vrijdag 14 oktober 2011

Stekkerkunsteducatie, makkelijker dan je denkt

Na hardware en software, maakte ik eind vorige week kennis met easyware, een vondst van Michiel Koelink, mediakunstenaar en docent. Software en hardware zijn meestal duur, compleet en complex en er rust vaak copyright op de bronnen. Easyware is het tegenovergestelde: het is gratis, makkelijk, onvolledig, en met vrij te gebruiken online bronnen. Het heeft een begrensd aantal functies en je raakt daardoor niet verdwaald in de technologie. Het daagt je uit de beperkte mogelijkheden ervan creatief toe te passen en vooral naar de inhoud van je werk te kijken. En omdat easyware online en gratis is, kan iedereen thuis verder werken aan de opdrachten.

Koelink was vrijdag 7 oktober een van de workshopleiders op het symposium Skills 21 Kunsten over kunstonderwijs en 21ste eeuwse vaardigheden. Het gebruik van media in de school zou volgens hem vanzelfsprekend moeten zijn. En toch besteden de meeste kunstvakdocenten hier weinig of geen tijd aan. Hij wijt dit aan angst onder de docenten. Veel docenten denken dat het gebruik van deze media moeilijk, complex en prijzig is. En dat is heel jammer, want ICT-vaardigheden horen thuis in het 21ste eeuwse onderwijs en dus ook in de kunstvakken. En dat vond niet alleen Koelink, maar ook onze keynotespreker Joke Voogt.

Hoe eenvoudig het easyware-werken is, bleek al snel toen we in de workshop zelf aan de slag gingen. Er bleken verschillende vormen van easyware zoals fotobewerkingsprogramma's, geluids- en videoprogramma's. Wij werkten met de video-editor van YouTube. De opdracht was simpel: zoek in de database van creative commons video's naar beeldmateriaal aan de hand van twee tegengestelde zoektermen. Gebruik vervolgens de editor om dit materiaal zo aan elkaar te monteren dat er een nieuwe betekenis ontstaat in de combinatie van die zoektermen.

En, het klopt: we zijn nauwelijks tijd kwijt geweest aan de techniek. Omdat je met de editor zo weinig kunt, word je gedwongen goed na te denken over wat je wilt verbeelden. De beeldende inhoud van de boodschap stond zo voorop. En dat was pittig, uitdagend en creatief, en tegelijkertijd verslavend. Gelukkig kunnen we thuis verder.

Een goede uitleg over de YouTube editor

Voor discussie over easyware, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 7 oktober 2011

Het moet anders: kunstvakken tweede fase voortgezet onderwijs

Alles moet anders, zei OCW. Een tweedeling in examenvakken 'oude' en 'nieuwe' stijl kan niet meer, zei OCW. Het is veel te duur, zei OCW. Kom met een voorstel, zei OCW. Er moet wel een breed draagvlak voor zijn, zei OCW. En denk erom: geen centrale praktijkexamens voor de kunstvakken! Dat was in een notendop de opdracht van het ministerie aan de Verkenningscommissie Kunstvakken in april 2010.
Juli 2011 was het zover. De commissie was eruit. Het zware werk was gedaan en het preadvies klaar voor discussie. Je kon er op reageren door te vertellen wat je sterk vond, waar je twijfels bij had en welke andere opmerkingen je nog had. Op 1 oktober kwamen een kleine veertig mensen bij elkaar om over het advies te praten. Zij waren er speciaal voor uitgenodigd. Het waren deskundigen uit het voortgezet onderwijs en van kunstvakdocentenopleidingen. Plus deskundigen van universitaire docentenopleidingen en kunstvakverenigingen, Cultuurnetwerk Nederland, CITO, SBKV, CJP en SLO.

Kort samengevat stelt de commissie voor vier kunstvakken te blijven onderscheiden: beeldende vormgeving, dans, drama/theater en muziek. Elk kunstvak bestaat uit een praktijkdeel, vaktheorie en 'elementen' uit de cultuurhistorie van de 20ste en 21ste eeuw. Om theorie en praktijk met elkaar te verbinden gaan leerlingen met een centraal thema aan de slag. Dat thema wordt in principe voor drie jaar vastgesteld, geïnspireerd op hedendaagse kunst en cultuur.

De discussie met belanghebbenden en belangstellenden spitst zich toe op de invulling van de vaktheorie, de afbakening van het centrale thema, de reflectie-schrijfopdracht en de negen keer in het advies naar voren komende wens om interdisciplinair samen te werken. Dit laatste is vooral merkwaardig, omdat de commissie tegelijkertijd zegt uit te gaan van die vier kunstvakken. Wat betekent die interdisciplinaire kunstpraktijk dan precies? Waar moeten we aan denken? Aan samenwerkingspraktijken in het Bauhaus, een Gesamtkunstwerk of de schoolmusical? Diepgaand werken vanuit één kunstdiscipline lijkt me al pittig genoeg voor een examenkunstvak.
Bij het begrip 'vaktheorie' wordt in het advies de suggestie gewekt dat de formalistische kunstbeschouwing voorop staat en dat met de kunstgeschiedenis slechts een opsomming van stijlen bedoeld is. Dat zou een onwenselijke verarming zijn vergeleken met de huidige inhoudelijke aandacht voor theorie en praktijk!
En de reflectie-schrijfopdracht wordt een onzinnige extra belasting voor docent en leerling. Natuurlijk, elke leerling moet zich mondeling en schriftelijk kunnen uitdrukken (en het liefst in elk vak), maar moet dit in het examen getoetst worden? Wat je aan de ene kant als belasting weghaalt wordt aan de andere kant nieuw ingevoerd!

Ik heb respect voor het werk van de commissieleden. Van hen worden nu beslissingen verwacht die voldoende draagvlak hebben voor veranderingen. Mocht dit niet lukken dan neemt OCW misschien weer de kans het zelf te beslissen, geen of weinig rekening houdend met welk draagvlak dan ook.

Reacties op het preadvies.

Voor discussie over interdisicplinair werken bij eindexamen kunstvakken, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 30 september 2011

Kulturhusen en cultuureducatie

Ga je mee naar Irene? Irene huist in Notter, gelegen op het platteland tussen Wierden en de Huurne, Rectum, Rijssen, Zuna, Noetsele en Nijverdal. Irene is een van de tientallen kulturhusen van Nederland. Het eerste is elf jaar geleden gebouwd in Overijssel. Ondertussen zijn er daar veertig en staan er nog zestig op stapel.

De achterliggende gedachte van kulturhusen is de leefbaarheid in kleine kernen en dorpen te vergroten. De laatste jaren heeft er op het platteland een verschraling van diensten plaatsgevonden en met de bouw van een kulturhus poogt men deze negatieve ontwikkeling te stoppen. De provincies Overijssel, Utrecht en Gelderland kennen inmiddels ook een subsidieregeling voor het opzetten van een kulturhus. De naam kulturhus suggereert dat er cultuur, en wellicht ook cultuureducatie, wordt aangeboden, maar is dat ook zo?

De meeste kulturhusen staan in kleine kernen, zijn zeer verschillend van aard en werken doorgaans onder één dak met meerdere lokale organisaties en welzijnsinstellingen. In de onlangs gepresenteerde KUSA-(kulturhus/samenwerkings)scan onderscheidt onderzoekster Ineke van Enk zelfs vijf verschillende typen, waaronder ook een 'cultureel kulturhus'. In zo'n kulturhus kunnen de lokale instellingen zoals de bibliotheek, een kunstencentrum, de muziekschool, de oudheidskamer of een kunstuitleen de krachten bundelen. Door het samenwonen besparen de kulturhuspartners op beheerskosten, benutten ze elkaars doelgroepen en expertise en bevorderen ze zo de sociale samenhang. Zoals culturele voorzieningen een stad aantrekkelijk maken voor de bewoners, zo heeft de aanwezigheid van een kulturhus een positief effect op de leefbaarheid van kleine kernen.

Dus, inderdaad, een kulturhus kan op het platteland de aanjager zijn van een breed en rijk cultuureducatief aanbod voor jong en oud. In Olst-Wijhe is dat al zo. Daar bevordert de lokale overheid de programmering van het kulturhus op zo’n manier dat de bewoners verzekerd zijn van een aanbod op het gebied van kunst en cultuur. En dat is mooi!

Voor discussie over kulturhusen, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

Verder lezen:
- Kennisknooppunt Kulturhusen

- Artikel Binnenlands Bestuur over kulturhusen en multifunctionele centra

vrijdag 23 september 2011

'Wat nu kapot wordt gemaakt gaat onherstelbaar verloren'

'Politici, praat met ons!', zo luidt de dramatische oproep in de krant deze week van acht Nederlandse kunstmusea, uit acht verschillende steden. Daarmee wenden ze zich rechtstreeks tot politiek Den Haag om alsnog te praten over de aangekondigde bezuinigingen op kunst waarvan de musea de dupe dreigen te worden. En dinsdag in NRC: 'Geen reactie op advertentie van musea'......

Al tijden wordt de kunstwereld verweten een gesloten elitaire club te zijn. Kunst begrijpen is immers voorbehouden aan ingewijden en experts, zo is de stelling. Joost Swanborn deed er begin augustus nog een schepje bovenop met zijn stuk in NRC over de ‘potsierlijke vaagtaal’ waarin de kunstwereld via zaalteksten en catalogi ‘uitlegt’ wat een kunstwerk goed maakt. Geen wonder dat veel Nederlanders achter de bezuinigingen op kunst staan, zo stelt Swanborn, want ‘Met prietpraat verdedig je het belang van musea niet’. Swanborn raakt een pijnlijk punt, maar geeft geen volledig beeld. Dat musea allang niet meer enkel voor de ingewijde elite zijn, bewijst Over Passie en Professie, een onderzoek naar honderd jaar museumeducatie. Met de komst van begrijpelijke begeleidende teksten, rondleidingen en onderwijsprogramma's worden musea toegankelijker voor niet-ingewijden.

Dat het ook interactief kan, bewijzen drie recente tentoonstellingen met ruimte voor de interpretatie van de toeschouwer. Bezoekers van het Groninger Museum kunnen online ervaringen delen. Bij binnenkomst krijg je een GM Collector, een sleutelhanger waarmee je online informatie kunt verzamelen over favoriete kunstwerken. Ook kun je in één term je eigen interpretatie van een kunstwerk geven. Op de website van het museum kun je op je persoonlijke pagina de werken die je verzameld hebt nog eens bekijken en er meer over lezen. Zeker zo leuk is het om reacties van anderen te lezen.
Afgelopen voorjaar was er in het Museum van Hedendaagse Kunst Antwerpen (MuHKA) een expositie van Gillick en Weiner. Deze bestond uit één werk: een linoleumvloer met vlakken en teksten. Bezoekers werden uitgenodigd foto's te maken van hun ervaring. Het succes blijkt uit de vele reacties op Flickr en Facebook. Daar staat een lange lijst met foto's van springende, liggende, dansende en figuren makende mensen. En de tentoonstelling eindigde niet in het museum, maar ging verder in de reacties online.
Een collega was onlangs in Tate Modern in Liverpool. Daar waren de reacties van bezoekers zelfs al verwerkt in de tentoonstelling. Op de muur werden denkbeelden en opvattingen geprojecteerd die bezoekers tijdens hun rondgang door de tentoonstelling op een computer noteerden. Kinderen konden reacties achterlaten op een prikbord waarop het museum dan weer reageerde. Favoriet waren overigens de filmpjes waarin een kunstwerk door bezoekers besproken wordt, zoals dit van een Britse schoolklas, geconfronteerd met werk van Dan Flavin.

Deze voorbeelden laten zien dat musea heus niet elitair en gesloten hoeven te zijn. Musea zijn sexy en vormen een avontuurlijk venster op een complexe en kleurrijke wereld. Een confronterend of speels proces van kijken, denken en verwerken leidt tot nieuwe meningen en tot de uitwisseling van kennis. Daarom alleen al moeten musea blijven.

Voor discussie over al dan niet elitaire of interactieve musea, zie ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.