Dit jaar is er veel aandacht voor immaterieel erfgoed. Binnenkort ratificeert staatsecretaris Zijlstra namens ons land het UNESCO Verdrag ter Bescherming van het Immaterieel Erfgoed. Bovendien riep het Nederlands Centrum voor Volkscultuur het jaar 2012 uit tot Jaar van het Immaterieel Erfgoed om de Nederlandse bevolking bewust te maken van dit thema. Wellicht dat ook de uitkomsten van de internationale conferentie 'Kansen en mogelijkheden', die half februari over dit thema in Deurne gehouden wordt daaraan bijdragen.
Immaterieel erfgoed raakt ook aan ons werk, zeker nu we alvast een aantal taken van Erfgoed Nederland hebben overgenomen. We voerden altijd al erfgoededucatie-activiteiten uit, maar sinds de overname van genoemde taken werken we intensiever samen met de provinciale erfgoedconsulenten en besteden we beleidsmatig extra aandacht aan erfgoededucatie in het Erfgoedplatform. We hanteren daarbij een brede definitie van erfgoed die ook immaterieel erfgoed omvat. Op onze site is de aandacht voor erfgoededucatie zichtbaarder nu de content van Erfgoed Nederland daarin is geïntegreerd. Bovendien namen we het beheer van de LinkedIn-groep Erfgoededucatie over, evenals de aanvullende informatie behorend bij de geschiedenismethode Feniks.
Eerder dit jaar had ik het al over mijn voornemen om helderheid te scheppen in de begrippen die gangbaar zijn in onze sector. Ook als het gaat om erfgoed is het nodig begripsverwarring tegen te gaan. De term immaterieel of 'levend' cultureel erfgoed is pas na het aannemen van de UNESCO-conventie (2003) in zwang geraakt. Het gaat hierbij om erfgoed dat onderdeel uitmaakt van ons leven en dat we willen doorgeven aan latere generaties, zoals tradities, rituelen, zang, theater, dialecten of ambachten. De term gebruikt men vaak ten onrechte als synoniem voor 'volkscultuur', maar niet alle volkscultuur is per definitie erfgoed dat de moeite van het behouden waard is. De intentie van de conventie is juist bedreigde tradities, rituelen en gebruiken te beschermen. Het initiatief voor de conventie komt uit de hoek van derdewereldlanden, die hun cultuuruitingen bedreigd zien. Deze bezorgdheid over de vluchtigheid en kwetsbaarheid van waardevol immaterieel cultureel erfgoed in vooral niet-westerse landen is voor Nederland een belangrijke reden om de conventie te ratificeren.
Welk 'levend erfgoed' zou Nederland kunnen voordragen voor de internationale UNESCO-lijst van het immaterieel erfgoed? Wat zou volgens u een volwaardige plaats kunnen innemen naast bijvoorbeeld de Franse keuken en de Spaanse flamenco? Ik hoor het graag via onze LinkedIn groepen.
Voor uitgebreidere informatie over de conventie en de terminologie, zie het themadossier Zicht op… volkscultuur (2010).
Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen
Posts tonen met het label erfgoed. Alle posts tonen
vrijdag 27 januari 2012
vrijdag 20 januari 2012
Boeken, de bron voor professioneel denken en doen
'Boeken houden van mensen', zo hoorde ik laatst een zwoele vrouwenstem in een radiospotje zeggen. Zou dat ook wederzijds zijn? Volgens een recent onderzoek houden mensen steeds minder van boeken en steeds meer van leuke en nuttige dingen op het internet. Toch, om deel te kunnen nemen aan de kennissamenleving, is het hard nodig dat men kan lezen. Voor de meeste mensen geldt dat ze voor hun werk moeten kunnen lezen en schrijven, en dat gaat meestal verder dan de beheersing van Jip-en-Janneke-taal.
Stichting Lezen liet onderzoek doen naar hoe Nederlanders over lezen denken. Het blijkt dat we wel heel graag lezen, maar dat de waardering voor het internet, als leukste en nuttigste medium, hoger ligt. Onze houding tegenover lezen is positief, maar gek genoeg kopen we wel steeds minder boeken. We lezen hoofdzakelijk omdat we dat ontspannend vinden en zo'n twintig procent van ons doet dat ook voor zijn ontwikkeling, studie of werk. Iedereen kiest er zelf bijvoorbeeld voor om zijn vakliteratuur bij te houden om zo verdergaand te professionaliseren.
Maar laten we er nu eens een keertje vanuit gaan dat je als professional veel tijd hebt. Wat zou je dan per se willen lezen, of nog eens willen lezen? Welke keus zou je dan maken?
Ik ben benieuwd naar de boeken of artikelen die je dan noemt. Welke publicaties hebben je denken over kunst, erfgoed, media en educatie beïnvloed, gevormd of prettig verrast? Welke denkers of theorieën vormen het fundament voor jouw professioneel denken en handelen? Als we in het nieuwe kennisinstituut een boekenkast neerzetten met de belangrijkste publicaties, welke moeten er dan volgens jou in?
Je kunt je inspiratie putten uit de catalogus van onze bibliotheek, uit je eigen kast of waar dan ook, en vervolgens je top vijf met ons delen. Ik vind de LinkedIn groep Cultuureducatie daarvoor een mooi platform, omdat we het daar allemaal kunnen volgen. Of je stuurt je keuze gewoon aan mij. Ik ben daar erg nieuwsgierig naar en kom er over een paar weken zeker op terug!
Laat op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn weten welke boeken u vindt dat elke cultuureducatieprofessional gelezen moet hebben.
Stichting Lezen liet onderzoek doen naar hoe Nederlanders over lezen denken. Het blijkt dat we wel heel graag lezen, maar dat de waardering voor het internet, als leukste en nuttigste medium, hoger ligt. Onze houding tegenover lezen is positief, maar gek genoeg kopen we wel steeds minder boeken. We lezen hoofdzakelijk omdat we dat ontspannend vinden en zo'n twintig procent van ons doet dat ook voor zijn ontwikkeling, studie of werk. Iedereen kiest er zelf bijvoorbeeld voor om zijn vakliteratuur bij te houden om zo verdergaand te professionaliseren.
Maar laten we er nu eens een keertje vanuit gaan dat je als professional veel tijd hebt. Wat zou je dan per se willen lezen, of nog eens willen lezen? Welke keus zou je dan maken?
Ik ben benieuwd naar de boeken of artikelen die je dan noemt. Welke publicaties hebben je denken over kunst, erfgoed, media en educatie beïnvloed, gevormd of prettig verrast? Welke denkers of theorieën vormen het fundament voor jouw professioneel denken en handelen? Als we in het nieuwe kennisinstituut een boekenkast neerzetten met de belangrijkste publicaties, welke moeten er dan volgens jou in?
Je kunt je inspiratie putten uit de catalogus van onze bibliotheek, uit je eigen kast of waar dan ook, en vervolgens je top vijf met ons delen. Ik vind de LinkedIn groep Cultuureducatie daarvoor een mooi platform, omdat we het daar allemaal kunnen volgen. Of je stuurt je keuze gewoon aan mij. Ik ben daar erg nieuwsgierig naar en kom er over een paar weken zeker op terug!
Laat op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn weten welke boeken u vindt dat elke cultuureducatieprofessional gelezen moet hebben.
Labels:
artikelen,
Boeken,
boekenkast,
educatie,
erfgoed,
internet,
kennisinstituut,
kennissamenleving,
kunst,
lezen,
media,
professional,
professionaliseren,
publicaties,
studie,
vakliteratuur,
werk
vrijdag 4 november 2011
Bepaalt de school de kwaliteit van cultuureducatie?
Maandagmiddag gespreksleider van een discussiebijeenkomst voor genodigde culturele instellingen. Onderwerp was de kwaliteit van cultuureducatie én een kwaliteitskader om die kwaliteit te toetsen. Claudy Oomen – van Oberon - was duidelijk in haar verhaal: 'Meet je kwaliteit om die te verbeteren en gebruik het kwaliteitskader als instrument voor zelfevaluatie'.
De referenten vertelden daarna kort wat zij van het kwaliteitskader vonden. Vanuit haar ervaring als cultureel partner van Amsterdamse scholen accentueerde Karlien Pijnenborg van de Toneelmakerij, het belang van duurzame samenwerking met scholen. Noortje Driessen van de Tilburgse basisschool Bibit hecht aan goede afspraken met culturele instellingen over inhoud en opbrengst. En Teunis IJdens van Cultuurnetwerk Nederland houdt de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van een cultuureducatieve activiteit.
Aan de hand van stellingen, stemmingen en op scherm geprojecteerde stemuitslagen discussieerden we, met een kleine vijftig deelnemers, betrokken en gedreven over dit onderwerp. Ter illustratie enkele voorbeelden van de stellingen: 'Een culturele instelling die aan alle indicatoren van het kwaliteitskader voldoet, moet een kwaliteitskeurmerk krijgen'. Of: 'Dit kwaliteitskader moet culturele instellingen dwingen de kwaliteit van cultuureducatie voor het onderwijs te verbeteren.' En als laatste: 'Er had beter een kwaliteitskader cultuureducatie voor het onderwijs ontwikkeld kunnen worden'. U begrijpt dat het meningsverschil dan groot kan zijn. Over één stelling was bijna iedereen het eens: 'Dit kwaliteitskader inspireert culturele instellingen om werk te maken van kwaliteit'.
De monitoren cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs concludeerden dat het de goede kant op ging. Er is echter ook kritiek op die kwaliteit. In het Jaarboek 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie schreef Ton Bevers: hoe kun je de kwaliteit verbeteren als er niet meer lesuren zijn. Als er in het basisonderwijs steeds minder vakleerkrachten zijn. En als de deskundigheid van de groepsleerkracht voor de kunst- en erfgoedvakken niet optimaal is. Dat klopt allemaal, maar aan de andere kant weten we natuurlijk niet hoe het echt met de kwaliteit van het cultuuronderwijs gesteld is, omdat we niet weten wat er in de les zelf gebeurt.
Dat goede cultuureducatie van groot belang is, spreekt voor zich. Dat die kwaliteit het best te beoordelen is door onderwijsprofessionals zelf is minder vanzelfsprekend. Wat mij maandag opviel is dat culturele instellingen vooral de wow-ervaring belangrijk vinden: de vonk die oplicht tussen kunstwerk en leerling, tussen activiteit en lerende. Het is mooi als dat gebeurt, maar ook zonder deze voorwaarde kunnen en moeten leeropbrengsten gerealiseerd worden.
Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling, met als uitgangspunt het onderwijs, het onderwijsleerplan en de onderwijspraktijk. Vervolgens komt de vraag of, wat en hoe externe organisaties, zoals culturele instellingen, kunnen bijdragen aan de kwaliteit van cultuureducatie.
Vandaar dan ook dat ik nieuwsgierig ben naar het oordeel van de scholen over dit kwaliteitskader.
Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.
De referenten vertelden daarna kort wat zij van het kwaliteitskader vonden. Vanuit haar ervaring als cultureel partner van Amsterdamse scholen accentueerde Karlien Pijnenborg van de Toneelmakerij, het belang van duurzame samenwerking met scholen. Noortje Driessen van de Tilburgse basisschool Bibit hecht aan goede afspraken met culturele instellingen over inhoud en opbrengst. En Teunis IJdens van Cultuurnetwerk Nederland houdt de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van een cultuureducatieve activiteit.
Aan de hand van stellingen, stemmingen en op scherm geprojecteerde stemuitslagen discussieerden we, met een kleine vijftig deelnemers, betrokken en gedreven over dit onderwerp. Ter illustratie enkele voorbeelden van de stellingen: 'Een culturele instelling die aan alle indicatoren van het kwaliteitskader voldoet, moet een kwaliteitskeurmerk krijgen'. Of: 'Dit kwaliteitskader moet culturele instellingen dwingen de kwaliteit van cultuureducatie voor het onderwijs te verbeteren.' En als laatste: 'Er had beter een kwaliteitskader cultuureducatie voor het onderwijs ontwikkeld kunnen worden'. U begrijpt dat het meningsverschil dan groot kan zijn. Over één stelling was bijna iedereen het eens: 'Dit kwaliteitskader inspireert culturele instellingen om werk te maken van kwaliteit'.
De monitoren cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs concludeerden dat het de goede kant op ging. Er is echter ook kritiek op die kwaliteit. In het Jaarboek 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie schreef Ton Bevers: hoe kun je de kwaliteit verbeteren als er niet meer lesuren zijn. Als er in het basisonderwijs steeds minder vakleerkrachten zijn. En als de deskundigheid van de groepsleerkracht voor de kunst- en erfgoedvakken niet optimaal is. Dat klopt allemaal, maar aan de andere kant weten we natuurlijk niet hoe het echt met de kwaliteit van het cultuuronderwijs gesteld is, omdat we niet weten wat er in de les zelf gebeurt.
Dat goede cultuureducatie van groot belang is, spreekt voor zich. Dat die kwaliteit het best te beoordelen is door onderwijsprofessionals zelf is minder vanzelfsprekend. Wat mij maandag opviel is dat culturele instellingen vooral de wow-ervaring belangrijk vinden: de vonk die oplicht tussen kunstwerk en leerling, tussen activiteit en lerende. Het is mooi als dat gebeurt, maar ook zonder deze voorwaarde kunnen en moeten leeropbrengsten gerealiseerd worden.
Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling, met als uitgangspunt het onderwijs, het onderwijsleerplan en de onderwijspraktijk. Vervolgens komt de vraag of, wat en hoe externe organisaties, zoals culturele instellingen, kunnen bijdragen aan de kwaliteit van cultuureducatie.
Vandaar dan ook dat ik nieuwsgierig ben naar het oordeel van de scholen over dit kwaliteitskader.
Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.
Abonneren op:
Posts (Atom)


