Posts tonen met het label aanbod. Alle posts tonen
Posts tonen met het label aanbod. Alle posts tonen

vrijdag 15 juni 2012

Ondernemende Cultuurfan of Geïnteresseerde Toeschouwer?

Robert, 19 jaar: 'Een museum of een toneelstuk vind ik gewoon tijdverspilling. Ik wil leuke dingen doen'. Of Pascalle, 13 jaar: 'Ik vind het lekker om muziek te luisteren en te tekenen, dat maakt me rustig. Als ik boos ben, ga ik even muziek maken, dan gaat de boosheid weg'. Typerende houdingen voor jongeren? Of kun je het ook anders zien?

Hoe zorg je dat jongeren geboeid worden en blijven door cultuur? Een vraag die we ons heel vaak stellen. Moet je je aanbod verjongen? Moet je jongeren bij de programmering betrekken, en hoe doe je dat dan? Waar en hoe maak je reclame? Maar de belangrijkste vraag is toch wel of je alle jongeren op dezelfde manier kunt bereiken?

Nee, zo blijkt uit het Cultureel Jongeren Profiel, ontwikkeld door YoungWorks, CJP en Motivaction. Dit segmentatiemodel schetst een beeld van de belevingswereld van jongeren van 12 tot 25 jaar. Op basis van kwalitatief en kwantitatief onderzoek onderscheiden de onderzoekers vier typen jongeren die elk verschillend met cultuur omgaan. De Geïnteresseerde Toeschouwer (21%) geniet vooral receptief van cultuur en vindt dit belangrijk voor zijn algemene ontwikkeling. De Ondernemende Cultuurfan (22%) is zelf juist heel creatief, staat graag in de belangstelling, heeft een brede opvatting van cultuur en wil zichzelf ontplooien. De Creatieve Entertainer (25%) wil graag iets maken, vindt het sociale aspect van belang, heeft vooral veel met muziek, en ervaart wat hij doet niet als cultuurparticipatie. De Honkvaste Cultuurmijder (32%) heeft een smalle definitie van cultuur, voelt zich niet zo op zijn gemak in culturele instellingen, maar gaat wel naar de bios.

Eén aanbod voor alle jongeren lijkt dus niet geschikt. De een wil graag alleen rondkijken, de ander vindt juist de beleving samen met anderen belangrijk en een derde zoekt een bijzondere beleving en wil voorloper zijn.

Het ontwikkelde profielenmodel is gebaseerd op marktonderzoek waar Motivaction en YoungWorks veel ervaring mee hebben. Het is dan ook vooral voor culturele instellingen interessant. Kijk eens kritisch naar je huidige aanbod. Bij welk type jongeren past dat het beste, en bereik je die groep ook? Wat kun je doen voor de andere typen? In de publicatie bieden de onderzoekers een stappenplan dat instellingen kunnen doorlopen om het Cultureel Jongeren Profiel in de praktijk te gebruiken.

Lees het Cultureel Jongeren Profiel.

Meer ideeën voor succesvol aanbod op Cultuurplein

vrijdag 20 april 2012

Een creatief staaltje arbeidsmarktregulering

Het mbo kent vele opleidingen, waarvan er een aantal vier jaar duren. Dat zint onderwijsminister Van Bijsterveldt niet, zo las ik in het actieplan Focus op Vakmanschap. Via wetgeving wil ze het aantal wekelijkse lesuren verhogen en tegelijk de studieduur van vierjarige opleidingen verkorten naar drie jaar. Bovendien wil ze de huidige kwalificatiestructuur, met 627 verschillende diploma's, eenvoudiger maken.

De pas opgerichte Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) stelde in februari van dit jaar een lijst op van opleidingen die niet verkort kunnen worden omdat het programma te zwaar is om in kortere tijd uit te voeren. Opmerkelijk genoeg staat daar ook een aantal creatieve opleidingen op zoals AV-productie (met beeldtechnicus, cameraman), Mediavormgever (met grafische vormgever, arts and design), Specialist decoratie en restauratie, Creatief vakmanschap (glazenier, keramist) en Goud- en zilversmeden. De minister neemt de adviezen (grotendeels) over!

Daarnaast blijft de wens van de minister bestaan het aanbod aan mbo-opleidingen af te slanken en haar oog viel daarbij wederom op opleidingen in de creatieve sector waar structureel overaanbod van afgestudeerden zou bestaan. Ik citeer de minister uit haar kamerbrief van 2 april: 'Zo zijn er signalen dat van bepaalde creatieve opleidingen, bijvoorbeeld Artiest, er structureel meer aanbod is dan vraag vanuit het bedrijfsleven.' Zij vraagt dan ook advies aan SBB die in samenhang met het Sectorplan Kunstonderwijs en de Human Capital Agenda van de Topsector Creatieve Industrie, moet adviseren over een inperking van het aanbod aan 'te populaire' creatieve opleidingen. In de Volkskrant van 3 april typeert de MBO Raad deze brief al als 'ongelukkig' en waarschuwt dat ten onrechte het beeld ontstaat dat de arbeidsmarkt wordt overspoeld met werkloze afgestudeerden van 'pretstudies'. Bovenstaand filmpje nuanceert dit beeld ook danig.

Naar aanleiding van het bericht in de Volkskrant bracht ik de minister op de hoogte van onze uitgave Creatieve mbo-opleidingen tussen talentontwikkeling en arbeidsmarkt, waarin wij samen met mbo-organisaties zoals GOC en ecbo een overzicht geven van onderzoek naar en de discussie over de creatieve mbo-opleidingen. Ik vertelde haar ook dat we samen een symposium organiseerden over kwaliteitskwesties rond werving en selectie, onderwijs en docenten, arbeidsmarkt en werkkringen. Genoeg kennis om samen met GOC en ecbo gefundeerde uitspraken te kunnen doen over deze opleidingen! Ik nodigde de minister dan ook vriendelijk uit voor een gesprek hierover, maar heb tot nu toe niets van haar vernomen. Dat komt hoop ik nog.

vrijdag 21 oktober 2011

Wat is goede cultuureducatie?

Wanneer is er sprake van goede cultuureducatie? Wanneer kun je zeggen dat cultuureducatie resultaat heeft. En wat is dan dat resultaat? Essentiële vragen voor culturele instellingen met een educatief aanbod.

Hardop denkend lijken cultuureducatieve activiteiten geslaagd als deelnemers er ook wat van leren en dit positief waarderen. Dus vragen culturele instellingen daarnaar bij hun deelnemers. Maar om gefundeerd vast te stellen wat de kwaliteit van cultuureducatie is en hier grip op te krijgen, dat is een stuk complexer. Natuurlijk is dit ook voor de subsidiegever van belang, zoals het ministerie van OCW. Het ministerie vroeg onderzoeksbureau Oberon dan ook na te gaan hoe gesubsidieerde culturele instellingen invulling geven aan cultuureducatieve activiteiten voor scholen en wat de indicatoren zijn voor de kwaliteit daarvan. Op grond van de onderzoeksuitkomsten verdeelde Oberon de indicatoren in drie categorieën: randvoorwaarden die goede cultuureducatie mogelijk maken, inhoudelijke karakteristieken van de activiteiten en tot slot de opbrengsten ervan.

Uit een enquête die Oberon dit jaar hield onder gesubsidieerde culturele instellingen blijkt dat zij voor een deel andere prioriteiten stellen dan Oberon formuleert en ook andere dan bovengenoemde indicatoren bepalend vinden voor de kwaliteit van hun educatieve aanbod. Daarnaast verklaart een aanzienlijk deel van de respondenten dat sommige van de indicatoren niet van toepassing zijn.
Het meest positief zijn de instellingen over de opbrengsten van hun educatieve activiteiten. Passie en plezier teweegbrengen voor kunst en cultuur vinden verreweg de meeste instellingen het belangrijkst. Van de randvoorwaarden beoordelen ze de professionaliteit en inbreng van hun medewerkers het meest positief. Ongeveer de helft van de instellingen beoordeelt de eigen inhoudelijke kwaliteit als goed. Aansluiten bij de doelgroep en het bieden van een podium zien de meeste instellingen als inhoudelijk het belangrijkst.

Werken aan de kwaliteit van eigen educatieve activiteiten is natuurlijk voor alle culturele instellingen van belang. Dit geldt in verhevigde mate voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur, omdat zij in hun subsidieaanvragen voortaan duidelijk moeten maken op welke manier zij binnenschoolse cultuureducatie vormgeven. En volgens staatssecretaris Zijlstra is dat een zwaarwegend beoordelingscriterium. Instellingen moeten zich dan de vraag stellen: doen we de dingen die we doen ook goed?

Dit kwaliteitsvraagstuk staat centraal op de discussiebijeenkomst 'Kwaliteit van cultuureducatie'die Cultuurnetwerk Nederland samen met Kunstfactor binnenkort op verzoek van OCW organiseert voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur. Leidraad daarbij vormt 'Kwaliteitskader cultuureducatie door culturele instellingen' van Oberon dat binnenkort verschijnt.

Natuurlijk kan iedereen die er op 31 oktober niet bij is - hier of op LinkedIn - een waardevolle bijdrage leveren aan de discussie!

Zie voor meer discussie over de kwaliteit van cultuureducatie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 1 april 2011

How to tango?

Een regelmatig terugkerend thema op het snijvlak van cultuur en school is de afstemming van vraag en aanbod. Ook vorige week tijdens het werkbezoek met staatssecretaris Zijlstra kwam het weer ter sprake: hoe stem je als culturele instelling je aanbod af op de vraag van scholen? Of, zoals Zijlstra het formuleerde: 'Waarin zit het verschil tussen culturele instellingen die scholen inhoudelijk goed bereiken en instellingen die daar minder goed in slagen?' Dat instellingen de input van het onderwijs nodig hebben om vraag en aanbod bij elkaar te krijgen lijkt voor de hand te liggen, ook al kun je niet voor elke school een apart aanbod maken. Maar, zoals de Engelsen zeggen, 'It takes two to tango', dus het is wel nodig dat scholen weten wat hun vraag is. Gelukkig wordt er de laatste jaren hard gewerkt om leerkrachten wat dat betreft mondiger te maken. Zo zijn er inmiddels bijna 4.000 (!) cultuurcoördinatoren getraind in het basisonderwijs, icc'ers, die steeds beter hun vraag weten te formuleren. Vaak nemen ze deel aan netwerken, al dan niet begeleid door adviseurs van lokale of provinciale instellingen. Daarnaast maken veel culturele instellingen gebruik van klankbordgroepen uit het onderwijs of werken er langdurig mee samen in creatieve partnerschappen zoals in de stad en provincie Utrecht. Andere huren zelfs leerlingen in om hun aanbod mee te ontwikkelen, zoals blijkt uit het hoofdartikel in het laatste Bulletin Cultuur&School. Als er geen duidelijke vraag van scholen komt, heb je als instelling goede oren nodig om te horen waar de vraag precies ligt. En natuurlijk een flinke portie creativiteit om vanuit je eigen kracht en het unieke karakter van je aanbod op deze vraag aan te sluiten. Met goed opgeleide educatoren lukt dat meestal wel, maar voor de kleinere aanbieders is dat lastiger. Natuurlijk is er de BIK-opleiding, die individuele kunstenaars leert om samen met groepsleerkrachten kunstprojecten te bedenken en uit te voeren. En zo zijn er ook scholingsmogelijkheden voor bijvoorbeeld kleinere musea, zoals bij Erfgoed Brabant. Maar het is blijkbaar niet genoeg. Daarom zijn wijzelf bezig met het ontwikkelen van een cursus voor culturele instellingen om hen te leren vooral de kwaliteit van hun aanbod voor het basisonderwijs te versterken. Dat is hard nodig. Want ook al heb je als aanbieder een danspartner uit het onderwijs gevonden, vervolgens rijst de vraag: How to tango?

Volg ook de discussie hierover op Linked In-Netwerk Cultuureducatie.