Posts tonen met het label basisinfrastructuur. Alle posts tonen
Posts tonen met het label basisinfrastructuur. Alle posts tonen

vrijdag 11 november 2011

Publiek betrekken doe je zo

Vorige maand presenteerde Koers Kunst de eindconclusies over vernieuwing van de cultuursector. Culturele instellingen moeten immers een antwoord verzinnen op ontwikkelingen als de terugtredende overheid, bezuinigingen, digitalisering en commerciële vrijetijdsaanbieders. En op de vraag hoe je het draagvlak voor cultuur onder het publiek kunt verbreden.

Van april tot juli konden deskundigen en cultuurliefhebbers hun ideeën opperen. Belangrijkste conclusie is dat culturele instellingen van de toekomst - meer dan nu het geval is - cultuurmakers met het publiek moeten zien te verbinden. Koers Kunst schetst drie routes om te komen tot een 21e eeuwse cultuurinstelling.
Cultuurinstellingen moeten bezoekers niet alleen laten consumeren maar hen juist aanzetten tot nadenken, interpreteren en begrijpen, want dat is bepalend voor de kwaliteit van de cultuurervaring, aldus filosoof Thijs Lijster. Zorg dus voor begrijpelijke en aantrekkelijke teksten, aansprekende filmpjes, en recensies op toegangskaartjes, smartphones of groot op de muur.
Cultuurinstellingen moeten een relatie opbouwen met hun publiek. Zij moeten hen niet eenzijdig bestoken, maar hen juist bij hun producten betrekken. Publiek, amateurkunstenaars en partners zouden de kans moeten krijgen om te reageren en mee te doen (co-creatie).
Tenslotte zouden cultuurinstellingen hun aanbod niet moeten wegstoppen in gebouwen, aldus architect Francine Houben, maar meer buitenshuis zichtbaar moeten maken: zoek het publiek op met voorproefjes, materialen en verhalen.

Opmerkelijk is dan dat op website en in eindpublicatie nergens expliciet het woord cultuureducatie genoemd wordt, terwijl de Koers-Kunst-conclusies genoeg aanleiding geven om dat wel te doen.
Zeg nu zelf: hoe kun je publiek nu beter verbinden met cultuur, cultuurmakers en cultuuruitingen, hoe kun je hen beter laten nadenken, interpreteren en begrijpen dan door educatie? En dan niet incidenteel, maar juist structureel. Je kunt er niet vroeg genoeg mee beginnen. Op school zit immers het publiek van de toekomst. Culturele instellingen kunnen een culturele relatie voor het leven opbouwen met kinderen en jongeren. Op die manier raken zij vertrouwd met kunst en cultuur, met kunstenaars en instellingen, en met leeropbrengsten als verwonderen, ervaren, interpreteren en meedoen.

Niet voor niets moeten culturele instellingen in de landelijke basisinfrastructuur hun visie op en uitwerking van cultuureducatie geven in hun aanvraag voor de komende cultuurplanperiode. Voor de meeste mensen geldt uiteindelijk dat als je zelf kunst beoefent, je vaker naar voorstellingen, tentoonstellingen en concerten gaat dan wanneer dat je dat niet doet.

Zie voor discussie over het effectief betrekken van publiek ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 21 oktober 2011

Wat is goede cultuureducatie?

Wanneer is er sprake van goede cultuureducatie? Wanneer kun je zeggen dat cultuureducatie resultaat heeft. En wat is dan dat resultaat? Essentiële vragen voor culturele instellingen met een educatief aanbod.

Hardop denkend lijken cultuureducatieve activiteiten geslaagd als deelnemers er ook wat van leren en dit positief waarderen. Dus vragen culturele instellingen daarnaar bij hun deelnemers. Maar om gefundeerd vast te stellen wat de kwaliteit van cultuureducatie is en hier grip op te krijgen, dat is een stuk complexer. Natuurlijk is dit ook voor de subsidiegever van belang, zoals het ministerie van OCW. Het ministerie vroeg onderzoeksbureau Oberon dan ook na te gaan hoe gesubsidieerde culturele instellingen invulling geven aan cultuureducatieve activiteiten voor scholen en wat de indicatoren zijn voor de kwaliteit daarvan. Op grond van de onderzoeksuitkomsten verdeelde Oberon de indicatoren in drie categorieën: randvoorwaarden die goede cultuureducatie mogelijk maken, inhoudelijke karakteristieken van de activiteiten en tot slot de opbrengsten ervan.

Uit een enquête die Oberon dit jaar hield onder gesubsidieerde culturele instellingen blijkt dat zij voor een deel andere prioriteiten stellen dan Oberon formuleert en ook andere dan bovengenoemde indicatoren bepalend vinden voor de kwaliteit van hun educatieve aanbod. Daarnaast verklaart een aanzienlijk deel van de respondenten dat sommige van de indicatoren niet van toepassing zijn.
Het meest positief zijn de instellingen over de opbrengsten van hun educatieve activiteiten. Passie en plezier teweegbrengen voor kunst en cultuur vinden verreweg de meeste instellingen het belangrijkst. Van de randvoorwaarden beoordelen ze de professionaliteit en inbreng van hun medewerkers het meest positief. Ongeveer de helft van de instellingen beoordeelt de eigen inhoudelijke kwaliteit als goed. Aansluiten bij de doelgroep en het bieden van een podium zien de meeste instellingen als inhoudelijk het belangrijkst.

Werken aan de kwaliteit van eigen educatieve activiteiten is natuurlijk voor alle culturele instellingen van belang. Dit geldt in verhevigde mate voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur, omdat zij in hun subsidieaanvragen voortaan duidelijk moeten maken op welke manier zij binnenschoolse cultuureducatie vormgeven. En volgens staatssecretaris Zijlstra is dat een zwaarwegend beoordelingscriterium. Instellingen moeten zich dan de vraag stellen: doen we de dingen die we doen ook goed?

Dit kwaliteitsvraagstuk staat centraal op de discussiebijeenkomst 'Kwaliteit van cultuureducatie'die Cultuurnetwerk Nederland samen met Kunstfactor binnenkort op verzoek van OCW organiseert voor instellingen in de landelijke basisinfrastructuur. Leidraad daarbij vormt 'Kwaliteitskader cultuureducatie door culturele instellingen' van Oberon dat binnenkort verschijnt.

Natuurlijk kan iedereen die er op 31 oktober niet bij is - hier of op LinkedIn - een waardevolle bijdrage leveren aan de discussie!

Zie voor meer discussie over de kwaliteit van cultuureducatie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.