Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Utrecht. Alle posts tonen

vrijdag 8 juni 2012

Beste keuze: cultuureducatie is willen en kunnen

De afgelopen maand stond voor mij in het teken van het advies van de Raad voor Cultuur over het nieuwe kennisinstituut én het landelijke programma Cultuureducatie met kwaliteit, met vooral de rol van gemeenten en provincies daarin. Want over dat laatste ging het op de Unesco conferentie, op onze eigen CultuureducatieBELEIDdag en op de voorjaarsconferentie van het Fonds voor Cultuurparticipatie (FCP).

Het waren dagen met boeiende keynotes, presentaties, discussies en goede gesprekken met beleidsmedewerkers. En wat zijn de belangrijkste uitkomsten? Het meest in het oog sprong de aanbeveling, door meerderen naar voren gebracht, om beleid en activiteiten niet te richten op 'alles en iedereen'. Gemeenten en provincies moeten bescheiden zijn in hun ambities, omdat zowel hun invloed op inhoud en kwaliteit van het onderwijs als hun financiële middelen beperkt zijn. Wel moeten ze bij wat ze doen 'doortastend, doelgericht én selectief' zijn. Bijvoorbeeld door middelen uit het landelijke stimuleringsbeleid in te zetten voor de voorhoedescholen die echt werk willen en kunnen maken van kunstzinnige oriëntatie, zoals Joost Kuggeleijn van de C van OCW voorstelde.

Frans Geurts, algemeen directeur van een grote scholenstichting waar cultuureducatie hoog op de agenda staat, vindt dat ook basisscholen keuzes moeten maken in wat ze goed willen doen. Vanuit hun onderwijsvisie zijn zij zelf verantwoordelijk voor de kwaliteit van cultuureducatie. Natuurlijk kunnen culturele instellingen scholen ondersteuning bieden met hun expertise en hun aanbod. Maar uiteindelijk zijn het de basisscholen zelf die op basis van de kerndoelen Kunstzinnige Oriëntatie eigen doelen stellen en eigen onderwijsinhoud bepalen voor hun curriculum.

Juist het stimuleren van het werken met een doorgaande leerlijn voor cultuureducatie is een van de vier doelen van het programma Cultuureducatie met kwaliteit. Hoe stimuleer je dit als gemeente of provincie? Misschien door net als in Breda een raamwerk voor een doorlopende leerlijn cultuureducatie te laten ontwikkelen, gebaseerd op de kerndoelen en tussendoelen van SLO, die zowel scholen als instellingen een basis biedt. Of door net als in Emmen het primaat te leggen bij het onderwijs, en scholen zelf middelen te geven om cultureel aanbod te kiezen dat past binnen hun curriculum. Of door duurzame samenwerking tussen scholen en culturele instellingen te bewerkstelligen via creatief partnerschap zoals in de gemeente Utrecht.

Waar je als beleidsmaker ook voor kiest, een keuze voor leerlijnen vind ik de verantwoordelijkheid van de school. Het werkt natuurlijk wel prikkelend als beleidsmakers dit activeren en ondersteunen. Baseer je dan op kennis die er is en kijk ook vooral de kunst bij elkaar af! Wij helpen daar graag bij; u weet ons te vinden!

Discussieer ook mee op LinkedIn over de noodzaak van bescheiden ambities, waar het gaat om gemeentelijk en provinciaal beleid ten aanzien van de kwaliteit van cultuureducatie.

vrijdag 19 november 2010

Alle kinderen gelijke kansen op kunstbeoefening


Ik kom nog eens terug op het rapport dat ik in mijn vorige weblog noemde. Over de Betekenis van kunst en cultuur in het dagelijks leven. In tegenstelling tot het beeld dat bij sommige politici lijkt te bestaan dat kunst en cultuur niet belangrijk zouden zijn, laat dit onderzoek zien dat er in de samenleving juist veel draagvlak is voor subsidiëring van kunst en cultuur. Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt de totale rijksuitgaven aan kunst en cultuur helemaal niet te hoog. Vooral als het gaat om de ontwikkeling van kinderen is het draagvlak voor subsidiëring onder de Nederlandse bevolking zeer groot. En dit geldt ook voor Nederlanders van Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse afkomst. Onder deze groep is het draagvlak voor subsidies voor kunsteducatie zelfs nog groter. Het is dan maar goed dat in het regeerakkoord van VVD en CDA actieve cultuurparticipatie van belang blijft.

Kunstvakken op school bieden alle kinderen en jongeren kans op kennismaking met en verdieping in kunst en cultuur. Niet alleen door kijken en luisteren, maar zeker ook door zelf doen, de actieve vorm van participatie. En daarvoor geldt hetzelfde als wat het regeerakkoord over sport zegt: 'Kinderen en jongeren kunnen zich dankzij sport (en kunstbeoefening) gezonder en socialer ontwikkelen'.
Wie op school of thuis aan kunst en cultuur doet krijgt meer zelfvertrouwen en vergroot zijn sociale vaardigheden. Het stelt kinderen in staat zich te ontwikkelen tot mondige en weerbare mensen en het leert ze hun eigen cultuur, en daarmee ook hun identiteit te ontwikkelen, te waarderen én te relativeren.
In Nederland zijn er volgens schattingen echter ca. 300.000 kinderen die om financiële redenen niet mee kunnen doen. Hun ouders hebben te weinig geld voor museumbezoek, voor muziek of toneelles. Vandaar dat in gemeenten en provincies samen met het
Jeugdcultuurfonds Nederland plaatselijke of provinciale Jeugdcultuurfondsen zijn opgericht. Die zijn er in vier provincies waaronder Zuid-Holland en in dertien gemeenten, zoals Borger Odoorn en Eindhoven. Een veertiende gemeente werd vorige week vrijdag toegevoegd. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloot tot de oprichting van een Jeugdcultuurfonds. Met brede steun vanuit de gemeenteraad werd een motie daartoe aangenomen.

In Utrecht, en in die andere gemeenten en provincies, krijgen nu alle kinderen een kans om actief aan kunst mee te doen.


Alle kinderen doen mee! (2010)
Cultuurnetwerk Nederland in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB)
.