Posts tonen met het label school. Alle posts tonen
Posts tonen met het label school. Alle posts tonen

vrijdag 24 augustus 2012

Kennisinstituut voor een slim en fatsoenlijk Nederland

Vakantie achter de rug en kranten bij het oud papier. Zaterdag de eerste krant die ik met aandacht lees. Argeloos valt mijn blik op 'Nederland wordt steeds dommer', en scan ik woorden als Raad voor Cultuur, kunst en cultuur, en cultuureducatie.

Mathieu Weggeman, nog geen jaar lid van de Raad voor Cultuur, zond een rommelig opiniestuk naar de Volkskrant, die dit nog plaatste ook. Hij stelt vast dat domheid en onfatsoen in Nederland eerder regel dan uitzondering zijn. Ons beschavingsniveau holt achteruit en daar moet iets aan gebeuren! Zijn oplossing: cultuureducatie. Met in het onderwijs veel meer tijd en aandacht voor de kunstvakken, ga je domheid en onfatsoen te lijf, aldus het raadslid. Waar hij zijn uitlatingen op baseert weet ik niet. Net zo min als zijn conclusie dat er weinig dichters, beeldhouwers of violisten in de cel zitten, omdat reflectie op kunst en cultuur onfatsoenlijk gedrag vermindert. Mogelijk zitten er ook weinig groenteboeren en bakkers in de gevangenis, maar daar trek ík geen conclusies uit...

Opnieuw wordt het belang van kunst- en cultuurvakken in het onderwijs onderstreept, maar nu wel vanuit een heel merkwaardige optiek. Gek eigenlijk, als je dit vergelijkt met wat onlangs diezelfde Raad voor Cultuur – samen met de Onderwijsraad – adviseerde: 'Cultuureducatie hoort thuis in het hart van het onderwijs: daar moet een fundament worden gelegd voor de culturele ontwikkeling van kinderen'. Woorden als (on)fatsoen en dom(mer) komen in dit belangwekkende betoog niet voor.

Het is natuurlijk fijn dat Weggeman opkomt voor het belang van de kunstvakken. Maar dan wel graag met argumenten die met onderzoek zijn onderbouwd. Leerlingen moeten zich scholen in meerdere symbooltalen. Naast taal en wiskunde zijn de kunstvakken dat. Zij leren mede daarmee ideeën over zichzelf en de wereld uit te drukken, verwerven kennis en inzicht in geschiedenis en betekenis van kunst en cultuur, en leren daarop te reflecteren. Kunstvakken dragen ook bij aan cognitieve en sociale vaardigheden, zoals voorstellingsvermogen, divergent denken, waarneming, presenteren en samenwerken. Kunstvakken dragen bij aan innovatief denken en creatief oplossen van problemen en zijn daarmee voorwaardelijk voor een kenniseconomie. Ook bevorderen ze de prestaties bij andere vakken, zoals de positieve effecten van drama op het taalgebruik, en van muziek en beeldende vorming op het ruimtelijk inzicht en het meetkundig denken. We pakken het dan ook breed aan en willen in de school én in de BSO kunst en cultuur een zinvolle plaats geven.

Terug nu naar het opiniestuk. Als kunst en cultuur de oplossing zijn om onfatsoen en domheid tegen te gaan, dan is ons kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst bij uitstek hét instrument voor een slimmer en fatsoenlijker Nederland. En zo heb ik dat nog nooit bekeken....

vrijdag 25 mei 2012

UNESCO, overheden en kunsteducatie met kwaliteit

Maandag. Lekker druk in de Amsterdamse Rode Hoed met ruim honderd enthousiaste mensen in de zaal. Het onderwerp: 'Kunst- en cultuureducatie van kwaliteit' en 'Wat is de rol dan van de overheid?'. Waarom? We organiseerden het symposium om het vrijblijvende karakter waarmee kunstlessen wel gegeven worden aan de orde te stellen. Onze partners: UNESCO Nederland, Fonds voor Cultuurparticipatie en Jeugdcultuurfonds.

Dat alle Nederlandse kinderen op school les krijgen in tekenen, schilderen of muziek weten we. Ook dat ze soms drama- of danslessen krijgen. En dat de lessen op de basisschool moeten voldoen aan de kerndoelen kunstzinnige oriëntatie. Wat de inhoud van die lessen is en of die ook kwaliteit hebben weten we in veel gevallen niet. Maar net zo goed als het bij rekenen en taal om leeropbrengsten gaat, moet het daar bij de kunstlessen ook om gaan.

Een van de inleiders, Anke van Kampen van UNESCO Nederland, ziet de kwaliteit van kunsteducatie als een drieslag. De school moet zorgen voor vakdeskundigheid van de groepsleerkracht, de culturele instellingen voor kunstaanbod op maat en de gemeente voor de regie en voor facilitering in de vorm van icc'ers en combinatiefunctionarissen of subsidies. Tenminste, als die culturele instellingen binnenschoolse educatie serieus nemen, zoals Zijlstra ook eist van landelijk gesubsidieerde instellingen.

Er waren drie referenten: Floor Ockers - Teldersstichting (VVD), Frans Becker - Wiardi Beckmanstichting (PvdA) en Edwin van Meerkerk - Radbouduniversiteit Nijmegen. Floor stelt dat kunstonderwijs in deze tijd van economische schaarste kinderen moet leren hun creativiteit te ontwikkelen waardoor zij ook andere competenties verwerven en nieuwe paden durven inslaan. Creativiteit en actieve kunstbeoefening moeten een centralere rol krijgen in het curriculum: 'Geef kinderen een stuk hout en laat ze een beeld maken, zonder spijkers, zonder hamer of wat dan ook'. Frans legt het accent op het vakmanschap van de leerkracht: 'Maak de leerkracht deskundiger, er zijn teveel kunstenaars die ik zeker niet voor de klas zou willen zien', en 'hervorm op basis van goede praktijkervaringen'. Belangrijk voor kwaliteit zijn stimulansen van gemeenten, aldus Edwin: 'Per slot van rekening speelt kunsteducatie zich af op het gemeentelijk niveau.' Gemeenten moeten zich verantwoordelijk weten voor de kwaliteit van kunsteducatie en daarover overleg voeren met scholen en culturele instellingen. Zij moeten bekijken welke instelling er toe doet en of die de scholen ook het best bereikt. Zulke instellingen moet je ten koste van alles in stand zien te houden. Er wordt nu teveel afgebroken wat tientallen jaren heeft gekost om op te bouwen en dat geldt, aldus Frans, ook voor de Cultuurkaart.

De zaal discussieert flink mee en vindt dat leerkrachten ervoor moeten zorgen dat kinderen van kunst gaan houden, dat ze ervoor gaan! Maar, denk ik dan, als kinderen rekenen niks vinden dan moeten ze dat toch gewoon leren. Geldt wat voor rekenen geldt, niet net zo goed voor alle andere vakken?

Voor discussie over leeropbrengsten kunstlessen, zie Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 3 februari 2012

Cultuureducatie met kwaliteit

Vorige week donderdag in basisschool De Rietkraag in Nieuwkoop, een landelijke gemeente in Zuid-Holland. In de speelzaal een kring met muziekmakende kinderen en op de rij daarachter een aantal meelevende en observerende dames en heren. De school doet mee aan het Samsamsamba-project van Kunstgebouw. De Kunstgebouwmuziekdocent doet het goed. De kinderen zijn geïnteresseerd en spelen samen geconcentreerd sambaritmes op instrumenten als snaredrum, conga, kokiriko, bongo en claves. Zij leren een heleboel. Ik, op de achterste rij, kijk, luister, word vrolijk en leer ook.

We waren uitgenodigd door Kunstgebouw, de provinciale organisatie voor kunst en cultuur, om met elkaar te spreken over de kwaliteit van cultuureducatie. En Kunstgebouw had het goed voor elkaar. De directeur van de school was er, de wethouder was er en de bovenschools manager was er. Verder de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur, OCW en het Fonds voor Cultuurparticipatie. En ik.

De discussie spitst zich toe op de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen. 'Vroeger werden leerkrachten er veel beter voor opgeleid', aldus de schooldirecteur. 'Nu moeten ze het op de pabo met veel minder vakuren doen. Bovendien ontbreekt een passende basisschoolmethode voor muziek en beeldende vorming. Als je die hebt kun je tenminste ook zorgen voor een goede vakinhoudelijke opbouw van de ene groep naar de andere.' De school wil graag, maar kan dit niet alleen.
Wij willen eraan meewerken dat de school het straks beter kan. En dan graag wel samen met andere organisaties zoals Kunstgebouw, het Fonds voor Cultuurparticipatie, Pabo's, culturele instellingen en het kunstvakonderwijs. Want in Nieuwkoop zag ik weer eens aan den lijve waarom kunstvakken in de school zo belangrijk zijn en wat ze teweeg kunnen brengen.

Woensdag leverden wij ons beleidsplan 2013-2016 in bij het ministerie van OCW. Cultuureducatie in het onderwijs is voor ons een speerpunt. Naast de aandacht voor de leerkracht en voor de inhoud van de schoolvakken willen we de kwaliteit van het kunstaanbod op school stimuleren en verbinden met de buitenschoolse kunsteducatie en amateurkunst. Vanaf volgend jaar werken wij – Cultuurnetwerk Nederland en Kunstfactor - daar samen aan, gefuseerd in het kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst.

Voor meer discussie over de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 16 december 2011

Het staat of valt met de leraar

Ons jubileumjaar is bijna voorbij. Het was vooral een jaar van hard werken en vooruit kijken; naar het nieuwe kennisinstituut voor cultuureducatie én amateurkunst. Toch keek ik af en toe ook trots stiekempjes terug. Terecht, als ik de meningen hoor van de geïnterviewden in de filmpjes op onze website. En, wat mensen misschien niet weten is dat we ons vanaf het begin ook hebben ingezet voor cultuureducatie op de pabo's. Vanuit het idee dat cultuureducatie in de basisschool op de pabo begint.

In 2001 startte het kersverse Cultuurnetwerk in opdracht van OCW met de uitvoering van onderdelen van het landelijke beleidsprogramma Cultuur en School. Bij de pabo's was het doel cultuureducatie te versterken. De eerste jaren stonden in het teken van uitwisseling, visievorming, samenwerking en verankering van cultuureducatie in de pabo's. Vanaf 2006 verdiepten we ons met de pabo's in de kwaliteit van cultuureducatie in de lerarenopleiding. We ontwikkelden samen het Handboek voor cultuureducatie en de Cultuurmonitor Pabo. Hiermee konden pabo's cultuureducatie koppelen aan beroepstaken en competenties van aankomende leraren. Ook werd de cursus icc door veel pabo's ingebed in minoren.

Een aantal pabo's werkt met subsidie van het ministerie in cultuurwerkplaatsen waarin zij specifieke vraagstukken uit de praktijk onderzoeken. Zo keek de pabo van de Hanzehogeschool Groningen naar de rol van de leraar bij cultuureducatie in een krimpgebied. Op de Iselinge Hogeschool in Doetinchem ontwikkelde de academische pabo lesmateriaal waarin kunst en filosofie samenkomen. En de Academie voor educatie in Vlissingen draagt met de cultuurwerkplaats bij aan de ontwikkeling van een Kinderkunstweek in heel Zeeland. En dankzij onze bijeenkomsten is er in tien jaar tijd een hecht kennisnetwerk ontstaan waarin wij van elkaar leren. De voortgang daarvan kun je op Cultuurplein volgen.

Twee termen staan en stonden steeds centraal: de leraar als cultuurdrager en als cultuuroverdrager. Want voordat je als leraar in kunst- of erfgoedonderwijs kunt onderwijzen, moet je je eigen culturele bagage kennen. Je hoeft deze vakken niet zelf diepgaand te beheersen, daarvoor zet je collega's of partners in, maar je moet wel de waarde van kunst en cultuur ervaren hebben. Goede cultuureducatie staat of valt met de houding van de leraar. Ik was dan ook blij dat de staatssecretaris sterk in wil zetten op cultuureducatie in de basisschool en op pabo's. Wij werken daar verder aan, samen met de pabo's, en niet alleen nu maar ook straks in ons nieuwe kennisinstituut.

Voor discussie over wat leraren in hun opleiding moeten meekrijgen, zie het Netwerk Cultuuredcuatie op LinkedIn.

vrijdag 9 december 2011

Museumbezoek door kinderen

Onlangs presenteerde de Museumvereniging Kinderen en Museumbezoek. Staatssecretaris Zijlstra nam het onderzoeksrapport tevreden in ontvangst. Volgens hem spelen musea een sleutelrol bij cultuureducatie in het primair onderwijs, want museumbezoek is voor heel veel kinderen hun eerste kennismaking met de wereld van kunst en cultuur. Het is niet voor niks dat het rapport begint met: 'Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst.'

Jaarlijks krijgen musea 20 miljoen keer bezoek, waarvan 3,2 miljoen van kinderen in zowel gezins- als schoolverband. De Museumvereniging onderzocht of gratis toegang en vervoer tot meer gezins- en schoolbezoeken leidt. Dit blijkt niet het geval. Hoge kosten en een lastige bereikbaarheid zijn wel belemmerend voor een museumbezoek. Onderzoek van Drentse musea laat overigens zien dat gratis entree en gratis vervoer in die provincie wel degelijk leiden tot meer museumbezoek van basisschoolkinderen.

Wat kunnen musea doen om kinderen te verleiden vaker naar een museum te gaan? Onderzoekers brachten in kaart welke activiteiten kinderen tussen 4 en 12 stimuleren een museum te bezoeken. In rangorde gaat het om educatieve programma's voor het basisonderwijs (33%), speciale activiteiten tijdens vakanties en evenementen (21%), ondersteunend aanbod, zoals speurtochten en kinderrondleidingen (16%) en alle kinderactiviteiten en -producten die onder één 'merk' gepresenteerd worden, zoals Ridder Hoen in Kasteel Hoensbroek (11%). Het rapport geeft ook adviezen, hoewel die nogal voor de hand liggend zijn. Zo zal niemand schrikken van de boodschap dat musea met goed doordachte en uitgewerkte activiteiten meer kinderen en scholen trekken dan andere. En dat museaal-pedagogische uitgangspunten van belang zijn. Je doet kinderen er dus niet 'even bij'!

Scholen laten zich bij de keuze voor een museum primair leiden door inhoudelijke overwegingen: is de museumcollectie interessant, zijn de activiteiten op de kinderen gericht en sluiten die aan op ons lesprogramma? Scholen maken vaak gebruik van vervoer door ouders. Uit het onderzoek blijkt verder het belang van lokaal en regionaal ondersteunende instellingen omdat zij het aanbod van musea en de vraag van scholen succesvol bij elkaar brengen.

Het is leuk om dit rapport te lezen en af te zetten tegen mijn eigen ervaringen als voormalig directeur van het Osse Museum Jan Cunen. Met een gratis entree ontvingen we in de tachtiger jaren zo'n tienduizend kinderen en jongeren per jaar. Het vervoer regelden de scholen met de ouders. We kenden een onderwijsgroep waarmee we het museumprogramma vooraf doorspraken. En in aparte bijeenkomsten bereidden we samen met de leerkrachten de museumlessen voor. En zover ik weet doet het museum in Oss dit nog steeds zo!

Voor discussie over hoe musea meer kinderen en scholen kunnen trekken, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 18 november 2011

Kunsteducatie en leren

Leren, wat is dat eigenlijk? Een woord dat we snel in de mond nemen en dat vanzelfsprekend lijkt. Maar als iemand je vraagt wat je de afgelopen week geleerd hebt vereist dit toch enige denkkracht. In eerste instantie denken we bij leren vaak aan 'school'. Maar leren gebeurt overal; in alledaagse situaties thuis, op het werk of via de media. Binnen de kunsten zijn er vele verbanden waarin mensen informeel van elkaar leren. Educatie is daarentegen altijd doelgericht van aard. Leerprocessen worden bewust georganiseerd om kennis, inzicht en vaardigheden te vergroten.

Leerprocessen, veroorzaakt door kunsteducatie, krijgen nu veel aandacht. Met een nadruk op leren als creatief proces, waarbij leerlingen een onderzoekende geest ontwikkelen. Cultuurnetwerk Nederland en Toeval Gezocht organiseerden samen een drukbezochte bijeenkomst over de relatie tussen kunst en leren. Robbert Dijkgraaf gaf een presentatie over de combinatie verbeelding en wetenschap. Over hoe de briljante natuurkundige Richard Feynman een 'blikwisseling' doormaakte en een revolutie ontketende door de interactie tussen elektronen in simpele tekeningetjes vast te leggen, in plaats van ellenlange gecompliceerde berekeningen. Bert van Oers sprak over zijn opvatting van leren als blijvende kwalitatieve verandering van menselijk handelen. En van creativiteit als het bedenken van vragen en antwoorden, en het vermogen om nieuwe combinaties te maken. De docent is begeleider van het creatieve leerproces en relateert oplossingen van leerlingen aan bestaande kennis en denkbeelden. Een belangrijke conditie voor leren is volgens Van Oers dat betekenisvolle vragen van de leerling als startpunt genomen worden.

Dit laatste sluit direct aan bij authentieke kunsteducatie in het onderwijs. Een begrip dat door Folkert Haanstra tegenover 'schoolkunst' wordt geplaatst. Schoolkunst is kunst(beoefening) die alleen functioneel is binnen het instituut school en daarbuiten nauwelijks betekenis heeft . En dat komt in het onderwijs helaas nog te vaak voor! Bij het 'authentieke' in de kunsteducatie wordt zowel een verbinding gelegd met de persoonlijke inbreng van de leerling (puttend uit eigen kunstervaringen buiten school) als met de vaktaal van de professionele kunstwereld. Samen met het lectoraat Kunst- en cultuureducatie aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten organiseert Cultuurnetwerk Nederland aanstaande maandag een conferentie over authentieke kunsteducatie voor docenten, opleiders, onderzoekers en studenten. Genoeg stof tot nadenken, en mogelijkheden om te leren!

Voor discussie over (authentieke) kunsteducatie en leren, zie Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

Zoujuist verschenen: Cultuur + Educatie 31, geheel gewijd aan het thema Authentieke cultuureducatie.

vrijdag 4 november 2011

Bepaalt de school de kwaliteit van cultuureducatie?

Maandagmiddag gespreksleider van een discussiebijeenkomst voor genodigde culturele instellingen. Onderwerp was de kwaliteit van cultuureducatie én een kwaliteitskader om die kwaliteit te toetsen. Claudy Oomen – van Oberon - was duidelijk in haar verhaal: 'Meet je kwaliteit om die te verbeteren en gebruik het kwaliteitskader als instrument voor zelfevaluatie'.

De referenten vertelden daarna kort wat zij van het kwaliteitskader vonden. Vanuit haar ervaring als cultureel partner van Amsterdamse scholen accentueerde Karlien Pijnenborg van de Toneelmakerij, het belang van duurzame samenwerking met scholen. Noortje Driessen van de Tilburgse basisschool Bibit hecht aan goede afspraken met culturele instellingen over inhoud en opbrengst. En Teunis IJdens van Cultuurnetwerk Nederland houdt de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van een cultuureducatieve activiteit.

Aan de hand van stellingen, stemmingen en op scherm geprojecteerde stemuitslagen discussieerden we, met een kleine vijftig deelnemers, betrokken en gedreven over dit onderwerp. Ter illustratie enkele voorbeelden van de stellingen: 'Een culturele instelling die aan alle indicatoren van het kwaliteitskader voldoet, moet een kwaliteitskeurmerk krijgen'. Of: 'Dit kwaliteitskader moet culturele instellingen dwingen de kwaliteit van cultuureducatie voor het onderwijs te verbeteren.' En als laatste: 'Er had beter een kwaliteitskader cultuureducatie voor het onderwijs ontwikkeld kunnen worden'. U begrijpt dat het meningsverschil dan groot kan zijn. Over één stelling was bijna iedereen het eens: 'Dit kwaliteitskader inspireert culturele instellingen om werk te maken van kwaliteit'.

De monitoren cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs concludeerden dat het de goede kant op ging. Er is echter ook kritiek op die kwaliteit. In het Jaarboek 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie schreef Ton Bevers: hoe kun je de kwaliteit verbeteren als er niet meer lesuren zijn. Als er in het basisonderwijs steeds minder vakleerkrachten zijn. En als de deskundigheid van de groepsleerkracht voor de kunst- en erfgoedvakken niet optimaal is. Dat klopt allemaal, maar aan de andere kant weten we natuurlijk niet hoe het echt met de kwaliteit van het cultuuronderwijs gesteld is, omdat we niet weten wat er in de les zelf gebeurt.

Dat goede cultuureducatie van groot belang is, spreekt voor zich. Dat die kwaliteit het best te beoordelen is door onderwijsprofessionals zelf is minder vanzelfsprekend. Wat mij maandag opviel is dat culturele instellingen vooral de wow-ervaring belangrijk vinden: de vonk die oplicht tussen kunstwerk en leerling, tussen activiteit en lerende. Het is mooi als dat gebeurt, maar ook zonder deze voorwaarde kunnen en moeten leeropbrengsten gerealiseerd worden.

Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling, met als uitgangspunt het onderwijs, het onderwijsleerplan en de onderwijspraktijk. Vervolgens komt de vraag of, wat en hoe externe organisaties, zoals culturele instellingen, kunnen bijdragen aan de kwaliteit van cultuureducatie.

Vandaar dan ook dat ik nieuwsgierig ben naar het oordeel van de scholen over dit kwaliteitskader.

Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 14 oktober 2011

Stekkerkunsteducatie, makkelijker dan je denkt

Na hardware en software, maakte ik eind vorige week kennis met easyware, een vondst van Michiel Koelink, mediakunstenaar en docent. Software en hardware zijn meestal duur, compleet en complex en er rust vaak copyright op de bronnen. Easyware is het tegenovergestelde: het is gratis, makkelijk, onvolledig, en met vrij te gebruiken online bronnen. Het heeft een begrensd aantal functies en je raakt daardoor niet verdwaald in de technologie. Het daagt je uit de beperkte mogelijkheden ervan creatief toe te passen en vooral naar de inhoud van je werk te kijken. En omdat easyware online en gratis is, kan iedereen thuis verder werken aan de opdrachten.

Koelink was vrijdag 7 oktober een van de workshopleiders op het symposium Skills 21 Kunsten over kunstonderwijs en 21ste eeuwse vaardigheden. Het gebruik van media in de school zou volgens hem vanzelfsprekend moeten zijn. En toch besteden de meeste kunstvakdocenten hier weinig of geen tijd aan. Hij wijt dit aan angst onder de docenten. Veel docenten denken dat het gebruik van deze media moeilijk, complex en prijzig is. En dat is heel jammer, want ICT-vaardigheden horen thuis in het 21ste eeuwse onderwijs en dus ook in de kunstvakken. En dat vond niet alleen Koelink, maar ook onze keynotespreker Joke Voogt.

Hoe eenvoudig het easyware-werken is, bleek al snel toen we in de workshop zelf aan de slag gingen. Er bleken verschillende vormen van easyware zoals fotobewerkingsprogramma's, geluids- en videoprogramma's. Wij werkten met de video-editor van YouTube. De opdracht was simpel: zoek in de database van creative commons video's naar beeldmateriaal aan de hand van twee tegengestelde zoektermen. Gebruik vervolgens de editor om dit materiaal zo aan elkaar te monteren dat er een nieuwe betekenis ontstaat in de combinatie van die zoektermen.

En, het klopt: we zijn nauwelijks tijd kwijt geweest aan de techniek. Omdat je met de editor zo weinig kunt, word je gedwongen goed na te denken over wat je wilt verbeelden. De beeldende inhoud van de boodschap stond zo voorop. En dat was pittig, uitdagend en creatief, en tegelijkertijd verslavend. Gelukkig kunnen we thuis verder.

Een goede uitleg over de YouTube editor

Voor discussie over easyware, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 15 april 2011

Nieuwe media en spelen


Bent u geïnteresseerd in onderzoek? Dan heeft u misschien al gezien wie de keynote spreker is op onze Conferentie Onderzoek in Cultuureducatie. We kozen dit jaar voor Andrew Burn van de University of London. Andrew is hoogleraar media-educatie en gespecialiseerd in nieuwe media-geletterdheid op school. Een onderwerp dat ook valt binnen het domein van het lectoraat kunsteducatie van onze conferentiepartner van dit jaar, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht (HKU).

Twee van mijn medewerkers zochten Burn op in Londen. Zij namen tevens deel aan de door hem georganiseerde conferentie Children's Playground Games and Songs in the New Media Age over een onderzoeksproject naar de invloed van mediacultuur op kinderspel. Het onderzoek was uitgevoerd op twee schoolpleinen door een ongebruikelijke alliantie van wetenschappers op de terreinen folklore en nieuwe media. Onderdeel van het project is een prachtige website van de British Library waar digitaal materiaal verzameld en ontsloten wordt over de spellen die kinderen op speelplaatsen spelen en de liedjes die ze er zingen. Deels ontworpen en geïllustreerd door de onderzochte kinderen zelf.

Dit wordt echter niet het onderwerp waarover Burn op de onderzoeksconferentie spreekt. In een eerder artikel in Cultuur+Educatie vestigde hij de aandacht op esthetiek en creativiteit in media. En daarmee op de meerwaarde van de verbinding van media-educatie met beeldend onderwijs. Een kritische analyse, gecombineerd met artistieke productie, is volgens Burn essentieel voor het ontwikkelen van media-geletterdheid bij jongeren. Hij illustreert zijn theoretisch model van media-geletterdheid met voorbeelden uit zijn eigen onderwijspraktijk en uit praktijken die hij onderzocht. Samen met zijn collega David Buckingham werkt hij momenteel aan een model van leerprogressie op het gebied van media-educatie. Volgens mij ook zeer interessant voor de Nederlandse media-educatiewereld.

Vanaf 18 april kunt u zich inschrijven voor de vijfde editie van de Conferentie Onderzoek in Cultuureducatie, die op donderdag 23 juni wordt gehouden. Ik licht alvast een tipje van de sluier op over de andere onderzoeksthema's: de muziekdocent, leesgedrag, het meten van kwaliteit, en overdracht en actuele kunst.

Meer reacties op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

donderdag 7 april 2011

Cultuurcurriculum 2031

Je kunt je haast niet meer voorstellen hoe een school in 2011 eruitzag. Kinderen kregen onderwijs dat wij nu als ouderwets beschouwen. Het kwam toen veel voor dat een school zijn lessen aanbood zonder al te veel aandacht voor kunst- en cultuurvakken. Leerlingen kregen enig cultuuronderwijs in de vorm van kortlopende projecten, georganiseerd met de toen nog bestaande culturele instellingen door enthousiaste interne cultuurcoördinatoren of door cultuurcoaches: vakleerkrachten ontbraken!
Het voortgezet onderwijs kon nog wel vertrouwen op de kennis en kunde van kunstvakdocenten en wist zich financieel gesteund door de Cultuurkaart-regeling. Het plan van de onderwijsminister voor betere prestaties voorzag echter niet in de kunstvakken als kernvakken. Het kunst- en cultuuronderwijs leek zich steeds opnieuw te moeten bewijzen.

Dat jaar, in 2011, verscheen ook het rapport van de Algemene Rekenkamer over de Cultuurkaart. Die vond het systeem te complex en administratief te ingewikkeld. En ook de besteding in dat eerste jaar van 70% van de beschikbare middelen was maar net aan, aldus de kamer.
Het rapport bleek een beetje mosterd na de maaltijd. Het verscheen namelijk pas een half jaar ná de aankondiging van het kabinet Rutte I om de kaart af te schaffen. En ook na de discussie in de Tweede Kamer over het behoud ervan.

Dat was toen. Na een roerige periode van veel acties van woedende burgers voor het versterken van kunst en cultuur in de school en tegen onderwijsbezuinigingen, is het brede cultuurcurriculum in het gehele onderwijs ingevoerd. Een belangrijke inspiratiebron was het wereldwijd gedragen Charter of Children's Rights to Art and Culture. In achttien artikelen werd vastgelegd welke rechten kinderen op kunst en cultuur hebben. De kern ervan was: doen, beschouwen en overdenken; van breed naar verdiept; en dat alles met professionaliteit, kwaliteit en continuïteit! Niks bijzonders dus…

De eerste generatie jongeren die vanaf de peuterleeftijd deze brede cultuurleerlijn doorliep, studeert nu in het voorjaar 2031 af. Het langlopend onderzoek naar de leerprestaties van deze groep en de effecten van het curriculum hierop is bijna afgerond. Hoopvol is dat de eerste resultaten in het Pisa-onderzoek zeer positief zijn. En het leuke is dat het Nederlandse model nu opnieuw furore maakt in het buitenland, net als in de eerste jaren van deze eeuw. Regelmatig willen leraren en kunstinstellingen weten hoe het werkt. Nederland vaart weer een unieke koers als gidsland.

Reacties hierop ook op Linked In-Netwerk Cultuureducatie.

vrijdag 1 april 2011

How to tango?

Een regelmatig terugkerend thema op het snijvlak van cultuur en school is de afstemming van vraag en aanbod. Ook vorige week tijdens het werkbezoek met staatssecretaris Zijlstra kwam het weer ter sprake: hoe stem je als culturele instelling je aanbod af op de vraag van scholen? Of, zoals Zijlstra het formuleerde: 'Waarin zit het verschil tussen culturele instellingen die scholen inhoudelijk goed bereiken en instellingen die daar minder goed in slagen?' Dat instellingen de input van het onderwijs nodig hebben om vraag en aanbod bij elkaar te krijgen lijkt voor de hand te liggen, ook al kun je niet voor elke school een apart aanbod maken. Maar, zoals de Engelsen zeggen, 'It takes two to tango', dus het is wel nodig dat scholen weten wat hun vraag is. Gelukkig wordt er de laatste jaren hard gewerkt om leerkrachten wat dat betreft mondiger te maken. Zo zijn er inmiddels bijna 4.000 (!) cultuurcoördinatoren getraind in het basisonderwijs, icc'ers, die steeds beter hun vraag weten te formuleren. Vaak nemen ze deel aan netwerken, al dan niet begeleid door adviseurs van lokale of provinciale instellingen. Daarnaast maken veel culturele instellingen gebruik van klankbordgroepen uit het onderwijs of werken er langdurig mee samen in creatieve partnerschappen zoals in de stad en provincie Utrecht. Andere huren zelfs leerlingen in om hun aanbod mee te ontwikkelen, zoals blijkt uit het hoofdartikel in het laatste Bulletin Cultuur&School. Als er geen duidelijke vraag van scholen komt, heb je als instelling goede oren nodig om te horen waar de vraag precies ligt. En natuurlijk een flinke portie creativiteit om vanuit je eigen kracht en het unieke karakter van je aanbod op deze vraag aan te sluiten. Met goed opgeleide educatoren lukt dat meestal wel, maar voor de kleinere aanbieders is dat lastiger. Natuurlijk is er de BIK-opleiding, die individuele kunstenaars leert om samen met groepsleerkrachten kunstprojecten te bedenken en uit te voeren. En zo zijn er ook scholingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld kleinere musea, zoals bij Erfgoed Brabant. Maar het is blijkbaar niet genoeg. Daarom zijn wijzelf bezig met het ontwikkelen van een cursus voor culturele instellingen om hen te leren vooral de kwaliteit van hun aanbod voor het basisonderwijs te versterken. Dat is hard nodig. Want ook al heb je als aanbieder een danspartner uit het onderwijs gevonden, vervolgens rijst de vraag: How to tango?

Volg ook de discussie hierover op Linked In-Netwerk Cultuureducatie.

donderdag 23 december 2010

Staatssecretaris Halbe Zijlstra neemt onze uitnodiging aan!



Op 15 oktober, één dag na zijn benoeming tot staatssecretaris voor cultuur, nodigde ik Halbe Zijlstra uit voor een kennismaking met ons werkveld. En om dat voor te bereiden kwam een groot aantal enthousiaste mensen in Utrecht bij Cultuurnetwerk Nederland bij elkaar .
In zijn beleid gaat het Zijlstra om één ding: de
kwaliteit. Iedereen moet volgens hem een kans krijgen, zonder dat iedereen per se hetzelfde niveau hoeft te bereiken. En dat, schreven we hem, geldt ook kinderen en jongeren als het gaat om actieve deelname aan kunst en cultuur. Hoe wij jonge mensen die kansen kunnen bieden en waarom het belangrijk is daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen, willen wij aan onze staatssecretaris laten zien.

Gisteren hoorde ik van mijn contactpersoon bij het ministerie van OCW dat de staatssecretaris met plezier ingaat op onze
brief van 4 november. Hij heeft wel wat minder tijd dan wij voorstelden, maar in zijn agenda is voor komend jaar maart rekening gehouden met deze afspraak. We spreken ergens tussen Den Haag en Utrecht met hem af en laten hem dan voorbeelden zien en beleven van kunst en cultuur op en rondom de school.

Rekening houdend met onze eerdere
ideeën stel ik me zo voor dat we hem op een of meer scholen een beeld geven van activiteiten die daar georganiseerd worden – of al georganiseerd zijn - op het terrein van kunst- en cultuureducatie. Dat betekent dat we gewoon laten zien wat kinderen en jongeren leren, wat de scholen aan kunst en cultuur doen, (leerkrachten, vakdocenten, ICC'ers en cultuurcoördinatoren), waarom ze dat doen, en met wie zij hiervoor samenwerken, zoals kunst- en cultuurinstellingen, kunstenaars, BIK'ers, combinatiefunctionarissen, centra voor de kunsten, provinciaal ondersteunende instellingen, lerarenopleidingen en de lokale overheid. Dit moet natuurlijk verder uitgewerkt worden, en het kan aangevuld en toegelicht worden met bijdragen uit andere delen van het land.

Mocht je al meer ideeën hebben, reageer dan op LinkedIn in de groep netwerk cultuureducatie, dan kunnen we daar alvast rekening mee houden. En: mooie feestdagen, een goede jaarwisseling, en een moedig en creatief nieuw jaar!


Zie voor reacties op en discussie over toezegging werkbezoek staatssecretaris op LinkedIn-Netwerk Cultuureducatie.

vrijdag 9 april 2010

Verborgen Schatten
















'Waar vóór 2006 de overheid precies had vastgelegd waar geld aan besteed mocht worden, krijgen scholen tegenwoordig een grote zak met geld. Ze mogen zelf bepalen wat ze ermee doen', aldus Jos Bol, ICC-trainer en regioconsulent bij Kunst Centraal tijdens de Culturele Onderwijstentoonstelling in Spant! te Bussum.

Leerkrachten klagen dat er veel te weinig geld is voor kunst en cultuur, maar wat is nu precies het probleem? De 'afwezigheid' van geld, of de 'onbereikbaarheid' ervan? Er wordt immers heel veel geld in het onderwijs gepompt, en daar hoort cultuureducatie bij.

De rijksoverheid geeft per school € 94,75 en per leerling € 3,96 voor kunst en cultuur. Bovendien komt daar vanuit de Regeling Versterking Cultuureducatie nog eens € 10,90 per leerling bij. Bij elkaar zo'n € 15,- per leerling. Hetzelfde geldt voor het voorgezet onderwijs. Naast reguliere middelen voor de kunstvakken krijgt elke leerling een bedrag van € 15,- via de cultuurkaart; CKV-leerlingen krijgen daar nog eens een tientje van het VSB fonds bij. En dan zijn er nog subsidies van provincies en gemeenten en fondsen - zoals het Fonds voor Cultuurparticipatie en het Jeugdcultuurfonds. Ook zijn er niet-specifieke inkomstenbronnen zoals het geld voor schoolbegeleiding (€ 40,- per leerling!) dat sinds 2008 direct op de rekening van de school wordt gestort.

Er is dus wel degelijk geld, maar vaak is het verborgen. Van veel cultuurcoördinatoren hoor ik dat zij het cultuurbudget niet zelf mogen beheren. Het bovenschoolse management of het bestuur verdeelt de centen en stelt daarin zelf prioriteiten. En die liggen vaak niet bij cultuureducatie. Voor cultuuronderwijs zijn scholen dus afhankelijk van de daadkracht van het schoolbestuur en het cultuurbeleid van de school. Dus leerkrachten en directeuren: neem zelf het heft in handen, neem een middag vrij en verdiep je in deze materie. Kunst Centraal, EDU-ART,… ze organiseren allemaal trainingen of studiedagen om je wegwijs te maken in subsidieland. Het kan echt wat opleveren. Als je weet wat er te halen is, kun je beter met je vuist op de bestuurstafel slaan. En die cursus betaal je natuurlijk niet uit het cultuurbudget, maar uit het potje 'scholing'!

Meer informatie:
Cultuureducatie en financiën (PDF), EDU-ART
Training 'Subsidiewijs in Cultuureducatie' van de KPC-groep
Workshop over financiën van Kunst Centraal tijdens Culturele Onderwijstentoonstelling 2010
Subsidies en geldbronnen op Cultuurplein