onderdeel van het schoolcurriculum te maken.' De Teldersstichting noemt de verschillen in hoeveelheid en kwaliteit van cultuureducatie die leerlingen krijgen nu te groot. Culturele activiteiten in het onderwijs zouden niet – zoals nu vaak nog het geval is - moeten worden gedirigeerd door het toevallige aanbod van culturele instellingen, maar door educatief-inhoudelijke overwegingen.

Als de liberale en sociaal-democratische fracties het voorstel voor een diepte-investering overnemen, kunnen wij straks een fikse stap zetten op weg naar Cultuureducatie met Kwaliteit.

Zie voor reacties en discussie over de noodzakelijke kwaliteitsslag het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 3 februari 2012

Cultuureducatie met kwaliteit

Vorige week donderdag in basisschool De Rietkraag in Nieuwkoop, een landelijke gemeente in Zuid-Holland. In de speelzaal een kring met muziekmakende kinderen en op de rij daarachter een aantal meelevende en observerende dames en heren. De school doet mee aan het Samsamsamba-project van Kunstgebouw. De Kunstgebouwmuziekdocent doet het goed. De kinderen zijn geïnteresseerd en spelen samen geconcentreerd sambaritmes op instrumenten als snaredrum, conga, kokiriko, bongo en claves. Zij leren een heleboel. Ik, op de achterste rij, kijk, luister, word vrolijk en leer ook.

We waren uitgenodigd door Kunstgebouw, de provinciale organisatie voor kunst en cultuur, om met elkaar te spreken over de kwaliteit van cultuureducatie. En Kunstgebouw had het goed voor elkaar. De directeur van de school was er, de wethouder was er en de bovenschools manager was er. Verder de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur, OCW en het Fonds voor Cultuurparticipatie. En ik.

De discussie spitst zich toe op de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen. 'Vroeger werden leerkrachten er veel beter voor opgeleid', aldus de schooldirecteur. 'Nu moeten ze het op de pabo met veel minder vakuren doen. Bovendien ontbreekt een passende basisschoolmethode voor muziek en beeldende vorming. Als je die hebt kun je tenminste ook zorgen voor een goede vakinhoudelijke opbouw van de ene groep naar de andere.' De school wil graag, maar kan dit niet alleen.
Wij willen eraan meewerken dat de school het straks beter kan. En dan graag wel samen met andere organisaties zoals Kunstgebouw, het Fonds voor Cultuurparticipatie, Pabo's, culturele instellingen en het kunstvakonderwijs. Want in Nieuwkoop zag ik weer eens aan den lijve waarom kunstvakken in de school zo belangrijk zijn en wat ze teweeg kunnen brengen.

Woensdag leverden wij ons beleidsplan 2013-2016 in bij het ministerie van OCW. Cultuureducatie in het onderwijs is voor ons een speerpunt. Naast de aandacht voor de leerkracht en voor de inhoud van de schoolvakken willen we de kwaliteit van het kunstaanbod op school stimuleren en verbinden met de buitenschoolse kunsteducatie en amateurkunst. Vanaf volgend jaar werken wij – Cultuurnetwerk Nederland en Kunstfactor - daar samen aan, gefuseerd in het kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst.

Voor meer discussie over de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 16 december 2011

Het staat of valt met de leraar

Ons jubileumjaar is bijna voorbij. Het was vooral een jaar van hard werken en vooruit kijken; naar het nieuwe kennisinstituut voor cultuureducatie én amateurkunst. Toch keek ik af en toe ook trots stiekempjes terug. Terecht, als ik de meningen hoor van de geïnterviewden in de filmpjes op onze website. En, wat mensen misschien niet weten is dat we ons vanaf het begin ook hebben ingezet voor cultuureducatie op de pabo's. Vanuit het idee dat cultuureducatie in de basisschool op de pabo begint.

In 2001 startte het kersverse Cultuurnetwerk in opdracht van OCW met de uitvoering van onderdelen van het landelijke beleidsprogramma Cultuur en School. Bij de pabo's was het doel cultuureducatie te versterken. De eerste jaren stonden in het teken van uitwisseling, visievorming, samenwerking en verankering van cultuureducatie in de pabo's. Vanaf 2006 verdiepten we ons met de pabo's in de kwaliteit van cultuureducatie in de lerarenopleiding. We ontwikkelden samen het Handboek voor cultuureducatie en de Cultuurmonitor Pabo. Hiermee konden pabo's cultuureducatie koppelen aan beroepstaken en competenties van aankomende leraren. Ook werd de cursus icc door veel pabo's ingebed in minoren.

Een aantal pabo's werkt met subsidie van het ministerie in cultuurwerkplaatsen waarin zij specifieke vraagstukken uit de praktijk onderzoeken. Zo keek de pabo van de Hanzehogeschool Groningen naar de rol van de leraar bij cultuureducatie in een krimpgebied. Op de Iselinge Hogeschool in Doetinchem ontwikkelde de academische pabo lesmateriaal waarin kunst en filosofie samenkomen. En de Academie voor educatie in Vlissingen draagt met de cultuurwerkplaats bij aan de ontwikkeling van een Kinderkunstweek in heel Zeeland. En dankzij onze bijeenkomsten is er in tien jaar tijd een hecht kennisnetwerk ontstaan waarin wij van elkaar leren. De voortgang daarvan kun je op Cultuurplein volgen.

Twee termen staan en stonden steeds centraal: de leraar als cultuurdrager en als cultuuroverdrager. Want voordat je als leraar in kunst- of erfgoedonderwijs kunt onderwijzen, moet je je eigen culturele bagage kennen. Je hoeft deze vakken niet zelf diepgaand te beheersen, daarvoor zet je collega's of partners in, maar je moet wel de waarde van kunst en cultuur ervaren hebben. Goede cultuureducatie staat of valt met de houding van de leraar. Ik was dan ook blij dat de staatssecretaris sterk in wil zetten op cultuureducatie in de basisschool en op pabo's. Wij werken daar verder aan, samen met de pabo's, en niet alleen nu maar ook straks in ons nieuwe kennisinstituut.

Voor discussie over wat leraren in hun opleiding moeten meekrijgen, zie het Netwerk Cultuuredcuatie op LinkedIn.

vrijdag 4 november 2011

Bepaalt de school de kwaliteit van cultuureducatie?

Maandagmiddag gespreksleider van een discussiebijeenkomst voor genodigde culturele instellingen. Onderwerp was de kwaliteit van cultuureducatie én een kwaliteitskader om die kwaliteit te toetsen. Claudy Oomen – van Oberon - was duidelijk in haar verhaal: 'Meet je kwaliteit om die te verbeteren en gebruik het kwaliteitskader als instrument voor zelfevaluatie'.

De referenten vertelden daarna kort wat zij van het kwaliteitskader vonden. Vanuit haar ervaring als cultureel partner van Amsterdamse scholen accentueerde Karlien Pijnenborg van de Toneelmakerij, het belang van duurzame samenwerking met scholen. Noortje Driessen van de Tilburgse basisschool Bibit hecht aan goede afspraken met culturele instellingen over inhoud en opbrengst. En Teunis IJdens van Cultuurnetwerk Nederland houdt de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van een cultuureducatieve activiteit.

Aan de hand van stellingen, stemmingen en op scherm geprojecteerde stemuitslagen discussieerden we, met een kleine vijftig deelnemers, betrokken en gedreven over dit onderwerp. Ter illustratie enkele voorbeelden van de stellingen: 'Een culturele instelling die aan alle indicatoren van het kwaliteitskader voldoet, moet een kwaliteitskeurmerk krijgen'. Of: 'Dit kwaliteitskader moet culturele instellingen dwingen de kwaliteit van cultuureducatie voor het onderwijs te verbeteren.' En als laatste: 'Er had beter een kwaliteitskader cultuureducatie voor het onderwijs ontwikkeld kunnen worden'. U begrijpt dat het meningsverschil dan groot kan zijn. Over één stelling was bijna iedereen het eens: 'Dit kwaliteitskader inspireert culturele instellingen om werk te maken van kwaliteit'.

De monitoren cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs concludeerden dat het de goede kant op ging. Er is echter ook kritiek op die kwaliteit. In het Jaarboek 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie schreef Ton Bevers: hoe kun je de kwaliteit verbeteren als er niet meer lesuren zijn. Als er in het basisonderwijs steeds minder vakleerkrachten zijn. En als de deskundigheid van de groepsleerkracht voor de kunst- en erfgoedvakken niet optimaal is. Dat klopt allemaal, maar aan de andere kant weten we natuurlijk niet hoe het echt met de kwaliteit van het cultuuronderwijs gesteld is, omdat we niet weten wat er in de les zelf gebeurt.

Dat goede cultuureducatie van groot belang is, spreekt voor zich. Dat die kwaliteit het best te beoordelen is door onderwijsprofessionals zelf is minder vanzelfsprekend. Wat mij maandag opviel is dat culturele instellingen vooral de wow-ervaring belangrijk vinden: de vonk die oplicht tussen kunstwerk en leerling, tussen activiteit en lerende. Het is mooi als dat gebeurt, maar ook zonder deze voorwaarde kunnen en moeten leeropbrengsten gerealiseerd worden.

Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling, met als uitgangspunt het onderwijs, het onderwijsleerplan en de onderwijspraktijk. Vervolgens komt de vraag of, wat en hoe externe organisaties, zoals culturele instellingen, kunnen bijdragen aan de kwaliteit van cultuureducatie.

Vandaar dan ook dat ik nieuwsgierig ben naar het oordeel van de scholen over dit kwaliteitskader.

Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 28 oktober 2011

Cultuureducatieveld in Vlaanderen

Goed nieuws over cultuureducatie uit Vlaanderen; en daar word ik blij van! Terwijl heel België op een regering wacht, timmert Vlaanderen aan zijn cultuur- en cultuureducatiebeleid. Sinds haar aantreden is Joke Schauvliege, minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur, met deskundigen uit de culturele sector in gesprek over haar beleid. Via het zogenoemde Cultuurforum 2020 zijn er bijeenkomsten met diverse werkgroepen, waaronder een voor cultuureducatie.

Niet alleen startte Schauvliege dit forum, ook gaf zij vanuit haar beleid opdracht tot de studie 'Veldtekening cultuureducatie'. Toen ik die in handen kreeg, bladerde ik eerst wat, maar begon al snel geboeid te lezen. Het is een degelijke, beschrijvende studie die uitgaat van de vraag: 'welke spelers bieden cultuureducatie aan in een niet-formele context, en hoe doen ze dat?' Vanuit de aanbodkant gaat de publicatie in op een groot aantal onderwerpen, zoals de maatschappelijke voedingsbodem voor cultuureducatie, de groei van cultuureducatief aanbod, de zich ontwikkelende netwerken, de opleiding van leraren, en de op handen zijnde veranderingen van het deeltijdskunstonderwijs (te vergelijken met onze lokaal gesubsidieerde instellingen voor kunsteducatie).

De integrale studie met onderzoeksresultaten, SWOT-analyse, conclusies en aanbevelingen vormt de basis voor een nog te verschijnen beleidskader cultuureducatie van de ministers Joke Schauvliege (cultuur) en Pascal Smet (onderwijs). Het lijkt me dat zij voor scholen snel een oplossing moeten vinden voor de wettelijk vastgestelde 'maximumfactuur': voor het organiseren van activiteiten mogen scholen ouders om een bijdrage vragen. Die bijdrage mag echter niet hoger zijn dan een wettelijk vastgesteld maximumbedrag. Scholen en leerkrachten zijn daardoor terughoudender dan ze zouden willen als het gaat om het organiseren van culturele en educatieve activiteiten.
Wat mij dan positief stemt is de grote aandacht voor cultuureducatie in de cultuur- en jeugdsector en de plaats ervan in het Vlaamse culturele bestel (56,8% van de instellingen werkt daaraan). En ook dat er in de nabije toekomst meer instellingen dan nu al het geval is cultuureducatie willen aanbieden (65,1%). Wel valt me op dat er maar weinig informatie- en expertise-uitwisseling is, ondanks dat negen van de tien instellingen met een cultuureducatief aanbod met elkaar samenwerken.

Veel aanbevelingen die ik lees, zie ik ook terug in de junibrief van Halbe Zijlstra aan de Kamer, zoals aandacht voor het onderwijs, professionalisering van de educatiefunctie van culturele instellingen, uitwisseling van informatie en kennis, en aandacht voor evaluatie en monitoring van de kwaliteit van cultuureducatieve processen. Naast meer geld, een wens van bijna elke sector, wil de cultuursector voorts een expertisenetwerk oprichten om van elkaar te leren. De LinkedIn groep die Cultuurnetwerk Nederland modereert wordt daarbij als voorbeeld aangehaald.

Ik vind het meer dan de moeite waard om het ene beleid eens met het andere te vergelijken. Wat doen wij goed, wat doet Vlaanderen beter en wat kunnen we nog meer van elkaar leren voor een cultuur(educatie)rijke toekomst? Reacties van Nederlandse en Vlaamse zijde zijn welkom!

Zie voor reacties het Netwerk Cultuureducatie op Linked In.

vrijdag 21 oktober 2011

Wat is goede cultuureducatie?

Wanneer is er sprake van goede cultuureducatie? Wanneer kun je zeggen dat cultuureducatie resultaat heeft. En wat is dan dat resultaat? Essentiële vragen voor culturele instellingen met een educatief aanbod.

Hardop denkend lijken cultuureducatieve activiteiten geslaagd als deelnemers er ook wat van leren en dit positief waarderen. Dus vragen culturele instellingen daarnaar bij hun deelnemers. Maar om gefundeerd vast te stellen wat de kwaliteit van cultuureducatie is en hier grip op te krijgen, dat is een stuk complexer. Natuurlijk is dit ook voor de subsidiegever van belang, zoals het ministerie van OCW. Het ministerie vroeg onderzoeksbureau Oberon dan ook na te gaan hoe gesubsidieerde culturele instellingen invulling geven aan cultuureducatieve activiteiten voor scholen en wat de indicatoren zijn voor de kwaliteit daarvan. Op grond van de onderzoeksuitkomsten verdeelde Oberon de indicatoren in drie categorieën: randvoorwaarden die goede cultuureducatie mogelijk maken, inhoudelijke karakteristieken van de activiteiten en tot slot de opbrengsten ervan.

Uit een enquête die Oberon dit jaar hield onder gesubsidieerde culturele instellingen blijkt dat zij voor een deel andere prioriteiten stellen dan Oberon formuleert en ook andere dan bovengenoemde indicatoren bepalend vinden voor de kwaliteit van hun educatieve aanbod. Daarnaast verklaart een aanzienlijk deel van de respondenten dat sommige van de indicatoren niet van toepassing zijn.
Het meest positief zijn de instellingen over de opbrengsten van hun educatieve activiteiten. Passie en plezier teweegbrengen voor kunst en cultuur vinden verreweg de meeste instellingen het belangrijkst. Van de randvoorwaarden beoordelen ze de professionaliteit en inbreng van hun medewerkers het meest positief. Ongeveer de helft van de instellingen beoordeelt de eigen inhoudelijke kwaliteit als goed. Aansluiten bij de doelgroep en het bieden van een podium zien de meeste instellingen als inhoudelijk het belangrijkst.

Werken aan de kwaliteit van eigen educatieve activiteiten is natuurlijk voor alle culturele instellingen van belang. Dit geldt in verhevigde mate voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur, omdat zij in hun subsidieaanvragen voortaan duidelijk moeten maken op welke manier zij binnenschoolse cultuureducatie vormgeven. En volgens staatssecretaris Zijlstra is dat een zwaarwegend beoordelingscriterium. Instellingen moeten zich dan de vraag stellen: doen we de dingen die we doen ook goed?

Dit kwaliteitsvraagstuk staat centraal op de discussiebijeenkomst 'Kwaliteit van cultuureducatie'die Cultuurnetwerk Nederland samen met Kunstfactor binnenkort op verzoek van OCW organiseert voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur. Leidraad daarbij vormt 'Kwaliteitskader cultuureducatie door culturele instellingen' van Oberon dat binnenkort verschijnt.

Natuurlijk kan iedereen die er op 31 oktober niet bij is - hier of op LinkedIn - een waardevolle bijdrage leveren aan de discussie!

Zie voor meer discussie over de kwaliteit van cultuureducatie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 9 september 2011

Wie doet wat?

Een felle slagregen, helledonder en bliksem, iedereen doornat en tot op het bot verkleumd. En dat in Heilig Landstichting waar we samen met Kunstfactor twee weken geleden het seizoen startten met de werkconferentie 'Wie doet wat?'. Gelukkig is het die dag nog goed gekomen. Zowel met het weer als met de geestdrift van de deelnemers.

Centraal in de discussie stonden de culturele loopbaan en de actieve en reflectieve cultuurdeelname in de levensloop. Hoe geven kinderen, jongeren en volwassenen vorm aan hun cultuurdeelname? Wat hebben zij daarvoor nodig? Maar ook, wie is daarvoor verantwoordelijk en wie zijn erbij betrokken? Je kon goed merken dat iedereen fris van vakantie terug was. Levendig dacht de zaal na over deze complexe vraag, met veel gelach, stevige uithalen en heldere statements.
We spraken over de verantwoordelijkheden van de overheden ten aanzien van de culturele infrastructuur die nodig is om vorm te kunnen geven aan zo'n loopbaan. Over het belang van goed onderwijs in de kunstvakken en over de kwaliteit van cultuureducatie in en buiten de school. En ook natuurlijk over het toezicht op kerndoelen en eindtermen. Hoe zorg je ervoor dat scholen doen wat ze beloven. Bijna alle scholen hebben hun visie op cultuureducatie immers schriftelijk vastgelegd, met beloftes over het vergroten van kennis en vaardigheden op het gebied van kunst en cultuur, over de deelname aan kunst en cultuur buiten school en over talentontwikkeling.

Welk aspect van de culturele loopbaan we ook bespraken, we waren het erover eens dat een (lokale) culturele infrastructuur hard nodig is, niet alleen voor het onderwijs, maar zeker ook voor het leven na de schooltijd. Toch, vaak blijven we in onze eigen beelden steken. We vroegen Erik Lenselink van NOC*NSF dan ook om te vertellen hoe het er in de sportsector aan toe gaat. Anders dan voor de culturele sector wordt de rijkssubsidie voor de sportsector verhoogd. Zijn advies is: zorg dat de hardware (accommodatie), de content (het aanbod) en de software (begeleiding) in balans zijn en dat de financiering daarvan ook helder is. In de sportwereld zijn de accommodaties voor het merendeel de verantwoordelijkheid van de gemeenten, het aanbod is de verantwoordelijkheid van de sportbonden en de begeleiding is een gedeelde verantwoordelijkheid. Zijn analyse van de doorsnee sportieve loopbaan laat voorts zien waar extra inspanningen nodig zijn: bij het tegengaan van uitstroom van sportdeelname onder jongeren (12-18 jaar), voor een sportief aanbod voor jongvolwassenen dat past in hun drukke bestaan met gezin en carrière in opbouw, en om senioren te verlokken te sporten. Verder mag de basis nog steviger en moet elke basisschoolleerling aan sport doen (dat is nu 87%).

En nu wij! Nu zijn wij aan zet om eensgezind werk te maken van de culturele loopbaan van iedereen. Ieder heeft immers het recht om 'vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap en om te genieten van kunst'. En dat bevorderen wij – nu en straks - graag.

Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 1 juli 2011

Volop cultuur

Deze week was het een drukke week met volop cultuur. Het begon maandag met het matte debat in de Tweede Kamer over het cultuurbeleid. Terwijl buitenshuis de energie sidderde, bleef de Kamer keurig overleg voeren in drie termijnen. Met een staatssecretaris die onaangedaan vertelde mee te leven met de ontwikkelingen, en tegelijkertijd volhield het kabinetsbeleid uit te moeten voeren. En ook gisteren binnenskamers weinig emoties, ondanks het feit dat Zijlstra de 29 moties die op de kameragenda stonden, bij voorbaat allemaal ontraadde.

Dinsdag forumlid in een middagconferentie over de provincies en hun cultuurbeleid, georganiseerd door de BMC-Groep. Eigenlijk een vervolg op het bezuinigingsoverleg van maandag, maar dan vanuit de provincies bezien, want die bezuinigen net zo goed - minder of meer - op cultuur. In Zuid-Holland bijvoorbeeld is het echt raak. Het coalitieakkoord meldt dat de provincie van plan is de autonome taken op het gebied van cultuurparticipatie en -educatie geheel af te bouwen. Begrijpelijk dat Margriet Gersie, directeur van Kunstgebouw, zich daar tegen verzet en probeert de gedeputeerde Han Weber op een ander spoor te krijgen. Als de bezuiniging in Zuid-Holland doorgaat kunnen 135.000 leerlingen in kleine gemeenten niet meer genieten van provinciale programma's als Kunstmenu, Kunst in uitvoering en Kunst op school. En daar ga je dan met het sterk ingezette rijksbeleid voor cultuureducatie van onze staatssecretaris. Als de provincies en gemeenten daar geen vervolg aan geven is het de vraag hoe je samen met de scholen het cultuureducatiebeleid het best vorm geeft.

Woensdagmorgen werd eindelijk het convenant getekend tussen het HBO-kunstonderwijs en de sector amateurkunst en kunsteducatie. Daar is al enkele jaren door Kunstfactor en het hoger kunstonderwijs aan gewerkt met als doel de verbinding tussen het onderwijs en de beroepspraktijk te versterken. Een belangrijke stap om de kwaliteit van docenten en artistiek kader te vergroten en meer passend te maken voor het beroepsveld waarin zij straks werken. Ik ga ervan uit dat we in ons nieuwe kennisinstituut aandacht voor dit onderwerp blijven houden, zeker ook omdat het beroepsveld voor kunsteducatie - binnen- en buitenschools - en amateurkunst flink zal veranderen.

Gisteravond de onontkoombare musical van mijn jongste zoon die na de zomer naar het Tilburgse Theresialyceum gaat. Hij had een flinke rol en was er ook al weken mee bezig. En, eindelijk, vond hij naar school gaan leuk!

vrijdag 24 juni 2011

Cultuureducatie met kwaliteit


Gisteren vond alweer de vijfde editie van de Conferentie Onderzoek in Cultuureducatie plaats, dit jaar in samenwerking met het lectoraat Kunsteducatie van de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht. Met deze conferentie biedt Cultuurnetwerk Nederland de diverse groepen onderzoekers in kunst- en cultuureducatie een plek om elkaar te ontmoeten. En geïnteresseerden in het werkveld krijgen de kans kennis te nemen van recent onderzoek.

Het was gisteren een extra feestelijke dag omdat de Max van der Kamp Scriptieprijs voor de beste masterscriptie op het gebied van cultuureducatie voor de tweede maal is uitgereikt. De gelukkige winnaar is Hilde Braet (VU Brussel) met een scriptie over de inzet van fotografie voor educatie. Zij onderzoekt hoe fotografie een bijdrage kan leveren aan emancipatorische processen, weerbaarheid en welbevinden. Volgens de jury 'een originele en overtuigende scriptie, die bruikbaar is voor verschillende groepen en zelfs de potentie heeft het veld anders te laten nadenken!'

Om u een beeld te geven van de veelheid aan onderwerpen die verder aan bod kwamen op deze dag, heb ik, geholpen door de techniek, een kleine tekstanalyse gemaakt van de inhoud van de verschillende sessies. Het resultaat ziet u als beeld hierboven. Wat opvalt, naast de aandacht voor muziek, is de grootte van het woord kwaliteit. En er was gisteren inderdaad veel aandacht voor vakinhoud en kwaliteit. Zo ontwikkelde Bureau Oberon - samen met praktijkexperts - een 'basisset kwaliteitsindicatoren', een theoretisch instrument dat culturele instellingen helpt om de kwaliteit van activiteiten te beoordelen. Ook werd er onderzoek gepresenteerd dat liet zien hoe verschillend leken en experts kwaliteit beoordelen, en was er een sessie over hoe beleid, gericht op duurzame relaties tussen scholen en culturele instellingen, kan bijdragen aan de kwaliteit en verankering van cultuureducatie. En natuurlijk werd er gediscussieerd, bijvoorbeeld over de vraag of de kwaliteit van cultuureducatie eigenlijk te meten is en wat de rol van de onderzoeker is bij het onderzoek hiernaar.

Staatssecretaris Zijlstra, die onlangs een programma Cultuureducatie met kwaliteit aankondigde, heeft dus over belangstelling van onderzoekers voor het onderwerp niets te klagen.

Een deel van de door hem gevraagde onderzoeksagenda cultuureducatie en amateurkunst ligt ook al klaar. Deze is zeker niet alleen belangrijk voor de beleidsontwikkeling, maar juist ook voor de kwaliteit van de kunsteducatiepraktijk op school en daarbuiten. Wij organiseren in december van dit jaar een werkconferentie om de onderzoeksagenda cultuureducatie van 2008 te evalueren. De conferentie is bestemd voor onderzoekers, onderwijsprofessionals, beleidsmakers en opdrachtgevers. Tijdens diezelfde conferentie wordt ook een start gemaakt met het gesprek over de kennisagenda cultuureducatie en amateurkunst voor de periode 2013-2016. Het nieuwe kennisinstituut is al aan het werk!

Zie ook de discussie over het meten en beoordelen van de kwaliteit van cultuureducatie op het Netwerk cultuureducatie op LinekdIn.

vrijdag 17 juni 2011

Meer dan kwaliteit alleen


Vrijdag voor Pinksteren stuurde staatssecretaris Zijlstra zijn hoofdlijnenbrief naar de Tweede Kamer. Zaterdag stonden alle kranten er vol mee, en ook dinsdag na Pinksteren werd er nog flink aandacht aan geschonken. Niet alleen waren er heftige reacties op de desastreuze bezuinigingsslag van 200 miljoen maar vooral ook was er wrevel over de vormelijke, onaandoenlijke houding van de boodschapper. De vereniging voor Kunst, Cultuur en Erfgoed, Kunsten 92, roept de regering dan ook op dit cynische, destructieve beleid van de staatssecretaris een halt toe te roepen. Beperk de bezuinigingen, zorg voor een aanvullend en stevig instrumentarium en neem geen onomkeerbare beslissingen alvorens de gevolgen in beeld te hebben gebracht, aldus Kunsten 92.

Naast robuuste kortingen en een flink aantal subsidiestopzettingen is er in Zijlstra's brief 'Meer dan kwaliteit' ook een lichtpuntje te vinden. Tenminste, bezien vanuit het oogpunt van cultuureducatie. Niet eerder immers schonk een beleidsbrief zoveel integrale aandacht aan cultuureducatie. En die ferme regie valt op in een tijd waarin beleidszaken zo makkelijk 'teruggegeven' worden aan de samenleving.
De staatssecretaris rechtvaardigt deze aandacht voor cultuureducatie door te wijzen op het belang hiervan voor de persoonlijke ontwikkeling van kinderen en jongeren en voor de creativiteit van onze samenleving als geheel. Het kabinet wil kinderen en jongeren op het gebied van cultuur een stevig fundament bieden. Voorwaarden daarvoor zijn een goede verankering van cultuureducatie in het onderwijs en aandacht voor cultuureducatie bij alle culturele instellingen, landelijk en lokaal.

Met name in het primair onderwijs zullen scholen geholpen worden bij het concreet invullen van hun cultuureducatie-activiteiten. De Regeling versterking cultuureducatie (de € 10,90 per leerling per jaar) gaat door. En het is de bedoeling dat de Onderwijsinspectie thematisch onderzoek doet naar de plaats en het niveau van cultuureducatie in het onderwijs. Daarnaast moeten alle instellingen die voor rijksfinanciering in aanmerking willen komen in hun aanvraag beschrijven hoe zij met hun activiteiten kinderen en jongeren bereiken. Bovendien komt er landelijk tien miljoen euro per jaar beschikbaar als aanvullend geld voor cultuureducatie voor scholen, leraren en culturele instellingen.

Jammer dat het vooral de basisschoolleerlingen zijn die van dit 'lichtpuntje' profiteren. Een culturele loopbaan voor iedereen veronderstelt ook na de basisschool een grote inzet op cultuureducatie. Dat vraagt om 'meer dan de som', om 'kunst van leven' en om 'meer dan kwaliteit'. En dat vraagt ook om het voortbestaan van de Cultuurkaart, op welke manier dan ook, om de kwaliteit van cultuureducatie voor jongeren in het voortgezet onderwijs te versterken.

Zie ook de discussie over de inzet op cultuureducatie in de beleidsbrief van Zijlstra op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 10 juni 2011

Cultuurdeelname: gezond voor iedereen


De regering staat voor de opdracht miljarden te bezuinigen op vrijwel alle beleidsterreinen. Vandaag (10 juni) presenteert staatssecretaris Zijlstra zijn bezuinigingsplannen voor de culturele sector. De vraag is vooral óf en zo ja, hóe de culturele sector deze bezuinigingen zal overleven.
Van het antwoord hangt veel af, want ook nieuw onderzoek toont weer aan dat cultuur voor iedereen van belang is en - meer dan we tot nu toe wisten - bevorderlijk is voor de gezondheid van de mens.
Ik heb op deze plek al vaker
geschreven over het belang van cultuureducatie en van de deelname aan kunst en cultuur voor de kwaliteit van leven. We weten bijvoorbeeld dat community arts vitaminen kunnen zijn voor een wijk en dat een gezond cultureel klimaat bevorderlijk is voor de economie van een stad. Ook de ouderenzorg en verzorgingshuizen zetten kunst en cultuur steeds bewuster in om mensen actief en gezond te houden. Culturele activiteiten blijken steeds meer een factor van belang voor onze gezondheid. Het rapport Arts in Healthcare van de Society for the Arts in Healthcare in de USA (2009) noemt ongeveer tachtig onderzoeken, uitgesplitst naar muziek, beeldende kunst, vormgeving, dans, theater en literatuur. De resultaten wijzen allemaal in dezelfde richting: kunst heeft onmiskenbaar een positieve invloed op de genezing en de gezondheid van patiënten. Het herstel verloopt voorspoediger, zowel fysiek, mentaal als emotioneel.

Dat het effect van cultuurdeelname op gezondheid ook meetbaar is, blijkt ook uit een onderzoek onder 50.797 Noren, onlangs
gepubliceerd in de peer-reviewed Journal of Epidemiology and Community Health, het officiële blad van de Society for Social Medicine, De resultaten zijn opvallend. Vrouwen blijken tevredener te zijn met hun leven als ze naar sportevenementen en de kerk gaan. Met name sport geeft vrouwen een gezond gevoel. Mannen voelen zich gezonder als ze buiten bezig zijn, fysiek in actie komen en vrijwilligerswerk doen. En … mannen voelen zich ook gezonder als ze aan cultuur doen. Het maakt daarbij niet uit of het om een theatervoorstelling, expositie of concert gaat. 'Mannen blijken op het gebied van gezondheid meer baat te hebben bij verschillende culturele activiteiten dan vrouwen', concludeert Koenraad Cuypers, een van de onderzoekers.

Bij alle te maken beleidskeuzes - nu en in de toekomst - is er nu dus nóg een argument voor het behoud van een gezonde culturele sector: cultuureducatie en cultuurdeelname bevorderen overduidelijk ieders gezondheid.

Zie ook de discussie over het gezondheidsaspect van cultuurdeelname op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 15 oktober 2010

Inwerken voor kwaliteit onderwijs én cultuur


'Die combinatie van charme en onverzettelijkheid, daar kunnen weinig mensen tegenop.' ScienceGuide, het online nieuwsmagazine voor de kennissector, waarschuwt voor Marja van Bijsterveldt. Ik hou er wel van als charme en onverzettelijkheid samengaan, maar of deze persoonsgebonden strategie van de nieuwe minister van OCW voordelig uitpakt voor de toekomst van het onderwijs én de cultuur – ik heb er een hard hoofd in. Van Bijsterveldt zegt dat onderwijs haar hart heeft, maar hoe charmant en onverzettelijk is onze nieuwe minister als het gaat om cultuur?

Het CDA-verkiezingsprogramma was helder: 'Het CDA staat voor een overheid die condities schept voor kunst en cultuur, kwaliteit verhoogt en zorgt voor spreiding en toegankelijkheid.' En: 'Cultuur(geschiedenis) in het onderwijs is vanzelfsprekend. Het CDA is voorstander van actieve cultuurparticipatie en wil amateur- en volkskunst stimuleren.'

Cultuur(geschiedenis) in het onderwijs, volkscultuur, cultuurparticipatie en daarmee cultuureducatie zijn voor het CDA dus vanzelfsprekend... Dat wilde ik wel eens bevestigd zien op de pagina van (toen nog staatssecretaris) Van Bijsterveldt op de CDA-site. Ik klik door naar 'Thema's' en vind Onderwijs, Wetenschap en Cultuur. Dat ziet er veelbelovend uit. Maar als ik bij de laatste twee thema's helemaal geen tekst vind, zakt de moed me in de schoenen. Of moet ik zeggen in de klompen? Het beeld bij het thema Cultuur is een foto van vier paar klompen, aflopend van groot naar klein. Misschien is het maar goed dat cultuur in de portefeuille van staatssecretaris Halbe Zijlstra (VVD) terecht is gekomen. Het gaat Halbe immers om één ding: de kwaliteit. Iedereen moet volgens hem een kans krijgen, zonder dat iedereen per se hetzelfde niveau hoeft te bereiken.

Het is mij duidelijk, hij krijgt de kans. Vandaar mijn voorstel onze nieuwe minister en staatssecretaris goed in te werken. Bij Cultuurnetwerk Nederland zijn zij van harte welkom voor een spoedcursus cultuureducatie, wie helpen er verder mee aan hun inwerkprogramma?