Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen
Posts tonen met het label kunst. Alle posts tonen

vrijdag 2 november 2012

CKV-bevlogen reünie

Ik hou niet van reünies. Alsof het plezierig is terug te kijken naar mensen en gebeurtenissen die je soms net zo lief weer snel vergeet. Het overviel me dan ook hoe warm het was, en hoe ver het terug ging. Mensen van toen en nu die zich nog steeds heel erg bevlogen toonden zo gauw het over de kunstvakken in het onderwijs ging.

We hadden het over onze persoonlijke levens, en ik trof oude vrienden die mij zeer dierbaar waren, maar het ging toch vooral over de ontwikkelingen in ons vakgebied. Over de gelukkige keus van OCW om eindelijk eens iets aan de kwaliteit van de kunstvakken in de basisschool te doen. En over de dreigende afschaffing van CKV. En natuurlijk ook over het wegpoetsen van het vak kunst uit het profiel Cultuur & Maatschappij door er verplicht wiskunde aan toe te voegen. De spoeling voor de keuzevakken – waaronder kunst – wordt dan wel heel dun.

Het ging ook over de CKV-inhoud. Boudewijn Korsmit, een van de reünisten, stuurde me de eindevaluatie van een kunstdossier. Dat sloot af met: 'Ik denk dat CKV daarom zeker haar doel heeft bereikt: een blijvende interesse opwekken voor allerlei vormen van kunstuitingen. Ik besef nu dat ik pas aan het begin van mijn leven sta, dat ik in de toekomst nog veel ga leren maar dat ik hier altijd wijzer van wordt [...] Ik ga nog veel kunst ervaren, maar zou dat niet ten volle kunnen zonder de basisvorming die CKV me heeft gegeven. Ik had niet verwacht dat ik dit ging zeggen toen ik net aan het vak begon, maar CKV heeft me echt iets geleerd. Ik dank u.'

De laatste onderwijsjaren als CKV-coördinator waren zijn meest enerverende: 'Ik was er dag en nacht mee bezig: lesgeven, organiseren van concert- en theaterbezoeken, het maken van een digitale leeromgeving en ga zo maar door. Men nam mij serieus, door goede resultaten, tevreden leerlingen en geen geharrewar over budget. En ook voor ouders en anderen gaf het de school cachet, een extra identiteit, want we werkten aan de persoonlijke ontwikkeling van het kind. Want zo moet je CKV positioneren, met veel elan zoals het de kunsten kenmerkt, inspirerend en vooral niet saai of duf.' En wat Boudewijn schreef, vertelden ook Leo en Marie-Louise. En ook Bert, Martien, Geert en nog veel meer (oud-)docenten die ik daar sprak.

Dat is toch wel iets anders dan de ervaringen van onze (ex-)minister die in de Tweede Kamer zei: 'Ik noem zonen die aan mij vragen: mam, mag ik het kaartje van de Doelen? Heel veel kinderen vragen dat aan hun ouders [...] want dan kunnen zij bewijzen dat zij een bepaalde activiteit hebben gedaan.' Daar geef je als ouder toch niet aan toe?

Het is goed voor CKV dat het nieuwe kabinet de cultuurkaart wil behouden en dat het de krachten in het onderwijs en de cultuursector wil bundelen voor [waardevolle] cultuureducatie in het basis- én voortgezet onderwijs.

vrijdag 22 juni 2012

Kip of ei?

Is creativiteit de kip en de economie het ei, of is het juist andersom? Creativiteit en economie hebben elkaar nodig, maar hoe werkt dat precies? Nieuwe, goed in de markt liggende producten en diensten ontwikkelen achter je pc of op het werk gaat niet vanzelf. Daar is een dosis creativiteit bij nodig. Je houdt een economie niet draaiende zonder creativiteit. En een economie ontwikkelt zich niet zonder creativiteit in kunst en cultuur. Cultuur en economie zijn op elkaar betrokken: zonder betrokkenheid geen ontwikkeling.

Het Lectoraat Kunst en Economie van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht probeert met een onderzoek naar het meerjarige Cultuur-Economieprogramma 'Ongezouten' van het Kunstenlab in Deventer, de effecten van samenwerking tussen kunstenaars en ondernemers in kaart te brengen. De stelling is dat autonome kunstenaars een positieve bijdrage kunnen leveren aan bedrijfsinnovaties. Dat idee blijkt ook te kloppen. Voor het onderzoek vervulden kunstenaars de rol van kunstenaar-coach en hielpen ondernemers op gang. Die waren lovend over hun nieuw verkregen inzichten en de verfrissende manier van werken en denken. Toen zij hun ervaringen inzetten in hun onderneming was een stijging van efficiency en omzet te zien.

De kunstenaars, aldus rapporteur Giep Hagoort, hebben niet zoveel aan deze samenwerking; zij gaan er financieel weinig op vooruit. Je zou veronderstellen dat samenwerken voor beide partijen een win-win situatie is: de een wordt ondernemender, de ander wordt creatiever en wint aan innovatiekracht. Weer zo'n 'kip of ei' vraag: moet je een ondernemer aan een kunstenaar koppelen of een kunstenaar aan een ondernemer?

Darren Henley geeft in zijn onlangs gepubliceerde rapport 'Cultural Education in England' vierentwintig aanbevelingen voor toekomstig cultuureducatiebeleid. Een ervan heeft betrekking op 'design', dat naar zijn mening een belangrijker plaats moet krijgen in het curriculum. Jammer genoeg gebruikt Henley een negatief argument, namelijk de angst dat snel groeiende economieën, zoals de Chinese, de Engelse designers zullen verdringen. Angst is altijd een slechte raadgever, dus om op grond van zulke motieven je curriculum te bepalen, lijkt me een slecht plan.

Ik neem aan dat de kunstenaars - of noem ze kunstenaar-coaches - bij hun samenwerking met de Deventer ondernemers níet direct dachten aan verdringing, maar eerder aan verrijking: 'Wat hebben we er samen aan!' En dan maakt het niet uit of je kip of ei bent.

Zie ook Kunstenlab en Cultuurplein Magazine 05.

vrijdag 6 april 2012

Kunstonderwijs - hoeksteen en speerpunt

Onlangs stuitte ik op twee publicaties over kunstonderwijs, een van de liberalen en een andere van de sociaal-democraten. Het wetenschappelijk bureau van de grootste regeringspartij (VVD) en dat van de grootste oppositiepartij (PvdA) beargumenteren beide dat goed onderwijs in kunst en cultuur essentieel is voor een brede cultuurdeelname.

In Breng de kunst terug in het onderwijs pleit Frans Becker (van de Wiardi Beckmanstichting), analoog aan het officiële PvdA-partijstandpunt, voor een stevige plaats van kunst en cultuur in basis- en voortgezet onderwijs. Volgens hem is dit een van de 'hoekstenen' van de sociaal-democratische idealen van cultuurspreiding en volksverheffing. En dat is 'nu weer zeer actueel', aldus Becker, omdat het ernstig in het geding is. De liberale Teldersstichting presenteerde onlangs het rapport Manifestaties van de Vrijheid des Geestes, een liberale kijk op cultuur en sport. Cultuuroverdracht in het reguliere onderwijs is volgens dit rapport een 'speerpunt' van liberale cultuurpolitiek. Alleen als kinderen in aanraking zijn gebracht met een veelzijdig cultureel aanbod kunnen zij als volwassenen weloverwogen keuzes maken. En ook hier betreft het een partijstandpunt maar dan van de andere kant van het politieke spectrum.

Opmerkelijk is de nadruk die beide partijen leggen op de intrinsieke waarde van kunst en cultuur als legitimering voor zowel cultuursubsidies als cultuuronderwijs. Dit terwijl voor het huidige beleid vaak afgeleide instrumentele argumenten worden gebruikt, bijvoorbeeld dat cultuuronderwijs leerlingen leert goed samen te werken, creativiteit bevordert en goed is voor het evenwicht tussen beide hersenhelften.

Een kwaliteitsslag in het cultuuronderwijs is volgens beide publicaties dringend nodig. Becker vindt dat we te achteloos zijn geworden in het leggen van een culturele bodem onder onze maatschappij. Kunstonderwijs is marginaal, gefragmenteerd en vrijblijvend geworden, want blijft beperkt tot incidentele bezoeken aan culturele instellingen en kleine projecten. 'Het is de hoogste tijd voor een diepte-investering om kunstonderwijs tot een vast onderdeel van het schoolcurriculum te maken.' De Teldersstichting noemt de verschillen in hoeveelheid en kwaliteit van cultuureducatie die leerlingen krijgen nu te groot. Culturele activiteiten in het onderwijs zouden niet – zoals nu vaak nog het geval is - moeten worden gedirigeerd door het toevallige aanbod van culturele instellingen, maar door educatief-inhoudelijke overwegingen.

Als de liberale en sociaal-democratische fracties het voorstel voor een diepte-investering overnemen, kunnen wij straks een fikse stap zetten op weg naar Cultuureducatie met Kwaliteit.

Zie voor reacties en discussie over de noodzakelijke kwaliteitsslag het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 30 maart 2012

Is dit kunst of kan het weg?

Enkele collega's werken momenteel aan de Cultuurplein Agenda, een lerarenagenda met tips, quotes, weetjes en evenementen over cultuur(educatie). Bij het verzamelen kwamen ze iets tegen wat mij wel aansprak, het Museum of Bad Art in Boston (VS), het enige museum ter wereld voor slechte kunst.

Toen ik nog lesgaf discussieerde ik vaak met studenten over kunst: wanneer is iets kunst, wanneer is kunst goed? Aanleiding voor zo'n discussie was bijvoorbeeld een bos takken in een ruimte of een enorme rode man met een trechter in zijn mond langs de weg. Werk dat vaak de reactie oproept 'zal wel kunst wezen'. Het is een van de bekendste oneliners van Henk en Ingrid: Is dit kunst of kan het weg?

Het Museum of Bad Art heeft een origineel antwoord: als het weg kan, past het in onze collectie. Een deel van de kunstwerken komt van het grofvuil. Een opvallend groot deel (!) is geschonken door de kunstenaars zelf! Over de vraag wanneer kunst slecht is, is de museumwebsite wat vaag. In de collectie zitten werken van getalenteerde kunstenaars die de plank missloegen en van mensen die nauwelijks een penseel kunnen vasthouden. Maar wat alle werken volgens de site gemeen hebben is dat ze een speciale kwaliteit hebben die verder gaat dan pure incompetentie.

Ik kan daar niet zo veel mee, maar aan de andere kant, er is ook geen eenduidige definitie van kunst, laat staan van 'goede kunst'. Over smaak blijft het twisten. En na al dat getwist blijkt vervolgens dat de context waarin wij kunst beleven een rol speelt in onze waardering. Een leuk voorbeeld in dit verband is het experiment van de wereldberoemde violist Joshua Bell. Normaal trekt hij volle zalen met entreeprijzen van $100,- of meer. Toen hij tijdens de spits op een Washingtons' metrostation als straatmuzikant speelde leverde dit $ 32,- op (waarvan $ 20,- van iemand die hem had herkend).

Kunnen we leerlingen leren goede kunst te herkennen en waarderen? Eigenlijk niet, maar we kunnen ze wel leren beelden te 'veroveren' om de betekenis of boodschap van het kunstwerk te achterhalen. Ook kunnen we ze een beeldtaal leren, leren kijken en een beargumenteerde mening leren vormen. Alleen 'mooi' of 'lelijk' is niet genoeg. Licht maar toe wat je van een kunstwerk vindt en wat je erin ziet. En daarom komen er in de Cultuurplein Agenda 24 beelden met prikkelende vragen die je aan het denken zetten en anders laten kijken. Natuurlijk mag je die werken ook mooi of lelijk vinden, maar zeg dan wel waarom.

Voor discussie over of en zoja hoe je leerlingen (goede) kunst kunt leren herkennen, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 3 februari 2012

Cultuureducatie met kwaliteit

Vorige week donderdag in basisschool De Rietkraag in Nieuwkoop, een landelijke gemeente in Zuid-Holland. In de speelzaal een kring met muziekmakende kinderen en op de rij daarachter een aantal meelevende en observerende dames en heren. De school doet mee aan het Samsamsamba-project van Kunstgebouw. De Kunstgebouwmuziekdocent doet het goed. De kinderen zijn geïnteresseerd en spelen samen geconcentreerd sambaritmes op instrumenten als snaredrum, conga, kokiriko, bongo en claves. Zij leren een heleboel. Ik, op de achterste rij, kijk, luister, word vrolijk en leer ook.

We waren uitgenodigd door Kunstgebouw, de provinciale organisatie voor kunst en cultuur, om met elkaar te spreken over de kwaliteit van cultuureducatie. En Kunstgebouw had het goed voor elkaar. De directeur van de school was er, de wethouder was er en de bovenschools manager was er. Verder de Onderwijsraad, de Raad voor Cultuur, OCW en het Fonds voor Cultuurparticipatie. En ik.

De discussie spitst zich toe op de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen. 'Vroeger werden leerkrachten er veel beter voor opgeleid', aldus de schooldirecteur. 'Nu moeten ze het op de pabo met veel minder vakuren doen. Bovendien ontbreekt een passende basisschoolmethode voor muziek en beeldende vorming. Als je die hebt kun je tenminste ook zorgen voor een goede vakinhoudelijke opbouw van de ene groep naar de andere.' De school wil graag, maar kan dit niet alleen.
Wij willen eraan meewerken dat de school het straks beter kan. En dan graag wel samen met andere organisaties zoals Kunstgebouw, het Fonds voor Cultuurparticipatie, Pabo's, culturele instellingen en het kunstvakonderwijs. Want in Nieuwkoop zag ik weer eens aan den lijve waarom kunstvakken in de school zo belangrijk zijn en wat ze teweeg kunnen brengen.

Woensdag leverden wij ons beleidsplan 2013-2016 in bij het ministerie van OCW. Cultuureducatie in het onderwijs is voor ons een speerpunt. Naast de aandacht voor de leerkracht en voor de inhoud van de schoolvakken willen we de kwaliteit van het kunstaanbod op school stimuleren en verbinden met de buitenschoolse kunsteducatie en amateurkunst. Vanaf volgend jaar werken wij – Cultuurnetwerk Nederland en Kunstfactor - daar samen aan, gefuseerd in het kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst.

Voor meer discussie over de kwaliteit van de leerkracht en zijn bekwaamheid om kunstlessen te verzorgen, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 20 januari 2012

Boeken, de bron voor professioneel denken en doen

'Boeken houden van mensen', zo hoorde ik laatst een zwoele vrouwenstem in een radiospotje zeggen. Zou dat ook wederzijds zijn? Volgens een recent onderzoek houden mensen steeds minder van boeken en steeds meer van leuke en nuttige dingen op het internet. Toch, om deel te kunnen nemen aan de kennissamenleving, is het hard nodig dat men kan lezen. Voor de meeste mensen geldt dat ze voor hun werk moeten kunnen lezen en schrijven, en dat gaat meestal verder dan de beheersing van Jip-en-Janneke-taal.

Stichting Lezen liet onderzoek doen naar hoe Nederlanders over lezen denken. Het blijkt dat we wel heel graag lezen, maar dat de waardering voor het internet, als leukste en nuttigste medium, hoger ligt. Onze houding tegenover lezen is positief, maar gek genoeg kopen we wel steeds minder boeken. We lezen hoofdzakelijk omdat we dat ontspannend vinden en zo'n twintig procent van ons doet dat ook voor zijn ontwikkeling, studie of werk. Iedereen kiest er zelf bijvoorbeeld voor om zijn vakliteratuur bij te houden om zo verdergaand te professionaliseren.
Maar laten we er nu eens een keertje vanuit gaan dat je als professional veel tijd hebt. Wat zou je dan per se willen lezen, of nog eens willen lezen? Welke keus zou je dan maken?

Ik ben benieuwd naar de boeken of artikelen die je dan noemt. Welke publicaties hebben je denken over kunst, erfgoed, media en educatie beïnvloed, gevormd of prettig verrast? Welke denkers of theorieën vormen het fundament voor jouw professioneel denken en handelen? Als we in het nieuwe kennisinstituut een boekenkast neerzetten met de belangrijkste publicaties, welke moeten er dan volgens jou in?
Je kunt je inspiratie putten uit de catalogus van onze bibliotheek, uit je eigen kast of waar dan ook, en vervolgens je top vijf met ons delen. Ik vind de LinkedIn groep Cultuureducatie daarvoor een mooi platform, omdat we het daar allemaal kunnen volgen. Of je stuurt je keuze gewoon aan mij. Ik ben daar erg nieuwsgierig naar en kom er over een paar weken zeker op terug!

Laat op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn weten welke boeken u vindt dat elke cultuureducatieprofessional gelezen moet hebben.

vrijdag 4 november 2011

Bepaalt de school de kwaliteit van cultuureducatie?

Maandagmiddag gespreksleider van een discussiebijeenkomst voor genodigde culturele instellingen. Onderwerp was de kwaliteit van cultuureducatie én een kwaliteitskader om die kwaliteit te toetsen. Claudy Oomen – van Oberon - was duidelijk in haar verhaal: 'Meet je kwaliteit om die te verbeteren en gebruik het kwaliteitskader als instrument voor zelfevaluatie'.

De referenten vertelden daarna kort wat zij van het kwaliteitskader vonden. Vanuit haar ervaring als cultureel partner van Amsterdamse scholen accentueerde Karlien Pijnenborg van de Toneelmakerij, het belang van duurzame samenwerking met scholen. Noortje Driessen van de Tilburgse basisschool Bibit hecht aan goede afspraken met culturele instellingen over inhoud en opbrengst. En Teunis IJdens van Cultuurnetwerk Nederland houdt de school verantwoordelijk voor de kwaliteit van een cultuureducatieve activiteit.

Aan de hand van stellingen, stemmingen en op scherm geprojecteerde stemuitslagen discussieerden we, met een kleine vijftig deelnemers, betrokken en gedreven over dit onderwerp. Ter illustratie enkele voorbeelden van de stellingen: 'Een culturele instelling die aan alle indicatoren van het kwaliteitskader voldoet, moet een kwaliteitskeurmerk krijgen'. Of: 'Dit kwaliteitskader moet culturele instellingen dwingen de kwaliteit van cultuureducatie voor het onderwijs te verbeteren.' En als laatste: 'Er had beter een kwaliteitskader cultuureducatie voor het onderwijs ontwikkeld kunnen worden'. U begrijpt dat het meningsverschil dan groot kan zijn. Over één stelling was bijna iedereen het eens: 'Dit kwaliteitskader inspireert culturele instellingen om werk te maken van kwaliteit'.

De monitoren cultuureducatie in het basis- en voortgezet onderwijs concludeerden dat het de goede kant op ging. Er is echter ook kritiek op die kwaliteit. In het Jaarboek 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie schreef Ton Bevers: hoe kun je de kwaliteit verbeteren als er niet meer lesuren zijn. Als er in het basisonderwijs steeds minder vakleerkrachten zijn. En als de deskundigheid van de groepsleerkracht voor de kunst- en erfgoedvakken niet optimaal is. Dat klopt allemaal, maar aan de andere kant weten we natuurlijk niet hoe het echt met de kwaliteit van het cultuuronderwijs gesteld is, omdat we niet weten wat er in de les zelf gebeurt.

Dat goede cultuureducatie van groot belang is, spreekt voor zich. Dat die kwaliteit het best te beoordelen is door onderwijsprofessionals zelf is minder vanzelfsprekend. Wat mij maandag opviel is dat culturele instellingen vooral de wow-ervaring belangrijk vinden: de vonk die oplicht tussen kunstwerk en leerling, tussen activiteit en lerende. Het is mooi als dat gebeurt, maar ook zonder deze voorwaarde kunnen en moeten leeropbrengsten gerealiseerd worden.

Dat vraagt om een goed gesprek tussen school en instelling, met als uitgangspunt het onderwijs, het onderwijsleerplan en de onderwijspraktijk. Vervolgens komt de vraag of, wat en hoe externe organisaties, zoals culturele instellingen, kunnen bijdragen aan de kwaliteit van cultuureducatie.

Vandaar dan ook dat ik nieuwsgierig ben naar het oordeel van de scholen over dit kwaliteitskader.

Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 23 september 2011

'Wat nu kapot wordt gemaakt gaat onherstelbaar verloren'

'Politici, praat met ons!', zo luidt de dramatische oproep in de krant deze week van acht Nederlandse kunstmusea, uit acht verschillende steden. Daarmee wenden ze zich rechtstreeks tot politiek Den Haag om alsnog te praten over de aangekondigde bezuinigingen op kunst waarvan de musea de dupe dreigen te worden. En dinsdag in NRC: 'Geen reactie op advertentie van musea'......

Al tijden wordt de kunstwereld verweten een gesloten elitaire club te zijn. Kunst begrijpen is immers voorbehouden aan ingewijden en experts, zo is de stelling. Joost Swanborn deed er begin augustus nog een schepje bovenop met zijn stuk in NRC over de ‘potsierlijke vaagtaal’ waarin de kunstwereld via zaalteksten en catalogi ‘uitlegt’ wat een kunstwerk goed maakt. Geen wonder dat veel Nederlanders achter de bezuinigingen op kunst staan, zo stelt Swanborn, want ‘Met prietpraat verdedig je het belang van musea niet’. Swanborn raakt een pijnlijk punt, maar geeft geen volledig beeld. Dat musea allang niet meer enkel voor de ingewijde elite zijn, bewijst Over Passie en Professie, een onderzoek naar honderd jaar museumeducatie. Met de komst van begrijpelijke begeleidende teksten, rondleidingen en onderwijsprogramma's worden musea toegankelijker voor niet-ingewijden.

Dat het ook interactief kan, bewijzen drie recente tentoonstellingen met ruimte voor de interpretatie van de toeschouwer. Bezoekers van het Groninger Museum kunnen online ervaringen delen. Bij binnenkomst krijg je een GM Collector, een sleutelhanger waarmee je online informatie kunt verzamelen over favoriete kunstwerken. Ook kun je in één term je eigen interpretatie van een kunstwerk geven. Op de website van het museum kun je op je persoonlijke pagina de werken die je verzameld hebt nog eens bekijken en er meer over lezen. Zeker zo leuk is het om reacties van anderen te lezen.
Afgelopen voorjaar was er in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA) een expositie van Gillick en Weiner. Deze bestond uit één werk: een linoleumvloer met vlakken en teksten. Bezoekers werden uitgenodigd foto's te maken van hun ervaring. Het succes blijkt uit de vele reacties op Flickr en Facebook. Daar staat een lange lijst met foto's van springende, liggende, dansende en figuren makende mensen. En de tentoonstelling eindigde niet in het museum, maar ging verder in de reacties online.
Een collega was onlangs in Tate Modern in Liverpool. Daar waren de reacties van bezoekers zelfs al verwerkt in de tentoonstelling. Op de muur werden denkbeelden en opvattingen geprojecteerd die bezoekers tijdens hun rondgang door de tentoonstelling op een computer noteerden. Kinderen konden reacties achterlaten op een prikbord waarop het museum dan weer reageerde. Favoriet waren overigens de filmpjes waarin een kunstwerk door bezoekers besproken wordt, zoals dit van een Britse schoolklas, geconfronteerd met werk van Dan Flavin.

Deze voorbeelden laten zien dat musea heus niet elitair en gesloten hoeven te zijn. Musea zijn sexy en vormen een avontuurlijk venster op een complexe en kleurrijke wereld. Een confronterend of speels proces van kijken, denken en verwerken leidt tot nieuwe meningen en tot de uitwisseling van kennis. Daarom alleen al moeten musea blijven.

Voor discussie over al dan niet elitaire of interactieve musea, zie ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 10 juni 2011

Cultuurdeelname: gezond voor iedereen


De regering staat voor de opdracht miljarden te bezuinigen op vrijwel alle beleidsterreinen. Vandaag (10 juni) presenteert staatssecretaris Zijlstra zijn bezuinigingsplannen voor de culturele sector. De vraag is vooral óf en zo ja, hóe de culturele sector deze bezuinigingen zal overleven.
Van het antwoord hangt veel af, want ook nieuw onderzoek toont weer aan dat cultuur voor iedereen van belang is en - meer dan we tot nu toe wisten - bevorderlijk is voor de gezondheid van de mens.
Ik heb op deze plek al vaker
geschreven over het belang van cultuureducatie en van de deelname aan kunst en cultuur voor de kwaliteit van leven. We weten bijvoorbeeld dat community arts vitaminen kunnen zijn voor een wijk en dat een gezond cultureel klimaat bevorderlijk is voor de economie van een stad. Ook de ouderenzorg en verzorgingshuizen zetten kunst en cultuur steeds bewuster in om mensen actief en gezond te houden. Culturele activiteiten blijken steeds meer een factor van belang voor onze gezondheid. Het rapport Arts in Healthcare van de Society for the Arts in Healthcare in de USA (2009) noemt ongeveer tachtig onderzoeken, uitgesplitst naar muziek, beeldende kunst, vormgeving, dans, theater en literatuur. De resultaten wijzen allemaal in dezelfde richting: kunst heeft onmiskenbaar een positieve invloed op de genezing en de gezondheid van patiënten. Het herstel verloopt voorspoediger, zowel fysiek, mentaal als emotioneel.

Dat het effect van cultuurdeelname op gezondheid ook meetbaar is, blijkt ook uit een onderzoek onder 50.797 Noren, onlangs
gepubliceerd in de peer-reviewed Journal of Epidemiology and Community Health, het officiële blad van de Society for Social Medicine, De resultaten zijn opvallend. Vrouwen blijken tevredener te zijn met hun leven als ze naar sportevenementen en de kerk gaan. Met name sport geeft vrouwen een gezond gevoel. Mannen voelen zich gezonder als ze buiten bezig zijn, fysiek in actie komen en vrijwilligerswerk doen. En … mannen voelen zich ook gezonder als ze aan cultuur doen. Het maakt daarbij niet uit of het om een theatervoorstelling, expositie of concert gaat. 'Mannen blijken op het gebied van gezondheid meer baat te hebben bij verschillende culturele activiteiten dan vrouwen', concludeert Koenraad Cuypers, een van de onderzoekers.

Bij alle te maken beleidskeuzes - nu en in de toekomst - is er nu dus nóg een argument voor het behoud van een gezonde culturele sector: cultuureducatie en cultuurdeelname bevorderen overduidelijk ieders gezondheid.

Zie ook de discussie over het gezondheidsaspect van cultuurdeelname op het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

donderdag 17 februari 2011

Een provinciale stem voor kunst, cultuur en educatie


Als het over cultuureducatie en cultuurparticipatie gaat, zou je zeggen dat er bij de komende Provinciale Statenverkiezingen nauwelijks iemand te vinden is die het belang daarvan niet inziet. Zowel kabinet als oppositie zien dit als een belangrijk speerpunt van cultuurbeleid. Toch, via de online verkiezingswijzer – publiek.nl - voor de Provinciale Staten op 2 maart, zag ik dat er grote verschillen in cultuurbeleid zijn tussen politieke partijen én tussen de provincies. Zo'n verkiezingswijzer is dan wel handig om te zien wat je eigen provincie 'bijdraagt' aan de slordige 1 miljard euro die in Nederland op cultuur bezuinigd lijkt te gaan worden.

Provincies hebben belangrijke taken op het gebied van de culturele infrastructuur, kunsten, erfgoed, media én de - bevordering van – deelname aan cultuur. Toch, behalve Zuid Holland, Overijssel, Flevoland en Limburg, zeggen de meeste provincies te gaan bezuinigen op kunst en cultuur. Deze bezuinigingen gaan vaak gepaard met een kerntakendiscussie. Daarin wordt teruggegrepen op het bestuursakkoord tussen provincies en de Rijksoverheid waarin staat dat alleen monumentenzorg en een culturele infrastructuur provinciale taken zijn. Gelukkig gaat het in deze discussie niet over de infrastructuur voor
kunst- en cultuureducatie. Daarvoor zijn de rollen, functies en taken landelijk, gemeentelijk én provinciaal vooralsnog duidelijk in balans.

Dé uitvoerders van een provinciale en regionale cultuureducatieve infrastructuur zijn de provinciale
ondersteunende instellingen, verenigd in de Raad van twaalf. Deze vertalen provinciale ontwikkelingen naar de regionale en lokale situatie en tillen lokale initiatieven naar een regionale of boven-regionale schaal. Vooral de middelgrote en kleinere gemeenten hebben baat bij deze regionale ondersteuning. Als die wegvalt, gaat bijvoorbeeld veel expertise over het culturele aanbod en de geschiktheid hiervan voor het onderwijs verloren. Ook komen ontwikkeling, vernieuwing en samenwerking tussen onderwijs en cultuur moeilijker tot stand.

Bij vergaande bezuinigingen bestaat het risico dat de provinciale rol in cultuur niet langer wordt beschouwd als kerntaak, dat er vervolgens veel minder inkomsten uit 'de markt' komen en er dus minder terugstroomt naar de culturele sector. Dit alles wordt nog versterkt als de cultuurkaart ophoudt te bestaan, als het basisonderwijs geen geld voor cultuureducatie meer krijgt en er dus voor culturele instellingen ook vanuit die hoek steeds minder inkomsten binnenkomen.

Welke keuzes maken de partijen in uw provincie? U kunt het provinciale beleid nog beïnvloeden door op 2 maart voor kunst, cultuur en educatie te kiezen.

www.publiek.nl
Zicht op…. provinciale instellingen cultuureducatie
www.raadvantwaalf.nl
www.nadeschreeuwnudestem.nl


Zie ook de discussie over dit thema op LinkedIn - Netwerk Cultuureducatie
.

vrijdag 11 februari 2011

Kunst- en cultuurvakken: vast onderdeel van het schoolcurriculum!


Sinds december 2010 heeft staatssecretaris Halbe Zijlstra al drie keer*) verklaard hoe belangrijk hij het vindt om alle kinderen actief in aanraking te brengen met cultuur. In zijn beleid richt hij zich dan ook op de culturele ontwikkeling van leerlingen in het primair en voortgezet onderwijs én hun leraren. Hiermee biedt hij kinderen kansen om competenties te verwerven die de minister van onderwijs hen lijkt te onthouden. Zij wil immers extra aandacht voor taal en rekenen in het basisonderwijs, en voor Nederlands, Engels, wiskunde en Sciences in het voortgezet onderwijs. Alleen op die manier, zo betoogt zij, kan Nederland tot de top vijf van kenniseconomieën gaan behoren. Zij vraagt de Onderwijsraad om hierover te adviseren.

Zoals ik eerder zei kunnen kinderen juist via kunstonderwijs allerlei
vaardigheden verwerven die buiten school in een competitieve kenniseconomie van levens(lang)belang zijn. Er reageerden heel wat mensen en organisaties op deze blog. Daarom bespreken we vandaag, samen met deze mensen, hoe en waar we een bredere discussie over dit onderwerp kunnen organiseren. Verder schrijven we de Onderwijsraad een brief om duidelijk te maken dat de kunstvakken wel degelijk een belangrijk onderdeel zijn van het onderwijs. Ook deze vakken bereiden leerlingen voor op een volwaardige deelname aan de maatschappij en kwalificeren hen voor allerlei vervolgstudies. Dus ook voor de kunstvakken moet voldoende onderwijstijd worden gereserveerd. Een keuze voor slechts twee bredere uitstroomprofielen (alfa en bèta), zoals de minister voorstelt, doet te weinig recht aan het belang van de kunstvakken.

Onlangs organiseerden wij ook een discussiemiddag over het onderzoeksproject Cultuur in de Spiegel. Kern van cultuuronderwijs, volgens dit project, is het menselijk vermogen een cultureel zelfbewustzijn te ontwikkelen. Deze visie vormt het uitgangspunt voor de ontwikkeling van een doorlopende leerlijn cultuuronderwijs. De zaal vroeg zich enigszins misnoegd af hoe deze algemene opvatting van cultuuronderwijs zich verhoudt tot vakspecifieke benaderingen. Concreter: wat gebeurt er met geschiedenis en de kunstvakken als ze onderdeel worden van een algemene leerlijn cultuuronderwijs? Is het niet juist belangrijk ook doelen en vaardigheden uit te werken voor de deelterreinen kunst-, erfgoed- en mediaonderwijs?

Wat de uitkomsten van Cultuur in de Spiegel in 2012 ook zullen zijn, de staatssecretaris maakt gelukkig in een door hem ondertekende brief aan de
Cultuurprofielscholen duidelijk dat de cultuurvakken voor hem een vast onderdeel vormen van het schoolcurriculum. Op die manier, zo vervolgt hij, is cultuur in het onderwijs stevig verankerd. Hij voelt er blijkbaar niets voor om daar verandering in te brengen.

*) Zijlstra over belang van cultuur in onderwijs:
Brief Zijlstra uitgangspunten Cultuurbeleid
Adviesaanvraag Cultuurbeleid (van Zijlstra aan Raad voor Cultuur)
Reactie Zijlstra op Denk Einstein

En verder:
Leerlijn cultuur VO
Leerlijn cultuur PO

vrijdag 7 januari 2011

Mecenas: leren geven aan én om kunst en cultuur


C.Ph.E. Bach begeleidt de fluitspelende Frederik de Grote. ('Fluitconcert in Sanssouci'- Adolph von Menzel).

Een mecenas is iemand die kunst en cultuur beschermt. Naamgever is
Gaius Cilnius Maecenas (70-8 voor Christus), een beroemd vermogend Romeins kunstbeschermer die diende onder keizer Augustus. De eerste mecenas in de geschiedenis zogezegd. Opmerkelijk is dat het mecenaat - de particuliere steun van welgestelde burgers of organisaties - tegenwoordig direct geplaatst wordt tegenover overheidssteun. Dit terwijl de naamgever een belangrijk (cultuur)politiek figuur was. En ook andere mecenassen na hem - zoals de Florentijnse Dei Medici of de Pruisische koning Frederik de Grote – waren behalve vermogend ook machtig.
Mecenaat en overheid gingen dus vaak juist samen. Het ging mecenassen niet alleen om financiële begunstiging, maar ook om 'bescherming' en stimulering.

Stimulering van de deelname aan kunst en cultuur met gemeenschapsgeld is vanzelfsprekend. Net zo goed als dit bijvoorbeeld voor deelname aan onderwijs en sport geldt. Nu de hedendaagse politieke machthebbers deze vanzelfsprekendheid hebben doorbroken, groeit hun belangstelling voor mecenaat, zij het in enge zin: particuliere financiering van de kunsten.
De historische voorbeelden van mecenaat laten echter zien dat de mecenas een (aanzienlijk) deel van zijn vermogen schènkt vanuit een visie op de waarde van kunst en cultuur voor de héle samenleving. En dat een effectief mecenaat een samenspel van publieke en private krachten veronderstelt, vanuit een gedeelde visie op het maatschappelijk belang van kunst en cultuur.

Kunst en cultuur lijken nu primair overgeleverd te worden aan de wetten van de markt. Ik vind het zinvoller de samenleving - met zijn rijke en minder rijke burgers - nauw te betrekken bij het kunst- en cultuurbeleid van overheden. In mijn visie moeten overheden zich blijvend committeren aan het belang van kunst en cultuur en het scheppen van gunstige randvoorwaarden voor een bloeiend kunst- en cultuurklimaat. Zoals: een goede infrastructuur (al dan niet met behulp van private geldschieters) en het stimuleren van de deelname aan kunst en cultuur.

En hoe kan dat beter dan via onderwijs en educatie: zo betrek je alle lagen van de bevolking van jongs af aan bij kunst en cultuur, zorg je voor een gedeelde culturele bagage en vormende ervaringen die bijdragen aan een levenslange belangstelling en betrokkenheid. Dan zullen ook in de toekomst mecenassen blijven opstaan.

Op 10 januari 2011 organiseert
Cultuur-ondernemen een workshop 'Particuliere fondsenwerving: het 8 stappenplan'.
Op 11 januari organiseert
Kunsten'92 de discussiebijeenkomst 'Mecenaat en sponsoring: mogelijkheden en beperkingen' MC Theater - 16.00 - 17.45

donderdag 23 december 2010

Staatssecretaris Halbe Zijlstra neemt onze uitnodiging aan!



Op 15 oktober, één dag na zijn benoeming tot staatssecretaris voor cultuur, nodigde ik Halbe Zijlstra uit voor een kennismaking met ons werkveld. En om dat voor te bereiden kwam een groot aantal enthousiaste mensen in Utrecht bij Cultuurnetwerk Nederland bij elkaar .
In zijn beleid gaat het Zijlstra om één ding: de
kwaliteit. Iedereen moet volgens hem een kans krijgen, zonder dat iedereen per se hetzelfde niveau hoeft te bereiken. En dat, schreven we hem, geldt ook kinderen en jongeren als het gaat om actieve deelname aan kunst en cultuur. Hoe wij jonge mensen die kansen kunnen bieden en waarom het belangrijk is daar zo vroeg mogelijk mee te beginnen, willen wij aan onze staatssecretaris laten zien.

Gisteren hoorde ik van mijn contactpersoon bij het ministerie van OCW dat de staatssecretaris met plezier ingaat op onze
brief van 4 november. Hij heeft wel wat minder tijd dan wij voorstelden, maar in zijn agenda is voor komend jaar maart rekening gehouden met deze afspraak. We spreken ergens tussen Den Haag en Utrecht met hem af en laten hem dan voorbeelden zien en beleven van kunst en cultuur op en rondom de school.

Rekening houdend met onze eerdere
ideeën stel ik me zo voor dat we hem op een of meer scholen een beeld geven van activiteiten die daar georganiseerd worden – of al georganiseerd zijn - op het terrein van kunst- en cultuureducatie. Dat betekent dat we gewoon laten zien wat kinderen en jongeren leren, wat de scholen aan kunst en cultuur doen, (leerkrachten, vakdocenten, ICC'ers en cultuurcoördinatoren), waarom ze dat doen, en met wie zij hiervoor samenwerken, zoals kunst- en cultuurinstellingen, kunstenaars, BIK'ers, combinatiefunctionarissen, centra voor de kunsten, provinciaal ondersteunende instellingen, lerarenopleidingen en de lokale overheid. Dit moet natuurlijk verder uitgewerkt worden, en het kan aangevuld en toegelicht worden met bijdragen uit andere delen van het land.

Mocht je al meer ideeën hebben, reageer dan op LinkedIn in de groep netwerk cultuureducatie, dan kunnen we daar alvast rekening mee houden. En: mooie feestdagen, een goede jaarwisseling, en een moedig en creatief nieuw jaar!


Zie voor reacties op en discussie over toezegging werkbezoek staatssecretaris op LinkedIn-Netwerk Cultuureducatie.

vrijdag 19 november 2010

Alle kinderen gelijke kansen op kunstbeoefening


Ik kom nog eens terug op het rapport dat ik in mijn vorige weblog noemde. Over de Betekenis van kunst en cultuur in het dagelijks leven. In tegenstelling tot het beeld dat bij sommige politici lijkt te bestaan dat kunst en cultuur niet belangrijk zouden zijn, laat dit onderzoek zien dat er in de samenleving juist veel draagvlak is voor subsidiëring van kunst en cultuur. Een ruime meerderheid van de Nederlanders vindt de totale rijksuitgaven aan kunst en cultuur helemaal niet te hoog. Vooral als het gaat om de ontwikkeling van kinderen is het draagvlak voor subsidiëring onder de Nederlandse bevolking zeer groot. En dit geldt ook voor Nederlanders van Turkse, Marokkaanse, Antilliaanse en Surinaamse afkomst. Onder deze groep is het draagvlak voor subsidies voor kunsteducatie zelfs nog groter. Het is dan maar goed dat in het regeerakkoord van VVD en CDA actieve cultuurparticipatie van belang blijft.

Kunstvakken op school bieden alle kinderen en jongeren kans op kennismaking met en verdieping in kunst en cultuur. Niet alleen door kijken en luisteren, maar zeker ook door zelf doen, de actieve vorm van participatie. En daarvoor geldt hetzelfde als wat het regeerakkoord over sport zegt: 'Kinderen en jongeren kunnen zich dankzij sport (en kunstbeoefening) gezonder en socialer ontwikkelen'.
Wie op school of thuis aan kunst en cultuur doet krijgt meer zelfvertrouwen en vergroot zijn sociale vaardigheden. Het stelt kinderen in staat zich te ontwikkelen tot mondige en weerbare mensen en het leert ze hun eigen cultuur, en daarmee ook hun identiteit te ontwikkelen, te waarderen én te relativeren.
In Nederland zijn er volgens schattingen echter ca. 300.000 kinderen die om financiële redenen niet mee kunnen doen. Hun ouders hebben te weinig geld voor museumbezoek, voor muziek of toneelles. Vandaar dat in gemeenten en provincies samen met het
Jeugdcultuurfonds Nederland plaatselijke of provinciale Jeugdcultuurfondsen zijn opgericht. Die zijn er in vier provincies waaronder Zuid-Holland en in dertien gemeenten, zoals Borger Odoorn en Eindhoven. Een veertiende gemeente werd vorige week vrijdag toegevoegd. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht besloot tot de oprichting van een Jeugdcultuurfonds. Met brede steun vanuit de gemeenteraad werd een motie daartoe aangenomen.

In Utrecht, en in die andere gemeenten en provincies, krijgen nu alle kinderen een kans om actief aan kunst mee te doen.


Alle kinderen doen mee! (2010)
Cultuurnetwerk Nederland in samenwerking met het Nederlands Instituut voor Sport en Bewegen (NISB)
.

vrijdag 25 juni 2010

Poldercup - voetbalkunst


Als kunst- en cultuurliefhebber kijk je met enige jaloezie naar de 'vanzelfsprekende' aandacht én inzet van vele middelen voor voetbal. Om maar te zwijgen over alle randverschijnselen zoals de oranje kitsch, prullaria en versieringen! Toch kunnen voetbal - en sport in het algemeen - goed samengaan met kunst en cultuur. Sport is een grote inspiratiebron voor kunstenaars. Omgekeerd worden veel voetballers (bal)kunstenaar genoemd zoals Pelé (Edison Arantes do Nascimento), Diego Maradona, Johan Cruijff en Lionel Andrés Messi.

Ik kende al de Lijnvoetbalshow van het Museum Jan Cunen in Oss (2005). Een actueel voorbeeld van voetbal als kunst is het project Poldercup. De Spaanse kunstenares Maider López organiseert met SKOR, Stichting Kunst en Openbare Ruimte, op 4 september aanstaande dit sportieve kunstevenement. In de polders van het Zuid-Hollandse Ottoland schildert López voetbalvelden op de weilanden. Sloten lopen dwars door de velden heen waardoor spelers nieuwe regels en tactieken moeten bedenken - voetbal wordt opnieuw uitgevonden.
Andere voorbeelden. Als je de oranje toeters helemaal beu bent, ga dan eens naar het dansgezelschap Ballet van Leth, met de voorstelling The Match, of bekijk het filmpje 'Refait', waarin Pied la Bliche het laatste kwartier van de WK-wedstrijd tussen Duitsland en Frankrijk (1982) kopieerde in een stedelijke omgeving. Een welkome verademing.

Ook al zijn de kunst- en sportsector heel verschillend, ze kunnen veel van elkaar leren en elkaar versterken. Dat betoogt in ieder geval kunstenares Jeanne van Heeswijk: 'Waar een sportclub veel trots en bravoure uitstraalt, is een kunstvereniging veel meer timide. De sportsector is weer erg star en bepaald door strakke regels, terwijl in de kunstsector juist het experiment telt. De kracht van kunst is zijn autonomie, maar daardoor is de sector wel erg naar binnen gekeerd. De sportsector staat meer open voor anderen.' De laatste jaren is er ook beleidsmatig meer aandacht voor het samenbrengen van sport en cultuur, met name in het onderwijs. Leren de kinderen dankzij de combinatiefunctionarissen en cultuurcoaches met bravoure in de toekomst hun kunst ten toon te stellen?

Zie ook:
Het verslag van het debat 'Onverwachte partners: Synergie tussen sport en kunst?'
(begin 2009, georganiseerd door de Rotterdamse Raad voor Kunst & Cultuur)

Voetbal mee in een kunstproject: doe mee aan de Poldercup op 4 september in Ottoland! (cjp.nl)

Echte Hollandse voetballers springen over een slootje (NRC Next blog 2 juni)