vrijdag 3 september 2010

Werk aan de Europese winkel?

In de vakantie twee weken in Calabrië doorgebracht. Daarna twee in Frankrijk. Heb veel kunst proberen te zien, maar zag - naast een enkel beeld - vooral fraaie kerken, burchten en rustieke stadsgezichten. Is alle kunst en cultuur in Europa verdicht in de grote steden? En, is er op Europees niveau sprake van beleid?




Hoewel de Europese Commissie (EC) al vanaf 1992 financiële bijdragen levert om culturele activiteiten in Europa te bevorderen werd pas in 2007 een
Europese Agenda voor Cultuur vastgesteld. Toch zijn en blijven de EU-lidstaten eerstverantwoordelijk voor hun cultuurbeleid. De EC ondersteunt beleidsthema's van lidstaten, vult deze aan maar vervangt die niet. Ik zou graag zien dat de Europese Commissie meer verantwoordelijkheid neemt. Bijvoorbeeld bij de Europese themajaren. Zo was voor het Europees Jaar van Creativiteit en Innovatie (2009) geen geld begroot. Dat moesten de lidstaten gek genoeg allemaal zelf inbrengen.

In 2008 kreeg de samenwerking tussen de EU-lidstaten een nieuwe vorm in de Open Method of Coordination (OMC). Verschillende OMC-werkgroepen werden ingericht, waaronder de
Working Group on developing synergies with education, especially arts education, die onlangs zijn aanbevelingen uitbracht. Een aantal ervan gaat over een structurele versterking van de relatie tussen scholen en culturele instellingen, een onderwerp dat ook in Nederland hoog op de agenda staat. Dat de OMC daarbij pleit voor een verdergaande professionalisering van docenten en medewerkers van culturele instellingen vind ik vanzelfsprekend. Inhoudelijk en praktisch samenwerken vraagt immers van beide kanten om een eigen deskundigheid op het terrein van kunst- en cultuureducatie.
Een andere aanbeveling die mij aansprak is de versterking van de informatie- en kennisuitwisseling over theorie en praktijk van kunst- en cultuureducatie over en tussen de lidstaten. Een aanzet hiervoor is de
Community of Knowledge on Arts and Cultural Education in Europe (ComAce), waarin op dit moment Vlaanderen, Frankrijk, Oostenrijk, Duitsland en Nederland zijn vertegenwoordigd. Cultuurnetwerk Nederland coördineert ComAce.

Als de Europese Commissie de OMC-aanbevelingen overneemt en samen met de EU-lidstaten uitvoert, weet ik zeker dat kinderen en jongeren veel meer kansen krijgen om aan kunst en cultuur deel te nemen. Ook in de dorpen en steden die ik tijdens mijn vakantie bezocht.


Eindrapport OMC Working Group on developing synergies with education, especially arts education

donderdag 26 augustus 2010

Volkscultuur, cultuur van en voor iedereen?


In de vakantie bijgelezen over volkscultuurbeleid. Eerlijk gezegd loop ik normaal snel voorbij aan Hindelooper schilderwerk, oude ambachten, ringsteken, klompendansen en vendelzwaaien. Toch, enkele nieuwe publicaties maakten me nieuwsgierig. En… volkscultuurbeleid blijkt interessanter dan ik dacht.

In 2007 kwam het thema voor het eerst op de politieke agenda (regeerakkoord Balkenende-IV). Drie jaar later blijkt de populaire cultuur - en daar hoort volkscultuur ook bij - volgens sommigen de dominante cultuur te zijn en moet de elitaire 'hogere' cultuur het daartegen afleggen. Volkscultuur gaat over de cultuur van het dagelijks leven van vroeger en nu. Het is geen nationale eenheidsworst maar verandert voortdurend door wisselingen in gewoonten, gebruiken en tradities. Pakjesavond, de kerstboom, de vrijmarkt, oliebollen en carnaval, ze staan allemaal in de top tien van de honderd dierbaarste tradities (
Jaar van de Tradities 2009). Vanuit nostalgie is in de media een nieuw type volkscultuur ontstaan zoals meezingmusicals, Boer zoekt vrouw en Ik hou van Holland. Wat ik zelf leuk vind zijn vormen van camp, cultuuruitingen die bewust gebruik maken van kitscherige elementen.

De overheid kent een samenbindend vermogen toe aan volkscultuur en noemt die onmisbaar in een multiculturele samenleving. Volgens de deskundigen van het Nederlands Centrum voor Volkscultuur leidt deelname aan volkscultuur tot een grotere deelname aan bredere vormen van kunst en cultuur. Daartegenover stellen critici dat volkscultuur per definitie alomtegenwoordig is en dat iedereen eraan doet, dus waarom zou de overheid zich daarmee bemoeien en dat ook nog eens 'stimuleren'? Kees Vuyk geeft daar in het Jaarboek van het Fonds voor Cultuurparticipatie een interessant antwoord op. Volkscultuurbeleid moet specifiek zijn. Het moet groepen die de aansluiting bij de ontwikkelingen in de maatschappij missen en in een identiteitscrisis dreigen te raken helpen om opnieuw aansluiting te vinden. Deze minderheidsvolksculturen in de brede openbaarheid brengen kan er dan voor zorgen dat zij alsnog aansluiting vinden en dat mensen uit diverse (sub)culturen elkaar ontmoeten.

Volkscultuurbeleid, het roept veel vragen op! Welke kansen of beperkingen ziet u in volkscultuur als het gaat om het bevorderen van cultuurparticipatie? Ik hoor het graag!

Zicht op... volkscultuur (beschrijving en link naar download)

Splitsen of knopen - over volkcultuur in Nederland (voor titelbeschrijving, titel invoeren in catalogus bibliotheek Cultuurnetwerk)

Volkscultuur publiek maken – Over volkscultuur als voor werp van cultuurbeleid (PDF van het eerste Jaarboek Actieve Cultuurparticipatie 2010 van het Fonds voor Cultuurparticipatie, met daarin de genoemde bijdrage van Kees Vuyk, p. 46 e.v..)

donderdag 8 juli 2010

Ik volg alles, maar dan van afstand...


Op vrijdag 27 augustus meld ik mij weer!

vrijdag 2 juli 2010

Kunstbeoefening en kunsteducatie, nu en in de toekomst


Elke dag van de week – en dus niet alleen op werkdagen - is gemiddeld 4% van de bevolking (circa 600.000 mensen) bezig met kunstzinnige activiteiten. Individueel of in groepsverband, tijdens een cursus, in een vereniging of club.

Uit het onlangs
gepubliceerde drieluik van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) blijkt dat bijna de helft van de bevolking (van 16 jaar en ouder) aan een of meer vormen van kunstbeoefening doet. Bijna driekwart van hen is minstens eens per maand kunstzinnig actief. Ruim de helft zelfs eens per week of vaker. Een kwart van de bevolking had eerder in het leven een kunstzinnige hobby. Het resterende kwart doet en deed niets kunstzinnigs.

Het SCP verwacht dat hier in de komende twintig jaar weinig aan verandert. Wat wel anders zal worden is de manier waarop mensen hun kunsthobby beoefenen. Mensen worden steeds mondiger, hebben het steeds drukker, zijn beter geïnformeerd, hangen minder aan tradities, hebben lossere omgangs- en organisatievormen en - tot slot - veel meer mogelijkheden tot kunstbeoefening dankzij alle nieuwe ontwikkelingen in de informatie- en communicatietechnologie. Ik kan me zo voorstellen dat vrijwel iedereen over 20 jaar een mobieltje heeft met de functionaliteit van een pc-telefoon-gps-krant-camera, met daarbij een uitvouwbaar scherm dat te bedienen is via een beamerstraaltje in de bril. Veel mogelijkheden biedt dat. Kunst uitwisselen en beoefenen, op elk willekeurig moment, met meerdere mensen, op grotere afstand.

Het is de vraag wat al deze ontwikkelingen en verwachtingen betekenen voor aanbieders, onderwijs, culturele instellingen en overheden. Hoe gaan we met z’n allen inspelen op deze trends? Hoe zullen kunsteducatie en kunstbeoefening er in de (nabije) toekomst uitzien? Hoe ga je om met de grilligheid van huidige en toekomstige kunstbeoefenaars, met tijds- en aandachtsconcurrentie? Komen we elkaar nog wel tegen bij cursussen, optredens, tentoonstellingen, festivals? Of wordt alles nu digitaal? En zou een enkeling het over twintig jaar nog steeds hebben over linkse hobby's waar de overheid niet op in hoeft te zetten?
Vragen genoeg! Denkt u mee? Ik hoor het graag!

PS Overigens is dit mijn laatste bijdrage voor de zomer! Op vrijdag 27 augustus meld ik mij weer!