vrijdag 16 september 2011

Volle kracht vooruit!

Dit jaar wordt voor mij en heel Cultuurnetwerk Nederland bij uitstek een jaar van vooruitkijken. Vanaf nu immers beginnen we met de bouw van een nieuw instituut voor cultuureducatie én amateurkunst. Op 1 januari 2013, precies twaalf jaar na oprichting, maken wij – net als Kunstfactor – plaats voor dit nieuwe kennisinstituut.
Dit omvormingsproces geeft aanleiding tot allerlei gevoelens. Trots op wat bereikt is. Blijdschap over de landelijke aandacht voor cultuureducatie, waardoor wat is opgebouwd een vervolg kan krijgen. En het plezier verder te kunnen onderzoeken hoe de beleidsterreinen cultuureducatie en amateurkunst elkaar kunnen versterken. Natuurlijk is er ook veel onzeker, voor mij en mijn collega's, omdat het nog lang niet helder is hoe dat nieuwe instituut eruit gaat zien en wie er gaan werken. En dat is ook een belangrijk punt. Ik vind het dan mijn taak om te luisteren, te motiveren, inzicht te geven in wat er gebeurt en gebeuren gaat en mee te laten denken om daarmee zoveel mogelijk duidelijkheid te scheppen.

Het budget en de drie hoofdtaken van het nieuwe instituut staan vast: er is 4,76 miljoen beschikbaar voor professionalisering van de educatiefunctie in de cultuursector en deskundigheidsbevordering in de amateurkunst, voor een informatie- en netwerkfunctie, en voor onderzoek en monitoring. Gezamenlijk werken we deze taken voor het nieuwe kennisinstituut uit. Daar kom ik in deze blogs zeker nog op terug.

Op 1 januari 2011 bestond Cultuurnetwerk tien jaar. We hebben de slingers niet opgehangen omdat er dit jaar met alle bezuinigingen weinig te vieren viel. Wel geven die tien jaar aanleiding tot terug- en vooruitblikken. Vandaar onze interviews met deskundigen uit praktijk, beleid en onderzoek van cultuureducatie. En daaruit komt onder meer naar voren dat cultuureducatie in die tien jaar een vanzelfsprekend, integraal onderdeel geworden is van het aanbod van culturele instellingen. Er is een hechtere samenwerking gegroeid tussen scholen en een aantal culturele instellingen en er zijn structurele kennisnetwerken opgebouwd. Ook is er een goede onderzoeksstructuur ontstaan met een onderzoeksconferentie, een leerstoel en masteropleidingen kunst- en cultuureducatie. Van belang dus om te behouden en op voort te bouwen. Om trots op te zijn!

Er zijn ook prikkels, zoals de bevordering van de kwaliteit van cultuuronderwijs, zowel gezien vanuit de school als de culturele instelling. En de verdere uitwerking van een kennis- en onderzoeksagenda cultuureducatie en amateurkunst, zodat we weten op welke kennisvragen we doorwerken. En een verankering van cultuureducatie in het onderwijscurriculum op alle niveaus. Niet toevallig zaken die ook aan bod kwamen op de conferentie 'Wie doet wat?', waarover mijn blog vorige week ging.
Maar genoeg teruggeblikt, we gaan nu met volle kracht vooruit!

Zie ook:
Subsidieregeling culturele basisinfrastructuur 2013-2016 (afdeling 3.9, pagina 10)
Hoofdlijnenbrief 'Meer dan kwaliteit' (pagina 30-31)
Reactie Cultuurnetwerk Nederland en Kunstfactor

Voor meer reacties op de plannen voor het nieuwe kennisinstituut voor cultuureducatie en amateurkunst, zie het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 9 september 2011

Wie doet wat?

Een felle slagregen, helledonder en bliksem, iedereen doornat en tot op het bot verkleumd. En dat in Heilig Landstichting waar we samen met Kunstfactor twee weken geleden het seizoen startten met de werkconferentie 'Wie doet wat?'. Gelukkig is het die dag nog goed gekomen. Zowel met het weer als met de geestdrift van de deelnemers.

Centraal in de discussie stonden de culturele loopbaan en de actieve en reflectieve cultuurdeelname in de levensloop. Hoe geven kinderen, jongeren en volwassenen vorm aan hun cultuurdeelname? Wat hebben zij daarvoor nodig? Maar ook, wie is daarvoor verantwoordelijk en wie zijn erbij betrokken? Je kon goed merken dat iedereen fris van vakantie terug was. Levendig dacht de zaal na over deze complexe vraag, met veel gelach, stevige uithalen en heldere statements.
We spraken over de verantwoordelijkheden van de overheden ten aanzien van de culturele infrastructuur die nodig is om vorm te kunnen geven aan zo'n loopbaan. Over het belang van goed onderwijs in de kunstvakken en over de kwaliteit van cultuureducatie in en buiten de school. En ook natuurlijk over het toezicht op kerndoelen en eindtermen. Hoe zorg je ervoor dat scholen doen wat ze beloven. Bijna alle scholen hebben hun visie op cultuureducatie immers schriftelijk vastgelegd, met beloftes over het vergroten van kennis en vaardigheden op het gebied van kunst en cultuur, over de deelname aan kunst en cultuur buiten school en over talentontwikkeling.

Welk aspect van de culturele loopbaan we ook bespraken, we waren het erover eens dat een (lokale) culturele infrastructuur hard nodig is, niet alleen voor het onderwijs, maar zeker ook voor het leven na de schooltijd. Toch, vaak blijven we in onze eigen beelden steken. We vroegen Erik Lenselink van NOC*NSF dan ook om te vertellen hoe het er in de sportsector aan toe gaat. Anders dan voor de culturele sector wordt de rijkssubsidie voor de sportsector verhoogd. Zijn advies is: zorg dat de hardware (accommodatie), de content (het aanbod) en de software (begeleiding) in balans zijn en dat de financiering daarvan ook helder is. In de sportwereld zijn de accommodaties voor het merendeel de verantwoordelijkheid van de gemeenten, het aanbod is de verantwoordelijkheid van de sportbonden en de begeleiding is een gedeelde verantwoordelijkheid. Zijn analyse van de doorsnee sportieve loopbaan laat voorts zien waar extra inspanningen nodig zijn: bij het tegengaan van uitstroom van sportdeelname onder jongeren (12-18 jaar), voor een sportief aanbod voor jongvolwassenen dat past in hun drukke bestaan met gezin en carrière in opbouw, en om senioren te verlokken te sporten. Verder mag de basis nog steviger en moet elke basisschoolleerling aan sport doen (dat is nu 87%).

En nu wij! Nu zijn wij aan zet om eensgezind werk te maken van de culturele loopbaan van iedereen. Ieder heeft immers het recht om 'vrijelijk deel te nemen aan het culturele leven van de gemeenschap en om te genieten van kunst'. En dat bevorderen wij – nu en straks - graag.

Zie voor reacties ook het Netwerk Cultuureducatie op LinkedIn.

vrijdag 8 juli 2011

Leren… toch ook in de zomer?!

Zo vlak voor mijn vakantie las ik een interessant rapport met als titel Making Summer Count. Er staat in dat kinderen tijdens de grote schoolvakantie kennis en vaardigheden verliezen. Ze vergeten dingen die ze dat jaar op school hebben geleerd. De achterstand in taal en of rekenen neemt met elke zomervakantie toe. Dit treft kinderen uit gezinnen met een laag inkomen het zwaarst. Vooral op het vlak van lezen zijn er grote verschillen. De inzet van leerprogramma's in de vakantie blijkt dit verlies te compenseren. En kan zelfs leiden tot verbetering van prestaties!

Voor een positief effect moeten kinderen wel op regelmatige basis deelnemen en moet het programma van hoge kwaliteit zijn. Groepen moeten kleinschalig zijn en er moet ruimte zijn voor individuele instructie. Ook betrokkenheid van ouders is van groot belang. Het aanbieden van verrijkende recreatieve activiteiten, waaronder cultuureducatie, kan kinderen verleiden tot deelname. Wanneer scholen samenwerken met lokale cultuuraanbieders kan een aantrekkelijk programma worden geboden tegen een acceptabele prijs. Ook in Nederland zie je dit type zomerscholen, onder de noemer van onderwijstijdverlenging. Mooie initiatieven die navolging verdienen.

Hoe staat het met uw eigen 'leerverlies' in de zomervakantie? Om kennis en kunde op peil te houden staat de cultuureducatie in ieder geval niet stil deze zomer. De SKVR organiseert voor de vijfde keer haar Summerschool. Aan de Amsterdamse Hogeschool voor de Kunsten vindt de Summer School Remix Culture plaats. In Vlaanderen wordt een heuse Zomeracademie opgezet. En met het Netwerk Jeugdtheaterscholen wordt er gekampeerd in Frankrijk. Voor ieder wat wils.

Ik wens iedereen alvast een leerrijke zomer toe en meld mij weer in september.

vrijdag 1 juli 2011

Volop cultuur

Deze week was het een drukke week met volop cultuur. Het begon maandag met het matte debat in de Tweede Kamer over het cultuurbeleid. Terwijl buitenshuis de energie sidderde, bleef de Kamer keurig overleg voeren in drie termijnen. Met een staatssecretaris die onaangedaan vertelde mee te leven met de ontwikkelingen, en tegelijkertijd volhield het kabinetsbeleid uit te moeten voeren. En ook gisteren binnenskamers weinig emoties, ondanks het feit dat Zijlstra de 29 moties die op de kameragenda stonden, bij voorbaat allemaal ontraadde.

Dinsdag forumlid in een middagconferentie over de provincies en hun cultuurbeleid, georganiseerd door de BMC-Groep. Eigenlijk een vervolg op het bezuinigingsoverleg van maandag, maar dan vanuit de provincies bezien, want die bezuinigen net zo goed - minder of meer - op cultuur. In Zuid-Holland bijvoorbeeld is het echt raak. Het coalitieakkoord meldt dat de provincie van plan is de autonome taken op het gebied van cultuurparticipatie en -educatie geheel af te bouwen. Begrijpelijk dat Margriet Gersie, directeur van Kunstgebouw, zich daar tegen verzet en probeert de gedeputeerde Han Weber op een ander spoor te krijgen. Als de bezuiniging in Zuid-Holland doorgaat kunnen 135.000 leerlingen in kleine gemeenten niet meer genieten van provinciale programma's als Kunstmenu, Kunst in uitvoering en Kunst op school. En daar ga je dan met het sterk ingezette rijksbeleid voor cultuureducatie van onze staatssecretaris. Als de provincies en gemeenten daar geen vervolg aan geven is het de vraag hoe je samen met de scholen het cultuureducatiebeleid het best vorm geeft.

Woensdagmorgen werd eindelijk het convenant getekend tussen het HBO-kunstonderwijs en de sector amateurkunst en kunsteducatie. Daar is al enkele jaren door Kunstfactor en het hoger kunstonderwijs aan gewerkt met als doel de verbinding tussen het onderwijs en de beroepspraktijk te versterken. Een belangrijke stap om de kwaliteit van docenten en artistiek kader te vergroten en meer passend te maken voor het beroepsveld waarin zij straks werken. Ik ga ervan uit dat we in ons nieuwe kennisinstituut aandacht voor dit onderwerp blijven houden, zeker ook omdat het beroepsveld voor kunsteducatie - binnen- en buitenschools - en amateurkunst flink zal veranderen.

Gisteravond de onontkoombare musical van mijn jongste zoon die na de zomer naar het Tilburgse Theresialyceum gaat. Hij had een flinke rol en was er ook al weken mee bezig. En, eindelijk, vond hij naar school gaan leuk!